Hoofdstuk 11 Ethiek en internationaal zakendoen
Vanwege de economische globalisering komen ondernemingen uit het Westen steeds vaker in
aanraking met landen waar andere economische omstandigheden heersen, waar de politiek en de
overheid anders functioneren en waar anders wordt gedacht over morele waarden en normen.
Mensenrechten geven ondergrenzen van het moreel handelen voor bedrijven aan.
Onderscheid twee typen morele vragen volgens Thomas Donaldson:
- Morele dilemma’s die worden opgeworpen door het ontwikkelingsniveau van het gastland
- Dilemma’s die voortkomen uit cultuurverschillen.
11.1 Westerse bedrijven en ontwikkelingslanden
Ontwikkelingslanden met hun nog niet verzadigde markten bieden voor westerse bedrijven een
potentieel voor snelle bedrijfsexpansie.
Het belang van ontwikkelingslanden voor het westerse bedrijfsleven leidt tot een aparte categorie
van bedrijf ethische problemen.
Ontwikkelingslanden hebben twee basiskenmerken die in bedrijfsethisch opzicht van belang zijn:
1. Ze hebben een zwak ontwikkeld bestuur. Dit kan inhouden dat de overheid en het rechtssysteem
weinig praktische invloed hebben (ineffectieve overheid). Of de overheid heeft weliswaar veel
invloed, maar de staat zelf heeft een wankele basis door het ontbreken van een democratisch
politiek systeem (instabiel regime).
Een zwak ontwikkeld bestuur is de voornaamste oorzaak van de bedrijfsethische problemen die
typisch zijn voor ontwikkelingslanden, doordat de sturende rol van de overheid wat betreft de relatie
tussen bedrijven en hun belanghebbenden vaak ontbreekt of onevenwichtig is.
2. Het nationale welvaartsniveau is aanzienlijk lager in ontwikkelingslanden dan het West-Europese
niveau.
Kapitaal en kennis, gebracht door buitenlands bedrijven, kunnen een bijdrage leveren aan
economische groei in ontwikkelingslanden.
Bedrijven die directe investeringen doen – en dus fysiek aanwezig zijn – in meer dan één land
noemen we multinationals.
Globalisering – internationale afhankelijkheid steeds groter.
11.1.1. Misbruik van de situatie in ontwikkelingslanden
Veel ontwikkelingslanden hebben een overheid die niet in staat is toe te zien op allerlei zaken die in
West-Europa strikt gereguleerd zijn. Omdat het overheidstoezicht in ontwikkelingslanden vaak slecht
is, hebben (westerse) bedrijven in deze landen een grote vrijheid wat betreft het omgaan met hun
werknemers, klanten en toeleveranciers, de omwonenden en het milieu.
Behalve in schade aan de genoemde direct belanghebbenden kan dergelijk gedrag in
ontwikkelingslanden ook resulteren in schade aan de lokale overheid (door belastingontduiking en
onttrekking aan wetgeving, deelname aan corruptie en toepassing van politieke invloed) en in schade
aan het lokale bedrijfsleven (tegenhouden van mededinging en oneerlijke concurrentie via politieke
middelen).
Het ontbreken van degelijk bestuur kan echter ook betekenen dat de overheid weliswaar krachtig
ingrijpt, maar dat dit op ondemocratische wijze gebeurt.
1
Vanwege de economische globalisering komen ondernemingen uit het Westen steeds vaker in
aanraking met landen waar andere economische omstandigheden heersen, waar de politiek en de
overheid anders functioneren en waar anders wordt gedacht over morele waarden en normen.
Mensenrechten geven ondergrenzen van het moreel handelen voor bedrijven aan.
Onderscheid twee typen morele vragen volgens Thomas Donaldson:
- Morele dilemma’s die worden opgeworpen door het ontwikkelingsniveau van het gastland
- Dilemma’s die voortkomen uit cultuurverschillen.
11.1 Westerse bedrijven en ontwikkelingslanden
Ontwikkelingslanden met hun nog niet verzadigde markten bieden voor westerse bedrijven een
potentieel voor snelle bedrijfsexpansie.
Het belang van ontwikkelingslanden voor het westerse bedrijfsleven leidt tot een aparte categorie
van bedrijf ethische problemen.
Ontwikkelingslanden hebben twee basiskenmerken die in bedrijfsethisch opzicht van belang zijn:
1. Ze hebben een zwak ontwikkeld bestuur. Dit kan inhouden dat de overheid en het rechtssysteem
weinig praktische invloed hebben (ineffectieve overheid). Of de overheid heeft weliswaar veel
invloed, maar de staat zelf heeft een wankele basis door het ontbreken van een democratisch
politiek systeem (instabiel regime).
Een zwak ontwikkeld bestuur is de voornaamste oorzaak van de bedrijfsethische problemen die
typisch zijn voor ontwikkelingslanden, doordat de sturende rol van de overheid wat betreft de relatie
tussen bedrijven en hun belanghebbenden vaak ontbreekt of onevenwichtig is.
2. Het nationale welvaartsniveau is aanzienlijk lager in ontwikkelingslanden dan het West-Europese
niveau.
Kapitaal en kennis, gebracht door buitenlands bedrijven, kunnen een bijdrage leveren aan
economische groei in ontwikkelingslanden.
Bedrijven die directe investeringen doen – en dus fysiek aanwezig zijn – in meer dan één land
noemen we multinationals.
Globalisering – internationale afhankelijkheid steeds groter.
11.1.1. Misbruik van de situatie in ontwikkelingslanden
Veel ontwikkelingslanden hebben een overheid die niet in staat is toe te zien op allerlei zaken die in
West-Europa strikt gereguleerd zijn. Omdat het overheidstoezicht in ontwikkelingslanden vaak slecht
is, hebben (westerse) bedrijven in deze landen een grote vrijheid wat betreft het omgaan met hun
werknemers, klanten en toeleveranciers, de omwonenden en het milieu.
Behalve in schade aan de genoemde direct belanghebbenden kan dergelijk gedrag in
ontwikkelingslanden ook resulteren in schade aan de lokale overheid (door belastingontduiking en
onttrekking aan wetgeving, deelname aan corruptie en toepassing van politieke invloed) en in schade
aan het lokale bedrijfsleven (tegenhouden van mededinging en oneerlijke concurrentie via politieke
middelen).
Het ontbreken van degelijk bestuur kan echter ook betekenen dat de overheid weliswaar krachtig
ingrijpt, maar dat dit op ondemocratische wijze gebeurt.
1