Deze vergelijkende studie heeft betrekking op de percepties die studenten hebben op het gebied van
sociale steun op school. Vragenlijsten werden gebruikt om de informatie te verkrijgen over
leerprestaties, sociale vaardigheden, zelfconcept en probleemgedrag. Uit de informatie blijkt dat bij
kinderen met kenmerken van ADHD, wanneer vergeleken met de controlegroep, minder algehele
sociale steun wordt waargenomen. Bij kinderen met sterkere kenmerken van ADHD, werd algehele
sociale steun waargenomen en minder ondersteuning van klasgenoten en hechte vrienden. Bij beide
groepen, ADHD groep en de controlegroep in het onderzoek, werd het belang van sociale steun
waargenomen; sociale steun was matig en significant gecorreleerd met zelfconcept en door
studenten gerapporteerde positieve sociale vaardigheden; en leerling percepties op sociale steun
waren matig gerelateerd aan de percepties van ouders en leerkrachten en de mogelijkheid om tot
sociale steun te komen (frequentie).
Hypothesen binnen het onderzoek
1. Bij kinderen met kenmerken van ADHD , in vergelijking met kinderen in de controlegroep, zal
minder sociale steun worden waargenomen, maar het belang van sociale steun is voor beide
groepen gelijk.
2. Sociale steun zal matig en positief gecorreleerd zijn aan zelfconcept, positieve sociale
vaardigheden en leerprestaties voor alle leerlingen; sociale steun zal matig en negatief
gecorreleerd zijn aan probleem gedrag.
3. Leerling percepties over sociale steun zal matig gerelateerd zijn aan percepties die ouders en
leerkrachten hebben over de beschikking tot sociale steun.
Resultaten
Hypothese 1: ondersteund
Zoals verwacht krijgen kinderen met kenmerken van ADHD minder sociale steun dan kinderen zonder
kenmerken van ADHD. Dit geldt ook voor kinderen die meerdere kenmerken van ADHD of ADHD
hebben. Ook werd de verwachting ondersteund dat het belang van sociale steun voor zowel
kinderen met ADHD als kinderen zonder ADHD even hoog is.
Hypothese 2: gedeeltelijk ondersteund
Er werden geen relaties gevonden in sociale steun tussen de leerkracht subschaal en de leerlingen
met ADHD. Deze relatie werd wel gevonden bij ouders in relatie met alle leerlingen, maar niet
wanneer de leerlingen werden gesplitst in wel en geen ADHD.
Hypothese 3: gedeeltelijk ondersteund
De leerling percepties tussen leerlingen met ADHD en leerkrachten en leerlingen met ADHD en
ouders zijn lager gerelateerd dan percepties van leerlingen zonder ADHD in relatie met leerkrachten
en ouders.
Discussie
Kinderen met ADHD kenmerken ontvangen minder sociale steun en kinderen met heftigere vormen
van ADHD ontvangen minder sociale steun van klasgenoten en hechte vrienden.
De relatie in hypothese twee werd niet gesteund door de mate van sociale vaardigheden van de
leerkracht. Hiervoor zijn drie verklaringen te vinden: je kunt overeenkomst eerder vinden bij
handelingen van dezelfde persoon dan bij verschillende personen. Ten tweede kunnen kinderen en
leerkrachten verschillende denkbeelden hebben over sociale vaardigheden. Ten derde, kinderen
gebruiken andere sociale vaardigheden op momenten dat de leerkrachten er niet is, andere
omgeving.