Hoofdstuk 1: Economische doelmatigheid
Betalingsbereidheid: maximale bedrag dat een persoon wil betalen voor een product.
Leveringsbereidheid: de laagste prijs waarvoor een aanbieder zijn product wil verkopen.
Kosten: waarde van opgeofferde schaarse middelen.
Baten: mate van behoeftebevrediging.
Consumentensurplus: verschil tussen het bedrag dat een koper maximaal bereid is te betalen en de
prijs die hij in werkelijkheid betaalt.
Producentensurplus: verschil tussen de ontvangen prijs en de minimale prijs waartegen je het product
wil aanbieden (P-MK)
Een markt werkt perfect als het surplus en de doelmatigheid maximaal zijn.
Pareto optimaal: het marktresultaat verbeterd als de vooruitgang van de een, groter is dan de
achteruitgang van de ander. Het is optimaal als een persoon zij resultaat niet kan verbeteren zonder
dat dit ten koste gaat van de ander.
Hoofdstuk 2: De overheid grijpt in
Het ingrijpen van de overheid heet prijsregulering, ingrijpen leid tot verloren surplus deadweight
loss/Harberger driehoek. Als er een maximumprijs word ingesteld ontstaat er een vraagoverschot en
verplaatst er een stukje surplus van de producent naar de consument. ½ x subsidie/heffing x (Q1/Qe)
20: evenwichtsprijs
15: maximumprijs
Extra consumentensurplus
Verloren surplus
Afwentelingspercentage: Het deel van de heffing dat wordt doorberekend aan de consument. Hoe
steiler de vraaglijn/vlakker de aanbodlijn, hoe hoger de afwenteling.