Hoofdstuk 1 – De verstandelijke beperking
1.1 Vier verhalen
Er moet duidelijk zijn wanneer er sprake is van een verstandelijke beperking en wat de (mogelijke) oorzaken
hiervan zijn. In de loop van de geschiedenis zijn de ideeën over en de behandeling van mensen met een
verstandelijke beperking veranderd.
1.2 De verstandelijke beperking: begripsbepaling
Een verstandelijke beperking heeft verschillende varianten: een ernstige beperking, een matige beperking, een
lichte beperking of een lichte verstandelijke beperking met gedragsproblemen. IQ is een van de maatstaven bij
het bepalen of iemand verstandelijk beperkt is. Toch wordt de ernst van de beperking veel meer bepaald door
bijkomende problemen. Het is belangrijk om mogelijkheden en onmogelijkheden goed in kaart te brengen, wat
de indicatie bepaalt hoeveel ondersteuning iemand krijgt.
Kenmerkend voor alle mensen met een verstandelijke beperking is het feit dat zij een blijvende
ontwikkelingsachterstand hebben ten gevolge van een stoornis in het cognitief functioneren. Cognitie verwijst
naar het ‘waarnemen, kennen, geheugen, weten en denken’. Meestal ontstaat de stoornis al in een vroeg
ontwikkelingsstadium. Een bijzondere groep vormen de mensen die op latere leeftijd een (grote) achterstand
oplopen in hun ontwikkeling en mogelijkheden. Er wordt dan gesproken van niet aangeboren hersenletsel
(NAHD).
Voor het berekenen van het IQ wordt er gebruik gemaakt van de kalenderleeftijd (KL) en de
ontwikkelingsleeftijd (OL). Bij een ‘normale’ ontwikkeling is de KL
Idioot IQ lager dan 20
ongeveer gelijk aan de OL. Bij mensen met een verstandelijke Laag imbeciel IQ tussen 20 en 35
beperking is de OL of verstandelijke leeftijd (VL) achter bij zijn of Hoog imbeciel IQ tussen 35 en 55
haar KL. Binet en Simon maakten in het begin van de vorige eeuw de Debiel IQ tussen 55 en 70
volgende indeling op basis van IQ: Zwakbegaafd IQ tussen 70 en 90
In 2010 zijn de volgende criteria geformuleerd voor de diagnose verstandelijke beperking:
- Een significante beperking in intelligentie (IQ van 70 of lager)
- Gelijktijdig optredend met een significante beperking in het adaptieve gedrag (niet kunnen voldoen aan
de normen die horen bij de leeftijd)
- Het optreden van deze beperkingen voor het 18e levensjaar.
Ook hier is in de indeling het uitgangspunt het Zeer ernstig verstandelijke handicap IQ <20/25
IQ, maar benadrukt wordt dat de bijkomende Ernstige verstandelijke handicap IQ 20/25 tot 35/40
aanpassingsproblemen ook bepalend zijn voor Matig verstandelijke handicap IQ 35/40 tot 50/55
het niveau: Licht verstandelijke handicap IQ 50/55 tot 70
Zwakbegaafd IQ 71 tot 85
De ‘International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF)’ is een wereldwijd geaccepteerd
classificatiesysteem. Het omvat verschijnselen van het menselijk functioneren in drie classificaties: functies,
anatomische eigenschappen, activiteiten en participatie op belangrijke levensgebieden. Een lijst van externe
factoren is toegevoegd om de belemmerende en ondersteunende factoren in de omgeving aan te duiden. Bij
functies of eigenschappen gaat het om ‘een verlies of abnormaliteit van structuur van het lichaam of van een
fysiologische of psychische functie’. Met activiteiten wordt bedoeld: ‘de aard en mate van functioneren op het
niveau van de persoon. Activiteiten kunnen beperkt zijn in aard, duur en kwaliteit’. Met participatie wordt
bedoeld: ‘de wijze en mate van deelname van een persoon aan het dagelijks leven in relatie tot stoornissen,