1.
Met de uiterlijke omstandigheden van het beroep van wetenschapper wordt door Weber bedoeld
dat het doel van de wetenschap is om achterhaald te raken. Elke wetenschappelijke ontdekking wil
overtroffen en verouderd worden. De innerlijke omstandigheden tot het beroep van wetenschapper
is dat een wetenschapper alleen iets werkelijks volmaakt kan presenteren, als hij zich gespecialiseerd
heeft tot het uiterste. Dit is de enige manier hoe de wetenschapper een volmaakt gevoel krijgt.
2.
In Duitsland begint een jonge wetenschapper als privaatdocent, zonder een vast inkomen, dus met
weinig zekerheid. Ook geeft een jonge wetenschapper in Duitsland weinig colleges, omdat dit anders
van een gebrek aan respect tegenover de oude docent getuigt. Dit zorgt ervoor dat er meer tijd
besteedt kan worden aan strikt wetenschappelijk werk.
In de V.S. begint de jonge wetenschapper als privaatdocent en krijgt de wetenschapper vanaf het
begin af aan een salaris. Daardoor wordt de jonge wetenschapper juist overbelast met colleges,
omdat hij toch al betaald wordt. Weber vindt het Duitse systeem beter, want bij dat systeem vindt er
geen scheiding tussen arbeider en zijn productiemiddel plaats. Weber vindt dat de wetenschapper
een ambachtsman is. In het systeem van de V.S. is de wetenschapper veel afhankelijker van zijn
instituutsdirecteur, wat zijn ontwikkeling zou remmen.
3.
Dat het heel onvoorspelbaar is wat er in je loopbaan zal gebeuren als wetenschapper. Bij andere
stemmingen of verkiezingen kunnen we altijd zien wie er wordt voorgedragen, bijvoorbeeld in de
politiek. Dit is bij de benoemingen tot een hogere functie aan de universiteit niet zo. Deze worden
gekozen door de faculteiten die een voordracht doen. De selectieprocedure is gebrekkig, omdat dit
ook wordt berust op uiterlijke zaken, bijvoorbeeld of de leraar een volle collegezaal trekt. De taak
van de wetenschapper heeft twee kanten: geleerde en leraar. Als een enorm goede geleerde een
slechte leraar is, zal hij nooit benoemd worden tot een hoge functie op de universiteit.
4.
De wetenschap wordt vergeleken met een fabriek, omdat er geen duidelijkheid is over wat er in een
fabriek gebeurd, en er is onder jongeren ook geen duidelijkheid over wat er in de wetenschap
gebeurd. Er wordt ook gedacht door jongeren dat de wetenschap is als een rekensom die met het
kille verstand in elkaar wordt gezet. Dit gebeurt ook in een fabriek. Weber zijn bezwaar is dat
wetenschap niets te maken heeft met een kille berekening, want je kan niet ongestraft afgaan op
mechanische hulpkrachten. De wetenschap is berust op een inval die alleen door hard werken wordt
bereikt.
5.
Wetenschappelijk ingehaald worden is voor de wetenschap het doel en ook het lot van de
wetenschapper. Wetenschappers kunnen niet werken zonder de hoop dat anderen verder komen
dan zij. Wetenschappers zijn als het ware ‘dienaren’ van de wetenschap. De zin van wetenschap is
om overtroffen te worden, omdat de wetenschap een onderdeel is van het intellectualiseringsproces
waar wij al duizenden jaren aan onderhevig zijn.