1. Janneke (11) wilt graag om 21:30 uur naar bed, nu gaat zij om 20:30 uur naar bed. Haar ouders
zijn het er niet mee eens en vinden dat zij haar slaap nodig heeft. Hieruit ontstaan vaak conflicten.
Uiteindelijjk sluiten zij een compromis en gaat Janneke om 21:00 uur naar bed. De conflicten
worden minder en de relatie wordt gelijkwaardiger.
Welke theorie sluit het beste aan op deze casus?
a. Moderate Discrepancy Hypothesis
b. Expectancy-violation realignment theorie
c. Seperatie-individuatie
d. Symbolic interactionist theory
2. Wat zijn de drie fasen van BIgelow in de kindertijd?
a. Reward-cost stage, normative stage en empahtetic stage
b. Normative stage, reward-cost stage en empathetic stage
c. Individual stage, normative stage en reward-cost stage
d. Individual stage, reward-cost stage en empathetic stage
3. Wat zijn de drie belangrijke factoren die de term 'socialisatie' definiëren?
a. Proces, cultuur, functioneren
b. Aanleren, cultuur, functioneren
c. Proces, aanleren, fucntioneren
d. Proces, aanleren, cultuur
4. Harm-Jan (13) zit net op de middelbare school, hij maakt nieuwe vrienden in de klas. Hij hangt
vaak rond op het pleintje naast de school, hier zit ook een supermarkt. Zijn nieuwe vrienden
stelen wel eens iets kleins uit de supermarkt om te eten. Harm-Jan zijn zakgeld is op en denkt er
over na om ook wat te gaan stelen.
Welk perspectief sluit het beste aan op deze casus?
a. Social bonding perspectief
b. Social interaction perspectief
c. Levensloop perspectief
d. Social cognitive perspectief