Samenvatting aardrijkskunde hoofdstuk 1:
weer en klimaat
, paragraaf 1:
Het weer: De toestand van de luchtlaag/atmosfeer om de aarde op een bepaald
moment en op een bepaalde plek.
Weerselementen: Dit zijn er 3; de tempratuur, de neerslag en de wind.
-De tempratuur meten ze in graden Celsius (°C), de neerslag in millimeters (mm) en
de windkracht drukken ze uit met de schaal van Beaufort (windkracht).
-Windkracht 9 is een storm, windkracht 12 een orkaan.
Wind: Stromende lucht die ontstaat omdat op de ene plaats meer lucht is dan op de
andere.
-Hogedrukgebied: Een gebied met veel lucht.
-Lagedrukgebied: Een gebied met minder lucht.
-Hoe dichter de isobaren bij elkaar staan / hoe hoger het drukverschil is, hoe harder
het waait.
De wet van Buys Ballot: Deze zegt dat lucht op aarde met een afwijking stroomt,
omdat door de draaiing van de aarde de lucht niet in een rechte lijn stroomt.
-De lucht stroomt op het noordelijk halfrond met een afwijking naar rechts.
-De lucht stroomt op het zuidelijk halfrond met een afwijking naar links.
weer en klimaat
, paragraaf 1:
Het weer: De toestand van de luchtlaag/atmosfeer om de aarde op een bepaald
moment en op een bepaalde plek.
Weerselementen: Dit zijn er 3; de tempratuur, de neerslag en de wind.
-De tempratuur meten ze in graden Celsius (°C), de neerslag in millimeters (mm) en
de windkracht drukken ze uit met de schaal van Beaufort (windkracht).
-Windkracht 9 is een storm, windkracht 12 een orkaan.
Wind: Stromende lucht die ontstaat omdat op de ene plaats meer lucht is dan op de
andere.
-Hogedrukgebied: Een gebied met veel lucht.
-Lagedrukgebied: Een gebied met minder lucht.
-Hoe dichter de isobaren bij elkaar staan / hoe hoger het drukverschil is, hoe harder
het waait.
De wet van Buys Ballot: Deze zegt dat lucht op aarde met een afwijking stroomt,
omdat door de draaiing van de aarde de lucht niet in een rechte lijn stroomt.
-De lucht stroomt op het noordelijk halfrond met een afwijking naar rechts.
-De lucht stroomt op het zuidelijk halfrond met een afwijking naar links.