Week 1: Dadertheorieën
Mensbeelden in de criminologie
Oorsprong terug te vinden in de verlichting (o.a.. Beccaria over misdaden en straffen) →
mens staat centraal
Wetenschap en kennis gingen zich veel meer richten op individueel handelen
1. De rationele dader: homo economicus
a. Als mens handel je rationeel, je hebt een keuze en maakt een afweging
voordat je een bepaalde handeling inzet
2. De invloed van sociale omgeving : homo sociologicus
Gelegenheidstheorieën
Gelegenheidstheorieën (Felson & Eckert) → rationele dader
Centrale vraag = waarom plegen mensen criminaliteit?
Kort = "gelegenheid maakt de dader"
Dus = Vanuit deze theorie kan iedereen dader (en dus ook slachtoffer) worden
Wanneer spreek je dan van een gelegenheid? → onze dagelijkse bezigheden zorgen ervoor dat
potentiële daders en slachtoffers samenkomen op een geschikte locatie en daar dus de kans op
dader en slachtofferschap het grootst is.
Routine activiteiten theorie:
Daderschap door:
Gemotiveerde dader
Aantrekkelijk doelwit
Afwezigheid van toezicht
Eck's crime triangle:
Deze triangle laat zien hoe je vanuit beleid en preventie die verschillende factoren kunt
beïnvloeden.
De gemotiveerde dader (=iedereen)
Maakt snelle afweging, maar bounded rationality
o Op basis van (beperkte) signalen (cues) uit de directe omgeving
(setting) over het doelwit en het toezicht.
o Situatie bepaalt de afweging en keuze
Snel plezier (baten), geen "pijn" (kosten)
Rationele dader ≠ voorbereidende dader!
o 'Zinloos' geweld
,Aantrekkelijk doelwit:
Concealable → je moet het makkelijk kunnen verstoppen
Removable → makkelijk kunnen wegnemen
Available → het moet te verkrijgen zijn
Valuable → het moet iets van waarde hebben
Enjoyable → de dader moet er wel van genieten
Disposable → item moet ook makkelijk weg te doen zijn
VIVA → Value, Inertia (hoe makkelijk krijg je iets in beweging) , Visibility and Access
De homo sociologicus
Levensloopcriminologie (Laub & Sampson)
"Shared beginnings, divergent lives"
Ondanks dat mensen dezelfde soort start hebben in het leven, er door allerlei factoren die op
hun pad komen verschillende uitkomsten ontstaan.
Centrale vragen:
Op welke manier verschillen criminele carrières tussen personen?
Waarom stoppen sommige daders en waarom gaan andere daders hun hele leven
door?
Focus:
Levensfasen, keerpunten (turning points)
Sociale omgeving: gezin, werk, activiteiten
Typologie van daders en criminele carrières (in werkelijkheid zijn daders niet zo netjes in te
delen)
Persisters → jong begonnen en gaan ook door met plegen
Desisters → jonge leeftijd crimineel gedrag maar stoppen met plegen
Intermittent offenders → dat was niet zo'n steady patroon, verschillende periodes
waarin ze juist wel of geen crimineel gedrag vertoonden.
Belangrijkste verschil is dat die persisters vooral een ongestructureerd & onregelmatig leven
hadden, weinig binding en stabiliteit. En de desisters door middel van zo'n keerpunt toch die
stabiliteit vonden en stopten met crimineel gedrag.
Keerpunt (turning point)
= een gebeurtenis in het leven van een dader die leidt tot een verandering in
levensomstandigheden
Verklaart het verschil in criminele carrières
Wanneer leidt een gebeurtenis tot een verandering in levensomstandigheden?
Voorwaarden van desistance:
Afsnijden van verleden
Positief effect van sociaal netwerk → toezicht en steun
Verandering van en structuur in routine activiteiten bieden
Verandering van identiteit → mensen gingen ook echt vanuit zichzelf geloven dat
ze geen crimineel meer willen zijn.
→ Alleen dan is een gebeurtenis een keerpunt!
, Mens als betekenisgevend wezen
Culturele Criminologie (Katz)
Seductions of Crime : Inzicht in de drijfveren en aantrekking van winkeldiefstal onder
vrouwelijke studenten.
Centrale vraag:
Wat proberen mensen te doen (= drijfveren en aantrekking) wanneer zij crimineel gedrag
plegen?
Katz' kritiek op mainstream criminologen:
Focus op 'achtergrond' als verklaring
Normovertreding is instrumenteel (bijv. RAT) of pathologisch handelen
(psychopaten → homo biologicus)
Focus
Voorgrond = hoe ervaren daders normovertreding?
Drijfveer = alledaagse morele emoties
o Vernedering, rechtvaardigheid, arrogantie, spot, cynisme, wraak of eer.
Aantrekkingskracht van normovertreding:
o Kick, sensatie, trots, eerherstel, zelfbevestiging.
