Systeemtheorie: de systeem theorie houdt zich bezig met het bestuderen van het individu in zijn omgeving. Binnen
het systeem is iedereen van elkaar afhankelijk. Het systeem bepaalt in grote mate het gedrag van de subsystemen.
gezinstherapie: is een vorm van behandeling waarin de aangemelde cliënt en de meest relevante sociale context in
de behandeling worden betrokken
Drie benaderingen binnen de gezinstherapie:
Intergenerationele/ contextuele benadering
De structurele gezinstherapie
De communicatie theoretische/ strategische benadering
De algemene systeemtheorie gaat uit van twee principes: equifinaliteit: gevolg en equipotentialiteit: eind.
De student analyseert:
Het cliënten systeem in kaart brengen d.m.v. genogram. Minstens drie generaties.
Om een familie als systeem in kaart te brengen wordt vaak gebruik gemaakt van een genogram. Dit is een grafische
weergave van een aantal (meestal 3) generaties binnen het gezin (rechte lijnen). Overleden familieleden,
miskramen, abortussen, doodgeboren kinderen enz. worden opgenomen in de genogram.
D.m.v. Levenslijn met daarin belangrijke gebeurtenissen.
De levenslijn begint bij de geboorte en gat omhoog tot nu. Geef de belangrijke gebeurtenissen van onderweg weer
met het jaartal erbij. Gebruik alleen de gebeurtenissen die invloed hebben gehad op de cliënt.
Het cliëntensysteem door te beschrijven van de subsystemen.
o Het gezin is een systeem. Een gezinslid is een subsysteem.
o Een dyade: is een tweetal (man-vrouw relatie, partners). Dit is een dyadisch subsysteem.
o Dualistisch systeem: bestaat uit twee personen ‘duo’
o Het partner subsysteem: seksualiteit, intimiteit
Het opvoeder subsysteem: opvoeden het bieden van geborgenheid
Het kind subsysteem: kind zijn, zorg ontvangen, het bieden van genegenheid.
Er zijn vijf systemen waar de systeemgerichte social worker te maken mee heeft:
- In individuele systeem
- Het gezinssysteem
- De omgeving als systeem
- Het subsysteem
- Het supra familiaire systeem ( bloedverwanten t/m 3e lijn)
Voor elk systeem moet veel aandacht zijn. als social worker stap je binnen in de geschiedenis van mensen, iedere
geschiedenis is rijk aan een aantal factoren: geven en nemen, pijn en verdriet, vreugde en angst. Dit zijn krachten en
stressfactoren die ervoor zorgen dat iemand nu is waar hij is.
de kernprincipes van eigen kracht zijn: - de cliënt is eigenaar van zijn eigen problemen. – de cliënt is eigenaar van de
conferentie en het plan. – de cliënt houdt de regie over de uitvoering van het plan.
Het cliëntensysteem in kaart brengen door het weergeven van wederzijdse beïnvloeding.
Circulaire causaliteit alles heeft invloed op elkaar (wederzijdse beïnvloeding). De oorzaak en gevolg is niet duidelijk
te noemen. Het een leidt tot het ander en zo komt men in een cirkel terecht.
Begrippen die er bij horen:
lineaire causaliteit: het een beïnvloed het ander, maar het ander beïnvloed het een niet. het is dus eenzijdig.
reductisch denken: problemen worden zo klein mogelijk gemaakt om het beter te begrijpen.