Samenvatting onderzoek
Nel Verhoeven – H1 t/m 6, 7.1, 7.2, 7.9, H8 t/m 10, Snelgids SPSS 16.0, Snelgids SPSS deel 2 – 3
toetsen, Het behandelde in de lessen en powerpoints
Nel Verhoeven – H1 t/m 6, 7.1, 7.2, 7.9, H8 t/m 10:
Hoofdstuk 1 Functie van onderzoek
Kenmerken onderzoeker:
- Houding (onafhankelijk, openheid, wetenschappelijk)
- Kennis van methoden (constant) en onderwerp
- Vaardigheid in het doen van onderzoek (selecteren groep en interpreteren analyseresultaten)
Onderzoeksplan:
- Formuleren probleemstelling
- Kijken naar eerdere onderzoeken/conclusies
- Deadline bepalen
- Budget voor uitvoeren vaststellen
Fundamenteel vs. Praktijkgericht
- universiteit - HBO
- kennisvraag - praktijkvraag
- wetenschappelijk relevant - hogere maatschappelijke relevantie
! Praktijkgericht onderzoek kan ook kennisvragen beantwoorden en fundamenteel onderzoek kan
ook praktijkvragen onderzoeken.
Kwantitatief vs. Kwalitatief
- cijfermatige info - holisme (ervaringen als geheel maken)
- statistische technieken - gegevens in alledaagse taal
- weinig gegevens van grote - veel gegevens van enkele personen
groepen mensen - betekenisverlening
- meetbaar maken
Triangulatie: verschillende kwantitatieve en kwalitatieve methoden combineren om 1
probleemstelling te beantwoorden. (meerdere invalshoeken)
Inductief vs. Deductief
- thema’s/theorieën van - verwachtingen aan hand van bestaande
te voren niet bekend theorieën
- gaandeweg theorie - nagaan of theorieën stand houden
ontwikkelen - theorie -> gegevens (theorietoetsend)
- iteratief proces;
verzamelen + analyseren -> conclusies -> met nieuwe gegevens aanvullen -> weer verzamelen en
analyseren.
Onderzoekstromingen:
- Empirisch: onderzoeken met bepaalde systematiek waarnemen wat er in werkelijkheid afspeelt.
- Analytisch: kritisch/rationeel; geldig tot tegendeel bewezen wordt.
Nel Verhoeven – H1 t/m 6, 7.1, 7.2, 7.9, H8 t/m 10, Snelgids SPSS 16.0, Snelgids SPSS deel 2 – 3
toetsen, Het behandelde in de lessen en powerpoints
Nel Verhoeven – H1 t/m 6, 7.1, 7.2, 7.9, H8 t/m 10:
Hoofdstuk 1 Functie van onderzoek
Kenmerken onderzoeker:
- Houding (onafhankelijk, openheid, wetenschappelijk)
- Kennis van methoden (constant) en onderwerp
- Vaardigheid in het doen van onderzoek (selecteren groep en interpreteren analyseresultaten)
Onderzoeksplan:
- Formuleren probleemstelling
- Kijken naar eerdere onderzoeken/conclusies
- Deadline bepalen
- Budget voor uitvoeren vaststellen
Fundamenteel vs. Praktijkgericht
- universiteit - HBO
- kennisvraag - praktijkvraag
- wetenschappelijk relevant - hogere maatschappelijke relevantie
! Praktijkgericht onderzoek kan ook kennisvragen beantwoorden en fundamenteel onderzoek kan
ook praktijkvragen onderzoeken.
Kwantitatief vs. Kwalitatief
- cijfermatige info - holisme (ervaringen als geheel maken)
- statistische technieken - gegevens in alledaagse taal
- weinig gegevens van grote - veel gegevens van enkele personen
groepen mensen - betekenisverlening
- meetbaar maken
Triangulatie: verschillende kwantitatieve en kwalitatieve methoden combineren om 1
probleemstelling te beantwoorden. (meerdere invalshoeken)
Inductief vs. Deductief
- thema’s/theorieën van - verwachtingen aan hand van bestaande
te voren niet bekend theorieën
- gaandeweg theorie - nagaan of theorieën stand houden
ontwikkelen - theorie -> gegevens (theorietoetsend)
- iteratief proces;
verzamelen + analyseren -> conclusies -> met nieuwe gegevens aanvullen -> weer verzamelen en
analyseren.
Onderzoekstromingen:
- Empirisch: onderzoeken met bepaalde systematiek waarnemen wat er in werkelijkheid afspeelt.
- Analytisch: kritisch/rationeel; geldig tot tegendeel bewezen wordt.