Betekenisgeving plaatsen in bredere culture context → normen en waarden
Tijd- en plaatsgebonden
Persoon van de dader in deze theorieen
Verschillen en overeenkomsten in
1. Mensbeeld
2. Gewone handeling of bijzonder
3. Eigen keuze
Homo economicus
o Rationele mens
o Gedrag komt voort uit rationele keuzes
o Snelle beslissing
o Afweging kosten-baten
Homo sociologicus
o Sociaal mens
o Gedrag komt voort uit interactie met sociale omgeving
o Twee varianten:
Invloed van sociale omgeving
Invloed van 'cultuur' (betekenisgeving, moraliteit
Mensbeelden in de criminologie
Oorsprong terug te vinden in de verlichting (o.a.. Beccaria over misdaden en straffen) →
mens staat centraal
Wetenschap en kennis gingen zich veel meer richten op individueel handelen
1. De rationele dader: homo economicus
a. Als mens handel je rationeel, je hebt een keuze en maakt een afweging
voordat je een bepaalde handeling inzet
2. De invloed van sociale omgeving : homo sociologicus
Gelegenheidstheorieën
Gelegenheidstheorieën (Felson & Eckert) → rationele dader
Centrale vraag = waarom plegen mensen criminaliteit?
Kort = "gelegenheid maakt de dader"
Dus = Vanuit deze theorie kan iedereen dader (en dus ook slachtoffer) worden
Wanneer spreek je dan van een gelegenheid? → onze dagelijkse bezigheden zorgen ervoor dat
potentiële daders en slachtoffers samenkomen op een geschikte locatie en daar dus de kans op
dader en slachtofferschap het grootst is.
Routine activiteiten theorie:
Daderschap door:
Gemotiveerde dader
Aantrekkelijk doelwit
Afwezigheid van toezicht
Eck's crime triangle:
Deze triangle laat zien hoe je vanuit beleid en preventie die verschillende factoren kunt
beïnvloeden.
De gemotiveerde dader (=iedereen)
Maakt snelle afweging, maar bounded rationality
o Op basis van (beperkte) signalen (cues) uit de directe omgeving
(setting) over het doelwit en het toezicht.
o Situatie bepaalt de afweging en keuze
Snel plezier (baten), geen "pijn" (kosten)
Rationele dader ≠ voorbereidende dader!
o 'Zinloos' geweld
,Aantrekkelijk doelwit:
Concealable → je moet het makkelijk kunnen verstoppen
Removable → makkelijk kunnen wegnemen
Available → het moet te verkrijgen zijn
Valuable → het moet iets van waarde hebben
Enjoyable → de dader moet er wel van genieten
Disposable → item moet ook makkelijk weg te doen zijn
VIVA → Value, Inertia (hoe makkelijk krijg je iets in beweging) , Visibility and Access
De homo sociologicus
Levensloopcriminologie (Laub & Sampson)
"Shared beginnings, divergent lives"
Ondanks dat mensen dezelfde soort start hebben in het leven, er door allerlei factoren die op
hun pad komen verschillende uitkomsten ontstaan.
Centrale vragen:
Op welke manier verschillen criminele carrières tussen personen?
Waarom stoppen sommige daders en waarom gaan andere daders hun hele leven
door?
Focus:
Levensfasen, keerpunten (turning points)
Sociale omgeving: gezin, werk, activiteiten
Typologie van daders en criminele carrières (in werkelijkheid zijn daders niet zo netjes in te
delen)
Persisters → jong begonnen en gaan ook door met plegen
Desisters → jonge leeftijd crimineel gedrag maar stoppen met plegen
Intermittent offenders → dat was niet zo'n steady patroon, verschillende periodes
waarin ze juist wel of geen crimineel gedrag vertoonden.
Belangrijkste verschil is dat die persisters vooral een ongestructureerd & onregelmatig leven
hadden, weinig binding en stabiliteit. En de desisters door middel van zo'n keerpunt toch die
stabiliteit vonden en stopten met crimineel gedrag.
Keerpunt (turning point)
= een gebeurtenis in het leven van een dader die leidt tot een verandering in
levensomstandigheden
Verklaart het verschil in criminele carrières
Wanneer leidt een gebeurtenis tot een verandering in levensomstandigheden?
Voorwaarden van desistance:
Afsnijden van verleden
Positief effect van sociaal netwerk → toezicht en steun
Verandering van en structuur in routine activiteiten bieden
Verandering van identiteit → mensen gingen ook echt vanuit zichzelf geloven dat
ze geen crimineel meer willen zijn.
→ Alleen dan is een gebeurtenis een keerpunt!
, Mens als betekenisgevend wezen
Culturele Criminologie (Katz)
Seductions of Crime : Inzicht in de drijfveren en aantrekking van winkeldiefstal onder
vrouwelijke studenten.
Centrale vraag:
Wat proberen mensen te doen (= drijfveren en aantrekking) wanneer zij crimineel gedrag
plegen?
Katz' kritiek op mainstream criminologen:
Focus op 'achtergrond' als verklaring
Normovertreding is instrumenteel (bijv. RAT) of pathologisch handelen
(psychopaten → homo biologicus)
Focus
Voorgrond = hoe ervaren daders normovertreding?
Drijfveer = alledaagse morele emoties
o Vernedering, rechtvaardigheid, arrogantie, spot, cynisme, wraak of eer.
Aantrekkingskracht van normovertreding:
o Kick, sensatie, trots, eerherstel, zelfbevestiging.
Betekenisgeving plaatsen in bredere culture context → normen en waarden
Tijd- en plaatsgebonden
Persoon van de dader in deze theorieen
Verschillen en overeenkomsten in
1. Mensbeeld
2. Gewone handeling of bijzonder
3. Eigen keuze
Homo economicus
o Rationele mens
o Gedrag komt voort uit rationele keuzes
o Snelle beslissing
o Afweging kosten-baten
Homo sociologicus
o Sociaal mens
o Gedrag komt voort uit interactie met sociale omgeving
o Twee varianten:
Invloed van sociale omgeving
Invloed van 'cultuur' (betekenisgeving, moraliteit