Het Nederlandse politieke landschap en de politieke cultuur zijn veranderd na de
eeuwwisseling. Er is echter ook het nodige hetzelfde gebleven, bijvoorbeeld de traditie van
overleg met maatschappelijke partners.
9.1 Pacificatie of polarisatie?
Zie pagina 296 t/m 298
9.2 Verzuiling en pacificatie in de twintigste eeuw
Gedurende een groot deel van de twintigste eeuw was de politieke omgeving van het
openbaar bestuur zeer gevarieerd, maar tegelijkertijd ook heel stabiel; door verzuiling. Zuilen
waren bevolkingsgroepen die zich in een complex van maatschappelijke organisaties
verenigd hadden op levensbeschouwelijke grondslag.
Wie het politieke landschap in ons land in kaart wilde brengen, had in de afgelopen eeuw
genoeg aan twee scheidslijnen, een religieuze en een sociaaleconomische scheidslijn.
De eerste scheidslijn tussen confessionele en niet-confessionele partijen, is de oudste en
gaat al terug tot ver in de negentiende eeuw, toen de protestantse en katholieke volkspartijen
opkwamen en stelling namen tegen de liberalen. Aan de ene kant van deze scheidslijn
stonden de christelijke partijen, zoals AR, CHU, KVP en SGP en aan de andere kant alle
andere partijen.
In de loop van de twintigste eeuw kwam daar de sociaaleconomische links-rechtsscheidslijn,
tussen arbeid en kapitaal bij. Aan de linkerkant stonden de partijen van de ‘arbeider’, zoals
de SDAP, PvdA en later ook GroenLinks en SP, aan de andere kant staan de partijen van
het ‘kapitaal’ zoals de VVD (CDA). Langs deze scheidslijn spelen zich tegenwoordig
bijvoorbeeld de debatten over de topinkomens, marktwerking en verzorgingsstaat af.
In Nederland nooit op een burgeroorlog uitgelopen doordat de elites van de verschillende
zuilen nauw met elkaar samenwerkten en de tegenstellingen niet te hoog lieten oplopen
pacificatiepolitiek. Daarbij hanteerde men een aantal ongeschreven spelregels die ervoor
zorgden dat de middelpuntvliedende krachten in bedwang werden gehouden.
9.2.1. Leiding en lijdelijkheid
De Nederlandse politieke en bestuurlijke cultuur van de vorige eeuw wordt getypeerd als
´leiding en lijdelijkheid´. Het gezag van de Nederlandse bestuurlijke elites was groot. Zij
werden geacht de maatschappij leiding te geven en dit werd door hun achterban, de kiezers
en de volksvertegenwoordiging lijdelijk geaccepteerd.
De belangrijke, ongeschreven politieke spelregels in die pacificatiedemocratie was: de
regering regeert.
9.2.2. Samenwerking aan de top
Corporatistische structuren
De pacificatiedemocratie werd in Nederland ondersteund door een reeks van zogenoemde
corporatistische structuren en instellingen. Op tal van terreinen bestonden overkoepelende
organisatie, op levensbeschouwelijke grondslag, die de belangen behartigden van
vakbonden, werkgeversverenigingen of van andere maatschappelijke organisaties, zoals
boerenbonden, schoolbesturen en kruisverenigingen.
1