Samenvatting insolventierecht
H1
De faillissementswet kent 3 verschillende procedures: het faillissement, de surseance van
betaling en de schuldsanering.
Faillissement kan men omschrijven als een beslag op nagenoeg het gehele vermogen van
de schuldenaar ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. Het doel van het
faillissement is het gehele vermogen van de schuldenaar te gelde te maken en de opbrengst
onder de schuldeisers te verdelen. Op deze wijze wordt getracht alle schuldeisers die op het
moment van de faillietsverklaring een vordering op de schuldenaar hebben, voor zover
mogelijk, verhaal te bieden.
De Fw bepaalt ook dat de schuldenaar met ingang van de dag waarop zijn faillissement
wordt uitgesproken, het beheer en de beschikkingen over zijn tot het faillissement behorend
vermogen verliest. De bevoegdheid gaat over naar de curator.
In beginsel hebben alle schuldeisers een gelijk recht, ongeacht het moment waarop ieders
vordering is ontstaan.
Het voor verhaal vatbare deel van het vermogen van de schuldenaar wordt afgeschermd van
zowel de schuldenaar, die het beheer en de beschikking daarover verliest, als van de
schuldeisers, die individueel geen verhaalsacties meer kunnen ondernemen. Het is de
curator die het beheer van de boedel van de schuldenaar overneemt en deze ten behoeven
van de gezamenlijke schuldeisers vereffent.
H2
Zowel natuurlijke personen als rechtspersonen kunnen failliet worden verklaard. Meestal zal
de faillietverklaring worden uitgesproken op verzoek van 1 of meer schuldeisers. Hij moet
dan een verzoekschrift indienen. Hierin moet de schuldenaar stellen dat hij een vordering op
de schuldenaar heeft en dat de schuldenaar deze vordering onbetaald laat en dat de
schuldenaar mitsdien verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. De
schuldenaar moet aangeven dat hij niet de enige is die een onvoldane vordering op de
schuldenaar heeft. Voor het uitspreken van het faillissement is het voldoende dat 1 van de
schulden opeisbaar is. De rechtbank is wel verplicht de schuldenaar op te roepen om te
horen. Dit heeft de HR gezegd in een uitspraak. De rechter komt grote vrijheid toe bij het
bepalen of de omstandigheden van het geval de faillietverklaring rechtvaardigen.
Het faillissement zal worden uitgesproken wanneer de rechter van mening is dat voldaan is
aan de vereiste dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te
betalen. De rechter heeft een grote vrijheid ten aanzien van de vraag welke feiten of
omstandigheden het aannemen van die toestand rechtvaardigen. Er moet ook tenminste 1
opeisbare vordering zijn en de aanvrager moet een vorderingsrecht hebben op het moment
dat vaststaat dat aan alle drie deze voorwaarden is voldaan, dient de rechter nog na te gaan
of dat inderdaad de toestand oplevert van te hebben opgehouden met betalen. N het
bevestigende geval zal de faillietverklaring worden uitgesproken.
Een faillissementsaanvraag wordt vaak gedaan in de hoop de schuldenaar tot betaling te
bewegen. Wordt er inderdaad betaald, dan zal de schuldeiser zijn aanvraag intrekken. Wordt
er niet betaald, dan kan de schuldeiser zijn aanvraag handhaven of aanhouding van de
betaling vragen om de schuldenaar de gelegenheid te geven alsnog te betalen of een
regeling te treffen.
De schuldenaar kan zelf ook zijn faillissement aanvragen. Hij zal dan zelf naar de griffie van
de rechtbank gaan om zijn faillissement aan te vragen. Is de schuldenaar gehuwd, dan kan
hij slechts aangifte doen met medewerking van zijn echtgenoot, tenzij er op huwelijkse
voorwaarden is getrouwd.
Ook de fiscus is bevoegd om een faillissement aan te vragen.
Dat de staat van faillissement intreedt, betekent voor de schuldenaar dat hij het beheer en de
beschikking over zijn faillissement vallend vermogen verliest. Deze bevoegdheden komen in
handen van de curator, die zijn taak uitoefent onder toezicht van de rechter-commissaris.
