Samenvatting Beslissingen en
planning
Hoofdstuk 1 investeringsbeslissingen:
Investeren wil zeggen dat je activa vastlegt dat zowel vast als vlottend kan zijn. Deze
handeling wordt uitgevoerd door de onderneming. Het bijbehorende doel is dat de
aandeelhouderswaarde gaat groeien.
De redenen/soorten van investeren zijn:
Verplichte investeringen
Vervangingsinvesteringen vanwege afschrijving (ook onderhoud valt hieronder)
Uitbereidingsinvesteringen door mogelijke groei/ontwikkeling
Uitbereidingsinvesteringen door nieuwe/andere activiteiten waarop gedoeld wordt
Soorten geldstromen:
Primaire geldstroom: Houdt direct verband met het primaire proces.
Differentiële primaire geldstroom: De verandering die plaatsvindt in de primaire geldstroom
die bijvoorbeeld het gevolg is van een investering.
Secundaire geldstroom: Alle geldstromen van en naar de vermogensmarkt.
Standaardopstelling van de winst- en verliesrekening:
Omzet € 1.200.000
Alle kosten met uitzondering van afschrijvingskosten en interestkosten €
800.000 −
EBITDA = Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization 1 € 400.000
Afschrijvingen op materiële en immateriële vaste activa € 180.000 −
EBIT = Earnings Before Interest and Taxes € 220.000
Interestkosten € 60.000 −
Resultaat voor vennootschapsbelasting € 160.000
Vennootschapsbelasting (bijvoorbeeld 25%) € 40.000 −
Resultaat na vennootschapsbelasting € 120.000
, Methoden om investeringsvoorstellen te beoordelen/evalueren:
Boekhoudkundige benadering:
Boekhoudkundige terugverdienperiode (BTP)
Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit (GBR)
Economische benadering (tijdsvoorkeur):
Economische terugverdienperiode (ETP)
Netto Contante Waarde (NCW)
Annuïteitenmethode (Ann)
Interne Rentabiliteit (IR)
Aangepaste Interne Rentabiliteit (AIR)
De categorieën van mutaties kasstromen:
Initiële kasstromen:
Directe uitgaven project
Indirecte uitgaven project (NWK, te berekenen door vlottende activa af te trekken
van de kortlopende schulen)
Kasstromen bij verkoop oude activa
Exploitatiekasstromen:
Opbrengsten en kosten vormgeven in een vrije kasstroom
Liquidatiekasstromen:
Verkoop van duurzame productie middelen
Geïnduceerd NWK valt vrij
Boekhoudkundige terugverdienperiode (BTP)
De tijd die nodig is om de initiële investering terug te verdienen met de kasstromen die het
project genereert. Houdt geen rekening met de tijd
Voorbeeld:
Van Project X is de initiële investering 250.000. De jaarlijkse kasstroom bedraagt de eerste
vijf jaar 85.000
250.000
Uitwerking: ----------- = 2,94 jaar
85.000
Gemiddelde boekhoudkunde rentabiliteit (GBR)
planning
Hoofdstuk 1 investeringsbeslissingen:
Investeren wil zeggen dat je activa vastlegt dat zowel vast als vlottend kan zijn. Deze
handeling wordt uitgevoerd door de onderneming. Het bijbehorende doel is dat de
aandeelhouderswaarde gaat groeien.
De redenen/soorten van investeren zijn:
Verplichte investeringen
Vervangingsinvesteringen vanwege afschrijving (ook onderhoud valt hieronder)
Uitbereidingsinvesteringen door mogelijke groei/ontwikkeling
Uitbereidingsinvesteringen door nieuwe/andere activiteiten waarop gedoeld wordt
Soorten geldstromen:
Primaire geldstroom: Houdt direct verband met het primaire proces.
Differentiële primaire geldstroom: De verandering die plaatsvindt in de primaire geldstroom
die bijvoorbeeld het gevolg is van een investering.
Secundaire geldstroom: Alle geldstromen van en naar de vermogensmarkt.
Standaardopstelling van de winst- en verliesrekening:
Omzet € 1.200.000
Alle kosten met uitzondering van afschrijvingskosten en interestkosten €
800.000 −
EBITDA = Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization 1 € 400.000
Afschrijvingen op materiële en immateriële vaste activa € 180.000 −
EBIT = Earnings Before Interest and Taxes € 220.000
Interestkosten € 60.000 −
Resultaat voor vennootschapsbelasting € 160.000
Vennootschapsbelasting (bijvoorbeeld 25%) € 40.000 −
Resultaat na vennootschapsbelasting € 120.000
, Methoden om investeringsvoorstellen te beoordelen/evalueren:
Boekhoudkundige benadering:
Boekhoudkundige terugverdienperiode (BTP)
Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit (GBR)
Economische benadering (tijdsvoorkeur):
Economische terugverdienperiode (ETP)
Netto Contante Waarde (NCW)
Annuïteitenmethode (Ann)
Interne Rentabiliteit (IR)
Aangepaste Interne Rentabiliteit (AIR)
De categorieën van mutaties kasstromen:
Initiële kasstromen:
Directe uitgaven project
Indirecte uitgaven project (NWK, te berekenen door vlottende activa af te trekken
van de kortlopende schulen)
Kasstromen bij verkoop oude activa
Exploitatiekasstromen:
Opbrengsten en kosten vormgeven in een vrije kasstroom
Liquidatiekasstromen:
Verkoop van duurzame productie middelen
Geïnduceerd NWK valt vrij
Boekhoudkundige terugverdienperiode (BTP)
De tijd die nodig is om de initiële investering terug te verdienen met de kasstromen die het
project genereert. Houdt geen rekening met de tijd
Voorbeeld:
Van Project X is de initiële investering 250.000. De jaarlijkse kasstroom bedraagt de eerste
vijf jaar 85.000
250.000
Uitwerking: ----------- = 2,94 jaar
85.000
Gemiddelde boekhoudkunde rentabiliteit (GBR)