Deel I Anatomie van het parodontium
Boek hoofdstuk 1 en 2
Powerpoint 1 Anatomie van het parodontium
Parodontium omvat alle weefsels die rondom (peri) of
naast (para) de tand zijn gelokaliseerd:
- Gingiva aanhechtingsepitheel. Houdt het
oppervlak van het slijmvlies intact – bedekt
kaakbot en omgeeft de tandhals – meerlagig
verhoornd plaveiselepitheel.
Wordt ook wel gekeratiniseerd genoemd
(verhoornd)
- Alveolaire mucosa is beweeglijk t.o.v. het
onderliggende weefsel.
- Parodontale ligament (PDL) vezels, vormen
netwerk, visnet structuur, hierdoor zijn de
elementen heel licht mobiel in een gezonde situatie. Vezels zelf zijn niet elastisch! T.h.v. de
botzijde zijn ze iets dikker.
- Alveolaire bot* processus alveolaris, het bot waar de tanden in staan (tandkas=alveole.
Buitenlaag is compact (‘compacta’) en binnenin zit spongenieus bot dat bestaat uit botbalkjes
(‘bottrabeculae’) die zorgen voor stevigheid. Tussen de balkjes zit beenmerg.
- Wortelcement* verkalkte organische matrix, bestaat voor 50% uit hydroxyapatiet. Resorptie
eigenlijk alleen mogelijk onder invloed van bjv. Orthodontische tandverplaatsing en
ontstekingsfactoren. T.h.v. glazuur-cementgrens is de cementlaag het dunst. Vezels van
Sharpey zijn hier ingebed.
*=gemineraliseerd = blijft over in een tandenloze regio of wanneer een tand vervangen wordt door bijv. een implantaat
Functies parodontium:
- Steun geven aan de tand vasthouden ophangsysteem (vezels PDL)
- Functionele krachten opvangen (zoals hard ergens op bijten) vezels PDL
elementen staan iets mobiel in een gezonde situatie + geven seintjes door via het Ruffini-
lichaampje, een neuraal eindorgaantje.
- Bloedvoorziening van de tandweefsels en sensorische/reflectorische input
- Beschermt worteloppervlak tegen resorptie
- Zorgt dat de tand standsveranderingen kan ondergaan
zonder intact parodontaal ligament is dit niet mogelijk!
Zwakste plek voor bedreiging van bacteriën: sulcus gingivalis (smalle spleet ; overgang mucosa
gebitselement)
Extra feitje: t.p.v. het Palatum ontbreekt de muco-gingivale grens!
, Gezonde situatie is de sulcus gingivalis 0-3 mm diep
Orale mucosa: slijmvlies in de mond , bestaat uit:
* kauwslijmvlies (gingiva, bekleding palatum durum)
* achterste gedeelte van de tong (gespecialiseerde mucosa)
* bekledende mucosa (alveolaire mucosa)
* wangmucosa
Gaat ononderbroken over in de mucosa van de lippen, het palatum molle (zachte gehemelte) en de
farynx (keel).
PDL bestaat uit:
- vezels
- cellen
- bloedvaten
- lymfevaten
- zenuwen
Stippeling/ sinaasappelschilaspect: oppervlak van aangehechte gingiva bevat putjes. Tref je aan op
plaatsen waar de retelijsten van het epitheel elkaar kruisen. Bij ca. 40% van volwassenen
aanwezig.Vooral waar de aangehechte gingiva het vestibulum oris begrenst. Linguaal in de
onderkaak is dit afwezig of minder duidelijk.
Vestibulum oris = de ruimte tussen tandbogen en mucosa van lippen en wangen
Gingiva heeft een hoge celdelingssnelheid en een hoge ‘turnover’ de continuïteit van het weefsel
herstelt over het algemeen snel (bijv. na extractie/hechten). Desmozomen zorgen ervoor dat het
epitheel strak met elkaar verbonden is.
Functies van het epitheel in de gingiva:
- Bescherming onderliggende bindweefsel tegen infecties
- Voorkomen uitdroging
- Immunologische afweer (cellen zijn in staat binnendringende antigenen te signaleren)
- Uitwisselen voedingsstoffen/afvalproducten/communicatiesignalen met onderliggende
bindweefsel (cellen van stratum basale bindweefsel)
Ag = aangehechte gingiva [zit d.m.v. bindweefselvezels vast aan het
onderliggende kaakbot en wortelcement, is onbeweeglijk en niet overal even
breed!]
Vg = vrije gingiva [ook de interdentale papil hoort hierbij]
gg = gingivale groeve [niet altijd aanwezig!]
b = processus alveolaris [ook wel kaakbot genoemd]
je = aanhechtingsepitheel [junctional epithelium]
s = sulcus gingivalis
cej = glazuur cement grens
c = wortelcement [functie: verankeren van de weefsels van het ligament]
e = glazuur [‘emaille’]