Leesverslag van een Middeleeuws boek
1. Noteer de naam van de schrijver (als die niet bekend is, noteer dan:
Anoniem) en de titel van het boek.
Anoniem (samengesteld door Hubert Slings)
2. Noteer het jaartal (eventueel bij benadering).
Omstreeks 1200
1997 eerste druk nieuwe versie
3. Vat de inhoud van het boek kort samen.
In de nacht voor de hofdag krijgt Karel de Grote in een droom bezoek van een
engel die hem opdraagt uit stelen te gaan, anders zal hij 💀
4. Noteer de belangrijkste personages en vertel daar iets over (bijvoorbeeld
wat voor karakter iemand heeft, hoe het uiterlijk is, hoe oud iemand is,
wat het beroep is, etc.).
Karel de Grote is de hoofdpersoon, hij is een gelovig christen, trouw aan God.
In de loop van het verhaal maakt hij enige ontwikkeling door. Aanvankelijk
komt hij naar voren als de hooghartige heerser van een immens gebied en
een hardvochtig leenheer. Karel is een edelmoedig ridder: hij dood geen
hulpeloze tegenstander die zijn zwaard verspild heeft.
Elegast is net zoals Karel een ridder met goede bedoelingen, hij is ook gelovig
christen en trouw aan zijn heer. Zijn misdaden komen voort uit noodzaak en hij
vecht voor Karels eer tegen de verrader.
Eggeric is de ongelovige slechterik met wie het verkeerd moet aflopen
5. Noteer op welke plaats(en) het verhaal zich afspeelt.
De gebeurtenissen spelen zich op verschillende plaatsen af: op Ingelheim, in
het woud, in en om de burcht van Eggeric en ten slotte weer op Ingelheim. De
locaties werden verbonden door ritten op het paard.
6. Is het een boek voor de adel, voor de geestelijkheid of voor de burgers?
Waarom denk je dat?
Wij denken dat het voor de burgerij is geschreven om te laten zien dat Karel
een dappere ridder is en inziet dat hij het volk minder streng moet gaan
behandelen. Karel is een man van eer
1. Noteer de naam van de schrijver (als die niet bekend is, noteer dan:
Anoniem) en de titel van het boek.
Anoniem (samengesteld door Hubert Slings)
2. Noteer het jaartal (eventueel bij benadering).
Omstreeks 1200
1997 eerste druk nieuwe versie
3. Vat de inhoud van het boek kort samen.
In de nacht voor de hofdag krijgt Karel de Grote in een droom bezoek van een
engel die hem opdraagt uit stelen te gaan, anders zal hij 💀
4. Noteer de belangrijkste personages en vertel daar iets over (bijvoorbeeld
wat voor karakter iemand heeft, hoe het uiterlijk is, hoe oud iemand is,
wat het beroep is, etc.).
Karel de Grote is de hoofdpersoon, hij is een gelovig christen, trouw aan God.
In de loop van het verhaal maakt hij enige ontwikkeling door. Aanvankelijk
komt hij naar voren als de hooghartige heerser van een immens gebied en
een hardvochtig leenheer. Karel is een edelmoedig ridder: hij dood geen
hulpeloze tegenstander die zijn zwaard verspild heeft.
Elegast is net zoals Karel een ridder met goede bedoelingen, hij is ook gelovig
christen en trouw aan zijn heer. Zijn misdaden komen voort uit noodzaak en hij
vecht voor Karels eer tegen de verrader.
Eggeric is de ongelovige slechterik met wie het verkeerd moet aflopen
5. Noteer op welke plaats(en) het verhaal zich afspeelt.
De gebeurtenissen spelen zich op verschillende plaatsen af: op Ingelheim, in
het woud, in en om de burcht van Eggeric en ten slotte weer op Ingelheim. De
locaties werden verbonden door ritten op het paard.
6. Is het een boek voor de adel, voor de geestelijkheid of voor de burgers?
Waarom denk je dat?
Wij denken dat het voor de burgerij is geschreven om te laten zien dat Karel
een dappere ridder is en inziet dat hij het volk minder streng moet gaan
behandelen. Karel is een man van eer