Probleemoplossend gesprek
Een probleemoplossend gesprek is gericht op het versterken van het zelfmanagement van de cliënt.
Het doel is om de cliënt in te laten zien wat zijn probleem is, wat dat probleem voor hem of haar
betekent/wat de consequenties hiervan zijn en wat de mogelijke oplossingen zijn. Laten merken dat
je tijd hebt voor de patiënt en niet gehaast bent is een belangrijke voorwaarde. Moet je aangeven
hoe lang je hebt voor een gesprek? Een probleemverhelderend gesprek bestaat uit 4 fasen. Spreek
je bij de toets gewoon met u? Wordt er streng gekeken naar het rubrics formulier? Bijvoorbeeld als
je reageert met ja, ja, mmm, mmm?
Fase 1 - probleemdefiniëring
Je probeert duidelijk te krijgen wat er aan de hand is. Vragen die je in deze fase kunt stellen zijn:
- Waar maakt u u zorgen over? Waar merk je dat aan?
- Wat is er gebeurd of gezegd? Wat dacht u toen? Hoe denkt u daar nu over?
Je vat het probleem ook samen door bijvoorbeeld te zeggen: als ik u goed begrepen heb… Laat de
cliënt het probleem wel goed verwoorden! Ga niet te snel over tot oplossingen!
Fase 2 - benoemen van de consequenties van het probleem
Je moet goed doorvragen om de oorzaak en consequenties van het probleem duidelijk te krijgen.
Vragen die je kan stellen zijn:
- Wat betekent dit voor u?
- Wat zijn de consequenties hiervan?
Fase 3 - het formuleren van de doelen
In deze fase kun je doelen formuleren die gericht zijn op de consequenties van het probleem,
waardoor het probleem zelf voor de cliënt draaglijker wordt. De geformuleerde doelen kunnen ook
betrekking hebben op het oplossen van het probleem. Het formuleren van doelen heeft 2 functies:
het dient als referentiepunt voor het toetsen van de in fase 4 geformuleerde oplossingen en het
dient om de verwachtingen van de cliënt in kaart te brengen. Hulpvragen bij het formuleren van
doelen zijn bijvoorbeeld:
- Wanneer is voor u (het probleem/de consequentie) opgelost?
- Wanneer is voor u (het probleem/de consequentie) draaglijk?
- Wat is er nodig zodat u kunt zeggen: zo kan ik er zelf weer mee verder?
Als de cliënt niet goed weet antwoord te geven, dan kun je de ‘wondervraag’ stellen:
- Stelt u zich voor dat er in uw slaap een wonder zou gebeuren waardoor het probleem zou
zijn opgelost.
- Wat is er dan veranderd als u wakker zou worden? Wat is de verandering?
Fase 4 – het verkennen en formuleren van oplossingen
In deze fase is het belangrijk een lijst met mogelijke oplossingen te maken, ze hoeven niet haalbaar
te zijn. Laat de cliënt zoveel mogelijk zelf oplossingen aandragen door vragen te stellen, dit kan
bijvoorbeeld zo: