Psychologie periode 2 Hoofdstuk 6:
6.1 Cognitieve ontwikkeling volgens Piaget, Belangrijke elementen van Piagets theorie.
De visie van Jean Piaget op de manier waarop baby’s leren kan in 1 eenvoudige vergelijking
worden samengevat : Actie=kennis.
- Kennis is het resultaat van direct motorisch gedrag.
De ontwikkelingstheorie van Piaget is gebaseerd op een stadiamodel.
- Hij ging ervan uit dat alle kinderen van geboorte tot adolescentie in een vaste
volgorde 4 universele stadia doorlopen :
1. Het sensomotorische stadium (0-2 jaar)
2. Het preoperationele stadium (2-7 jaar).
3. Het concreet operationele stadium (7-12).
4. Het formeel operationele stadium (12 - volwassenheid).
Hij meende dat de ene overgang van het ene naar het andere stadium plaatsvindt wanneer
een kind het juiste niveau van fysieke rijping heeft bereikt en is blootgesteld aan relevante
ervaringen. Zonder ervaringen zouden kinderen niet in staat zijn om hun cognitieve
potentieel te bereiken.
De theorie van Piaget is ook van belang om te kijken naar de veranderingen in de kwaliteit
van de kennis en het begrip van kinderen.
Mentale structuren (schema’s) zijn de fundamentele bouwstenen van de manier waarop zij
de wereld zien.
Schema : georganiseerde mentale structuur en patronen.
Piaget meende dat adaptie ten grondslag ligt aan de groei van schema’s.
Adaptie : de eigenschap van iemand om zich aan te passen aan zijn omgeving.
- Bestaat uit 2 aparte processen : assimilatie en accommodatie.
Assimilatie : het proces waarmee mensen ervaringen interpreteren aan de hand van hun
huidige cognitieve ontwikkelingsstadium en denkwijze.
- Iets nieuws plaatsen binnen wat we al weten en begrijpen van de wereld zoals die bekend
is.
Accommodatie : het proces waarmee mensen bestaande manieren van denken of doen
veranderen als reactie op ontmoetingen met nieuwe stimuli of gebeurtenissen.
6.1.2 De sensomotorische periode : de basis van de vroege cognitieve groei.
Het sensomotorische stadium wordt onderverdeeld in 6 substadia.
6.1 Cognitieve ontwikkeling volgens Piaget, Belangrijke elementen van Piagets theorie.
De visie van Jean Piaget op de manier waarop baby’s leren kan in 1 eenvoudige vergelijking
worden samengevat : Actie=kennis.
- Kennis is het resultaat van direct motorisch gedrag.
De ontwikkelingstheorie van Piaget is gebaseerd op een stadiamodel.
- Hij ging ervan uit dat alle kinderen van geboorte tot adolescentie in een vaste
volgorde 4 universele stadia doorlopen :
1. Het sensomotorische stadium (0-2 jaar)
2. Het preoperationele stadium (2-7 jaar).
3. Het concreet operationele stadium (7-12).
4. Het formeel operationele stadium (12 - volwassenheid).
Hij meende dat de ene overgang van het ene naar het andere stadium plaatsvindt wanneer
een kind het juiste niveau van fysieke rijping heeft bereikt en is blootgesteld aan relevante
ervaringen. Zonder ervaringen zouden kinderen niet in staat zijn om hun cognitieve
potentieel te bereiken.
De theorie van Piaget is ook van belang om te kijken naar de veranderingen in de kwaliteit
van de kennis en het begrip van kinderen.
Mentale structuren (schema’s) zijn de fundamentele bouwstenen van de manier waarop zij
de wereld zien.
Schema : georganiseerde mentale structuur en patronen.
Piaget meende dat adaptie ten grondslag ligt aan de groei van schema’s.
Adaptie : de eigenschap van iemand om zich aan te passen aan zijn omgeving.
- Bestaat uit 2 aparte processen : assimilatie en accommodatie.
Assimilatie : het proces waarmee mensen ervaringen interpreteren aan de hand van hun
huidige cognitieve ontwikkelingsstadium en denkwijze.
- Iets nieuws plaatsen binnen wat we al weten en begrijpen van de wereld zoals die bekend
is.
Accommodatie : het proces waarmee mensen bestaande manieren van denken of doen
veranderen als reactie op ontmoetingen met nieuwe stimuli of gebeurtenissen.
6.1.2 De sensomotorische periode : de basis van de vroege cognitieve groei.
Het sensomotorische stadium wordt onderverdeeld in 6 substadia.