(druk 4)
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1......................................................................................................................................................... 2
Hoofdstuk 2......................................................................................................................................................... 4
Hoofdstuk 3......................................................................................................................................................... 5
Hoofdstuk 4......................................................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 5......................................................................................................................................................... 8
Hoofdstuk 6......................................................................................................................................................... 9
Hoofdstuk 8....................................................................................................................................................... 10
, Hoofdstuk 1
Moreel oordeel: oordeel over het gedrag van mensen en hoe ze met elkaar omgaan
• Wat je verwachtingen zijn hoe een ander zou moeten omgaan met jou of anderen
• Bijv: ik vind het lullig dat hij de verkering uitmaakte via Whatsapp.
• -> als dit moreel oordeel zonder dat je hoeft na te denken, automatisch gaat: intuïtief
moreel oordeel
• Als de ander het niet met je eens is -> wordt intuïtieve oordeel bewust -> discussies en
standpunten
• Intuïtief moreel oordeel kan tekort schieten in te ingewikkelde situaties: je het niet kan
uitleggen, je alleen intuïtief oordeelt (niet verder dan dat) en niet wordt voorbereid op
nieuwe situaties.
Kenmerken Moreel oordeel:
• Gaat over het gedrag van mensen (over jezelf of ander)
• Het overstijgt het individuele, veralgemeniseerbaar (wat ik goed vind, verwacht ik ook van
jou & andersom: universaliteitsprincipe)
• Het is normatief (hoe je behoort te behandelen)
• Het is gerecht op het goede, goed samenleven (op zichzelf goed/nastrevenswaardig. Denk
aan begrippen vrijheid)
• Kan morele verontwaardiging veroorzaken (gevolg van morele oordeel)
Universele morele principes bewustzijn
1. Subjectief: je voelt dat je het oneens bent met de ander, gevoel, binnenwereld. Denk aan:
gevoelens (hoofdpijn)
2. Objectief: je weet wat je mening is. Je kent je oordeel. Buitenwereld. Denk aan: feiten
(kennis). -> koppeling sociaal werk: iedereen heeft een eigen waarheid.
3. Normatief: je oordeelt dat iets goed of slecht is. Je vindt dat het goed is. Over gedrag van
anderen en jezelf. Denk aan: morele oordelen (goed vinden of niet). Samenstellen met
anderen gedeelde tussenwereld.
Moraal: gesprek gedeelde moreel oordeel van meerdere mensen of groep. Geheel van morele
regels waaraan wij onszelf of anderen. -> morele verwachtingen.
normen, waarden (universeel). Moraal verschilt per familie, organisatie, cultuur.
Moreel vertoog: geheel aan communicatie en interactie waarin mensen hun morele oordelen,
en moraal, vormen en afstemmen.
Ethiek: de wetenschap van de morele regels en verder helpt door nieuwe argumenten
ontwikkelen en afwegen
John Dawey (onderscheid van deze principes: je bent jezelf, je kent jezelf, je kiest jezelf.
Moreel uitgangspunt: omschrijving van iets dat op zichzelf nastrevenswaardig is betreffende
menselijk samenleven (universeel, uitwisselbaar!). Verzamelnaam van alle idealen en principes.
• Denk aan: een goed leven, inzet (op school), vriendschap, aandacht voor je medemens, dieren
moet je met respect behandelen.