06-12-2016 – markt of overheid
Planeconomie, vrijemarkteconomie en gemixte economie. In de gemixte economie wordt
ingegrepen d.m.v. subsidies, belasting, wetgeving. Direct provision door overheid wanneer
de overheid elf de goederen levert en die goederen niet op de markt te verkrijgen zijn
publieke goederen.
Hoe snel past een markt zich aan> op lange termijn is alles elastischer op korte termijn is
aanbod inelastischer. Acute vraag treedt plotseling op; bijvoorbeeld strooizout. Karakter van
het goed is van belang: zijn er voorraden, alternatieven en kost het veel tijd om het te
maken. Als de prijs tijdelijk daalt gaan mensen meteen inslaan, bij en permanente prijsdaling
wachten mensen meer af.
Verzekeren tegen gebeurtenissen: asymmetrische informatie treedt op de verzekerde
weet meer dan de verzekeraar. Moral hazard: als je telefoon verzekerd is ben je er minder
voorzichtig mee (dit weet de verzekeraar niet). Averechtse selectie: verzekeraars willen het
liefst geen mensen verzekeren die hoog risico meedragen.
Minimum en maximumprijzen zie uitwerking literatuur.
Social efficiency = sociale nuttigheid. In de prijs zit niet alle info die er over dit goed te
verkrijgen is. Marginale kosten wijken af van private kosten MSB > MSC meer produceren.
MSC>MSB minder produceren
Externaliteit’ alle informatie van een product die niet in de prijs zit verwerkt. Negatief en
positief voor consument en producent. Negatieve externe kosten van consumptie zoals
ziekte bij roken. Niet rivaliserend goed; consumptie van een goed door een persoon sluit
consumptie van dat goed door anderen niet uit.
Interventies = subsidies of wetgeving. Via geld, regelgeving of wet kunnen we het gedrag
beïnvloeden.
7-12-2016 – duurzame economische ontwikkeling
Duurzame ontwikkeling: de behoeften van nu tegemoetkomen zonder de mogelijkheid van
toekomstige generaties om aan hun behoeften te voldoen te laten verdwijnen.
Pyramide van Maslow
Interpretatie van Heylighen op Maslow:
- Lower needs hebben een doel: hier kan je genoeg van hebben.
- Higher needs: geen optimale toestanden te bereiken.
- Non urgent versus urgent =
lower versus upper needs.
- Hogere behoeften ontstaan
als lagere behoeften op
orde zijn.
- Lagere behoeften zijn
individueel, hogere
collectief.