Hoofdstuk 8 Bescherming consument en concurrent
Een ondernemer streeft naar winst en een zo goed mogelijk rendement. De wetgever moet
de belangen van de maatschappij behartigen zonder daarbij de belangen van de
onderneming te veel uit het oog te verliezen.
8.1 Kartelvorming en misbruik van machtspositie
In Nederland kennen we een vrijemarkteconomie.
8.1.1. Kartelverbod
Het gevaar ligt op de loer dat bedrijven afspraken met elkaar gaan maken over bijvoorbeeld
een minimumprijs. Bij een gezamenlijke minimumprijs bereiken ze dat de winsten hoog zijn
zonder dat ze gevaar lopen dat klanten naar de concurrent overstappen.
Kartel: onderlinge afspraken tussen bedrijven die de vrije markt beïnvloeden, zijn verboden.
‘Verboden zijn overeenkomsten tussen ondernemingen (..) en onderling afgestemde feitelijke
gedragingen van ondernemingen, die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de
mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of
vervalst.’
Bij de vaststelling van het wel of niet bestaan van een kartel zijn twee zaken van belang:
1. Overeenkomsten tussen ondernemingen,
2. Negatief effect.
Overeenkomsten tussen ondernemingen
Allereerst zal moeten worden nagegaan of er sprake is van overeenkomsten tussen
ondernemingen. Overeenkomst: er moet een aanbod zijn, dat aanvaard wordt en er moet
wilsovereenstemming zijn. Het is geen vereiste dat die overeenkomst schriftelijk is
vastgelegd.
Naast de overeenkomst, worden de onderling afgestemde feitelijke gedragingen ook
uitdrukkelijk verboden (wanneer concurrenten informatie uitwisselen over prijzen, acties of
andere activiteiten).
Negatief effect
Om te spreken van een kartel, moet de bewuste afspraak een negatief effect hebben op de
vrije concurrentie in een bepaalde markt of beogen dat te hebben. Bijvoorbeeld als de prijs
hoger wordt gehouden dan dat hij zou zijn zonder de afspraken.
Kartelafspraken kunnen zowel horizontaal als verticaal plaatsvinden. Horizontale
afspraken worden gemaakt tussen directe concurrenten, tussen ondernemingen die op
dezelfde hoogte zitten in de bedrijfskolom. Voorbeeld: de afspraak tussen diverse
schoonmaakbedrijven om niet in de wijk van een concurrent klanten te werven.
Verticale afspraken worden gemaakt tussen bedrijven die niet op dezelfde hoogte zitten,
maar die leverancier en klant van elkaar zijn. Bijvoorbeeld afspraken over de verkoopprijs
voor de consument tussen een kledingproducent en de winkelier.
1
Een ondernemer streeft naar winst en een zo goed mogelijk rendement. De wetgever moet
de belangen van de maatschappij behartigen zonder daarbij de belangen van de
onderneming te veel uit het oog te verliezen.
8.1 Kartelvorming en misbruik van machtspositie
In Nederland kennen we een vrijemarkteconomie.
8.1.1. Kartelverbod
Het gevaar ligt op de loer dat bedrijven afspraken met elkaar gaan maken over bijvoorbeeld
een minimumprijs. Bij een gezamenlijke minimumprijs bereiken ze dat de winsten hoog zijn
zonder dat ze gevaar lopen dat klanten naar de concurrent overstappen.
Kartel: onderlinge afspraken tussen bedrijven die de vrije markt beïnvloeden, zijn verboden.
‘Verboden zijn overeenkomsten tussen ondernemingen (..) en onderling afgestemde feitelijke
gedragingen van ondernemingen, die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de
mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of
vervalst.’
Bij de vaststelling van het wel of niet bestaan van een kartel zijn twee zaken van belang:
1. Overeenkomsten tussen ondernemingen,
2. Negatief effect.
Overeenkomsten tussen ondernemingen
Allereerst zal moeten worden nagegaan of er sprake is van overeenkomsten tussen
ondernemingen. Overeenkomst: er moet een aanbod zijn, dat aanvaard wordt en er moet
wilsovereenstemming zijn. Het is geen vereiste dat die overeenkomst schriftelijk is
vastgelegd.
Naast de overeenkomst, worden de onderling afgestemde feitelijke gedragingen ook
uitdrukkelijk verboden (wanneer concurrenten informatie uitwisselen over prijzen, acties of
andere activiteiten).
Negatief effect
Om te spreken van een kartel, moet de bewuste afspraak een negatief effect hebben op de
vrije concurrentie in een bepaalde markt of beogen dat te hebben. Bijvoorbeeld als de prijs
hoger wordt gehouden dan dat hij zou zijn zonder de afspraken.
Kartelafspraken kunnen zowel horizontaal als verticaal plaatsvinden. Horizontale
afspraken worden gemaakt tussen directe concurrenten, tussen ondernemingen die op
dezelfde hoogte zitten in de bedrijfskolom. Voorbeeld: de afspraak tussen diverse
schoonmaakbedrijven om niet in de wijk van een concurrent klanten te werven.
Verticale afspraken worden gemaakt tussen bedrijven die niet op dezelfde hoogte zitten,
maar die leverancier en klant van elkaar zijn. Bijvoorbeeld afspraken over de verkoopprijs
voor de consument tussen een kledingproducent en de winkelier.
1