H1
De faillissementswet kent 3 verschillende procedures: het faillissement, de surseance van
betaling en de schuldsanering.
Faillissement kan men omschrijven als een beslag op nagenoeg het gehele vermogen van
de schuldenaar ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. Het doel van het
faillissement is het gehele vermogen van de schuldenaar te gelde te maken en de opbrengst
onder de schuldeisers te verdelen. Op deze wijze wordt getracht alle schuldeisers die op het
moment van de faillietsverklaring een vordering op de schuldenaar hebben, voor zover
mogelijk, verhaal te bieden.
De Fw bepaalt ook dat de schuldenaar met ingang van de dag waarop zijn faillissement
wordt uitgesproken, het beheer en de beschikkingen over zijn tot het faillissement behorend
vermogen verliest. De bevoegdheid gaat over naar de curator.
In beginsel hebben alle schuldeisers een gelijk recht, ongeacht het moment waarop ieders
vordering is ontstaan.
Het voor verhaal vatbare deel van het vermogen van de schuldenaar wordt afgeschermd van
zowel de schuldenaar, die het beheer en de beschikking daarover verliest, als van de
schuldeisers, die individueel geen verhaalsacties meer kunnen ondernemen. Het is de
curator die het beheer van de boedel van de schuldenaar overneemt en deze ten behoeven
van de gezamenlijke schuldeisers vereffent.
H2
Zowel natuurlijke personen als rechtspersonen kunnen failliet worden verklaard. Meestal zal
de faillietverklaring worden uitgesproken op verzoek van 1 of meer schuldeisers. Hij moet
dan een verzoekschrift indienen. Hierin moet de schuldenaar stellen dat hij een vordering op
de schuldenaar heeft en dat de schuldenaar deze vordering onbetaald laat en dat de
schuldenaar mitsdien verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. De
schuldenaar moet aangeven dat hij niet de enige is die een onvoldane vordering op de
schuldenaar heeft. Voor het uitspreken van het faillissement is het voldoende dat 1 van de
schulden opeisbaar is. De rechtbank is wel verplicht de schuldenaar op te roepen om te
horen. Dit heeft de HR gezegd in een uitspraak. De rechter komt grote vrijheid toe bij het
bepalen of de omstandigheden van het geval de faillietverklaring rechtvaardigen.
Het faillissement zal worden uitgesproken wanneer de rechter van mening is dat voldaan is
aan de vereiste dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te
betalen. De rechter heeft een grote vrijheid ten aanzien van de vraag welke feiten of
omstandigheden het aannemen van die toestand rechtvaardigen. Er moet ook tenminste 1
opeisbare vordering zijn en de aanvrager moet een vorderingsrecht hebben op het moment
dat vaststaat dat aan alle drie deze voorwaarden is voldaan, dient de rechter nog na te gaan
of dat inderdaad de toestand oplevert van te hebben opgehouden met betalen. N het
bevestigende geval zal de faillietverklaring worden uitgesproken.
Een faillissementsaanvraag wordt vaak gedaan in de hoop de schuldenaar tot betaling te
bewegen. Wordt er inderdaad betaald, dan zal de schuldeiser zijn aanvraag intrekken. Wordt
er niet betaald, dan kan de schuldeiser zijn aanvraag handhaven of aanhouding van de
betaling vragen om de schuldenaar de gelegenheid te geven alsnog te betalen of een
regeling te treffen.
De schuldenaar kan zelf ook zijn faillissement aanvragen. Hij zal dan zelf naar de griffie van
de rechtbank gaan om zijn faillissement aan te vragen. Is de schuldenaar gehuwd, dan kan
hij slechts aangifte doen met medewerking van zijn echtgenoot, tenzij er op huwelijkse
voorwaarden is getrouwd.
Ook de fiscus is bevoegd om een faillissement aan te vragen.
Dat de staat van faillissement intreedt, betekent voor de schuldenaar dat hij het beheer en de
beschikking over zijn faillissement vallend vermogen verliest. Deze bevoegdheden komen in
handen van de curator, die zijn taak uitoefent onder toezicht van de rechter-commissaris.