Hoofdstuk 4 – Tijd van steden en staten
4.1 – Steden: handel en nijverheid
De opkomst van handel en ambacht die de basis legden voor het herleven van een agrarisch-
urbane samenleving. Na 1000 herleefde de landbouwstedelijke samenleving in West-Europa.
De landbouw ging meer opbrengen. Er ontstonden duizenden steden waar handelaren en
ambachtslieden leefden.
De opkomst van stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden. Steden
werden zelfstandiger doordat edelen hun steeds meer rechten verleenden, in ruil voor geld.
Door hun rijkdom en vrijheid hadden de steden een grote aantrekkingskracht op de
bewoners van het platteland. De macht in steden kwam in handen van een elite van rijke
kooplieden.
In de vroege middeleeuwen waren kleine dorpsgemeenschappen economisch
zelfvoorzienend. Op het domein werd het werk gedaan door horigen, de heer kreeg pacht en
de kerk 10% van de oogst. De rest was voor eigen consumptie.
In de tijd van steden en staten ontstond door ontginning, ontpoldering en nieuwe
landbouwtechnieken verandering in de samenleving. Boeren gingen samenwerken en de
voedselproductie nam toe.
Voedseloverschotten zorgden voor mogelijkheid van ontwikkeling, in kustplaatsen gingen
veel mensen over van akkerbouw naar veeteelt en dat laat zien dat er veel vraag was naar
luxe producten. Niet iedereen was boer en mensen konden door handel en nijverheid van
hun ambacht hun beroep maken. Handelaren van een stad werkten samen in een
koopmansgilden zodat ze handelsvoorrechten kregen. De volgende stap was een aantal
steden waarvan handelaren samenwerkten, Hanze. Hierdoor ontstond schaalvergroting in
handel tussen regio’s.
Door bevordering van handel en nijverheid stimuleerden koningen, hertogen en graven de
ontwikkeling van steden in 12e eeuw. Hiermee werd ook de macht van de adel vergroot
omdat zijn een groter deel van de belasting ontvingen.
4.2 – Stadslucht maakt vrij
De opkomst van stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden. Steden
werden zelfstandiger doordat edelen hun steeds meer rechten verleenden, in ruil voor geld.
Door hun rijkdom en vrijheid hadden de steden een grote aantrekkingskracht op de
bewoners van het platteland. De macht in steden kwam in handen van een elite van rijke
kooplieden.
De ontwikkeling naar meer vrijheid in de vroege middeleeuwen begon toen de slavernij
werd omgezet naar vrijer bestaan als horige. Vanaf de 11e eeuw werden boeren en horigen
aangemoedigd te ontginnen in ruil voor lagere belasting of vrijstelling herendiensten. Veel
mensen kregen eigenlijk een stuk grond voor lage belasting, dit bevorderede de ontwikkeling
naar meer vrijheid. Dit zette zich ook door in de tijd van steden en staten, te danken aan
opkomst steden. De privileges zorgde voor een enorme trek naar de stad.
Ook horigen trokken naar de stad, en een tekort aan horigen kon alleen vermeden worden
door verlagen van belasting en herendiensten te verminderen. Zo leidde dit voor de hele
bevolking tot meer vrijheid.
4.1 – Steden: handel en nijverheid
De opkomst van handel en ambacht die de basis legden voor het herleven van een agrarisch-
urbane samenleving. Na 1000 herleefde de landbouwstedelijke samenleving in West-Europa.
De landbouw ging meer opbrengen. Er ontstonden duizenden steden waar handelaren en
ambachtslieden leefden.
De opkomst van stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden. Steden
werden zelfstandiger doordat edelen hun steeds meer rechten verleenden, in ruil voor geld.
Door hun rijkdom en vrijheid hadden de steden een grote aantrekkingskracht op de
bewoners van het platteland. De macht in steden kwam in handen van een elite van rijke
kooplieden.
In de vroege middeleeuwen waren kleine dorpsgemeenschappen economisch
zelfvoorzienend. Op het domein werd het werk gedaan door horigen, de heer kreeg pacht en
de kerk 10% van de oogst. De rest was voor eigen consumptie.
In de tijd van steden en staten ontstond door ontginning, ontpoldering en nieuwe
landbouwtechnieken verandering in de samenleving. Boeren gingen samenwerken en de
voedselproductie nam toe.
Voedseloverschotten zorgden voor mogelijkheid van ontwikkeling, in kustplaatsen gingen
veel mensen over van akkerbouw naar veeteelt en dat laat zien dat er veel vraag was naar
luxe producten. Niet iedereen was boer en mensen konden door handel en nijverheid van
hun ambacht hun beroep maken. Handelaren van een stad werkten samen in een
koopmansgilden zodat ze handelsvoorrechten kregen. De volgende stap was een aantal
steden waarvan handelaren samenwerkten, Hanze. Hierdoor ontstond schaalvergroting in
handel tussen regio’s.
Door bevordering van handel en nijverheid stimuleerden koningen, hertogen en graven de
ontwikkeling van steden in 12e eeuw. Hiermee werd ook de macht van de adel vergroot
omdat zijn een groter deel van de belasting ontvingen.
4.2 – Stadslucht maakt vrij
De opkomst van stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden. Steden
werden zelfstandiger doordat edelen hun steeds meer rechten verleenden, in ruil voor geld.
Door hun rijkdom en vrijheid hadden de steden een grote aantrekkingskracht op de
bewoners van het platteland. De macht in steden kwam in handen van een elite van rijke
kooplieden.
De ontwikkeling naar meer vrijheid in de vroege middeleeuwen begon toen de slavernij
werd omgezet naar vrijer bestaan als horige. Vanaf de 11e eeuw werden boeren en horigen
aangemoedigd te ontginnen in ruil voor lagere belasting of vrijstelling herendiensten. Veel
mensen kregen eigenlijk een stuk grond voor lage belasting, dit bevorderede de ontwikkeling
naar meer vrijheid. Dit zette zich ook door in de tijd van steden en staten, te danken aan
opkomst steden. De privileges zorgde voor een enorme trek naar de stad.
Ook horigen trokken naar de stad, en een tekort aan horigen kon alleen vermeden worden
door verlagen van belasting en herendiensten te verminderen. Zo leidde dit voor de hele
bevolking tot meer vrijheid.