Sociale Zekerheid h1/h2
5 tm 14 en 20 en 21
Grondwet art.20 GW
Groei van de bestuurstaak
Tot 1850 nachtwakerstaat
o Minimale overheidsbemoeienis
1850-1950 overgangsperiode
1950-2013 verzorgingsstaat
o Groei bestuurstaak, maar later ook terugtredende overheid
2013-nu participatiesamenleving
o Maar neemt de overheid sinds 2020 weer een grotere rol?
Nederlands recht
Privaatrecht (burgerlijk recht, civiel recht)
Personen- en familierecht
Rechtspersonenrecht
Vermogensrecht
Publiek recht
Staatsrecht
Strafrecht
Bestuursrecht (administratierecht)
o Sociale zekerheid
Algemeen of bijzonder bestuursrecht
Algemeen bestuursrecht Bijzonder bestuursrecht
Regelt de overkoepelde begrippen, Regelt de inhoud van een specifieke
procedures, termijnen die, in beginstel, bestuurstaak
voor alle bestuurstaken
Bij AWB Bij. AOW (sociale zekerheid)
Bevoegdheid op basis van 2 beginselen
1. Legaliteitsbeginstel
o Wettelijke grondslag
2. Specialiteitsbeginsel
o Doel gebonden
o ‘Rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen. (Art. 3:4 Awb)
, Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Doel: zorgvuldige omgang met de burger
Fair play
Zorgvuldige voorbereiding
Motivering
Gelijkheid
Vertrouwen
Rechtszekerheid
Evenredigheid
Fair play Zorgvuldige voorbereiding Motivering
Art. 2:4 AWB Art. 3:2 AWB Art. 3:46 Awb + 3:47 Awb
Open Relevante informatie Uitleg van het besluit
verzamelen
Eerlijk Passief en actief Kenbaarheid: hoe tot het
besluit gekomen
Onpartijdig Draagkracht: gebaseerd op
wetsartikelen
Gelijkheidsbeginsels Vertrouwensbeginsel Rechtszekerheid
Art. 1 Gw Niet in de Awb Komt altijd na het besluit
Gelijke gevallen, gelijk Voorafgaand aan besluit
behandelen
Opgewekt vertrouwen ‘
Gerechtvaardigd
Evenredigheidsbeginsel
Art. 3:4
Verhouding tussen doel van
het besluit en de gevolgen
daarvan
‘Hardheidsclausule’
Drie B’s van het bestuursrecht
1. Bestuursorgaan
Art. 1:1 Awb
Sociale zekerheid: uitvoeringsorgaan (zie h. 6)
2. Belanghebbende
Art. 1:2 awb
3. Besluit
Art.1:3 Awb
5 tm 14 en 20 en 21
Grondwet art.20 GW
Groei van de bestuurstaak
Tot 1850 nachtwakerstaat
o Minimale overheidsbemoeienis
1850-1950 overgangsperiode
1950-2013 verzorgingsstaat
o Groei bestuurstaak, maar later ook terugtredende overheid
2013-nu participatiesamenleving
o Maar neemt de overheid sinds 2020 weer een grotere rol?
Nederlands recht
Privaatrecht (burgerlijk recht, civiel recht)
Personen- en familierecht
Rechtspersonenrecht
Vermogensrecht
Publiek recht
Staatsrecht
Strafrecht
Bestuursrecht (administratierecht)
o Sociale zekerheid
Algemeen of bijzonder bestuursrecht
Algemeen bestuursrecht Bijzonder bestuursrecht
Regelt de overkoepelde begrippen, Regelt de inhoud van een specifieke
procedures, termijnen die, in beginstel, bestuurstaak
voor alle bestuurstaken
Bij AWB Bij. AOW (sociale zekerheid)
Bevoegdheid op basis van 2 beginselen
1. Legaliteitsbeginstel
o Wettelijke grondslag
2. Specialiteitsbeginsel
o Doel gebonden
o ‘Rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen. (Art. 3:4 Awb)
, Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Doel: zorgvuldige omgang met de burger
Fair play
Zorgvuldige voorbereiding
Motivering
Gelijkheid
Vertrouwen
Rechtszekerheid
Evenredigheid
Fair play Zorgvuldige voorbereiding Motivering
Art. 2:4 AWB Art. 3:2 AWB Art. 3:46 Awb + 3:47 Awb
Open Relevante informatie Uitleg van het besluit
verzamelen
Eerlijk Passief en actief Kenbaarheid: hoe tot het
besluit gekomen
Onpartijdig Draagkracht: gebaseerd op
wetsartikelen
Gelijkheidsbeginsels Vertrouwensbeginsel Rechtszekerheid
Art. 1 Gw Niet in de Awb Komt altijd na het besluit
Gelijke gevallen, gelijk Voorafgaand aan besluit
behandelen
Opgewekt vertrouwen ‘
Gerechtvaardigd
Evenredigheidsbeginsel
Art. 3:4
Verhouding tussen doel van
het besluit en de gevolgen
daarvan
‘Hardheidsclausule’
Drie B’s van het bestuursrecht
1. Bestuursorgaan
Art. 1:1 Awb
Sociale zekerheid: uitvoeringsorgaan (zie h. 6)
2. Belanghebbende
Art. 1:2 awb
3. Besluit
Art.1:3 Awb