Anatomie en fysiologie H1 inleiding tot
anatomie en fysiologie
M.u.v. 1.6
1.1 de gemeenschappelijke functies van alle levende wezens zijn: reactie vermogen,
groei, voortplanting, beweging en stofwisseling.
Biologie = de leer van het leven
Reactievermogen ook wel prikkelbaarheid bijvoorbeeld schrikken, groei of wel deling van cellen en
celgroei, voortplanting, beweging inwendig of uitwendig, stofwisseling of wel alle chemische reacties
in het lichaam nodig 02 en nutriënten, respiratie = vervoer en verbruik van O2 .
Hoe groter het organisme des te complexer alles werkt.
1.2 anatomie is de studie van de structuur en fysiologie is de studie van de functie.
- Fysiologische mechanismen kunnen uitsluitend worden verklaard op basis van
achterliggende anatomie verband tussen structuur en functie
Verschillende soorten anatomie:
1) Macroscopische anatomie: kenmerken onderzocht met blote oog zichtbaar.
2) Microscopische anatomie: structuren bestuderen die niet zonder vergroting zichtbaar zijn.
cytologie = inwendige structuur afzonderlijke cellen bestuderen.
Van weefsel naar orgaan is overgang van micro naar macro
Het leven is afhankelijk van chemische processen in cellen.
Verschillende soorten fysiologie:
1) Celfysiologie (het bestuderen van functie van levende cellen, chemisch en moleculair niveau)
2) Orgaan fysiologie
3) Systeem fysiologie
4) Pathologische fysiologie ( bestuderen van de effecten van aandoening op het functioneren
van organen)
1.3 de verschillende organisatieniveaus
Er zijn 6 verschillende organisatieniveaus:
1) chemisch/moleculair atomen, moleculen
2) cel verschillende moleculen samen, cel = kleinste levende eenheid in lichaam.
3) Weefsel gelijke cellen die samenwerken voor 1 functie
4) Orgaan bestaat uit 2 of meer verschillende weefsels die samenwerken voor 1 functie
5) Orgaanstelsel organen werken samen
6) Organisme alle organenstelsels werken samen om leven en gezondheid stand te houden.
De organisatie op elk van de niveaus is bepalend voor zowel de bouw al de functie van de hogere
niveaus.
1.4 het menselijk lichaam bestaat ui elk organen stelsels.
1 huid 2 beenderenstelsel 3 spierenstelsel 4 zenuwstelsel 5 hormonenstelsel 6 bloedvatenstelsel 7
lymfestelsel 8 ademhalingsstelsel 9 voortplanting stelsel 10 spijsverteringsstelsel 11 urinaire stelsel.
anatomie en fysiologie
M.u.v. 1.6
1.1 de gemeenschappelijke functies van alle levende wezens zijn: reactie vermogen,
groei, voortplanting, beweging en stofwisseling.
Biologie = de leer van het leven
Reactievermogen ook wel prikkelbaarheid bijvoorbeeld schrikken, groei of wel deling van cellen en
celgroei, voortplanting, beweging inwendig of uitwendig, stofwisseling of wel alle chemische reacties
in het lichaam nodig 02 en nutriënten, respiratie = vervoer en verbruik van O2 .
Hoe groter het organisme des te complexer alles werkt.
1.2 anatomie is de studie van de structuur en fysiologie is de studie van de functie.
- Fysiologische mechanismen kunnen uitsluitend worden verklaard op basis van
achterliggende anatomie verband tussen structuur en functie
Verschillende soorten anatomie:
1) Macroscopische anatomie: kenmerken onderzocht met blote oog zichtbaar.
2) Microscopische anatomie: structuren bestuderen die niet zonder vergroting zichtbaar zijn.
cytologie = inwendige structuur afzonderlijke cellen bestuderen.
Van weefsel naar orgaan is overgang van micro naar macro
Het leven is afhankelijk van chemische processen in cellen.
Verschillende soorten fysiologie:
1) Celfysiologie (het bestuderen van functie van levende cellen, chemisch en moleculair niveau)
2) Orgaan fysiologie
3) Systeem fysiologie
4) Pathologische fysiologie ( bestuderen van de effecten van aandoening op het functioneren
van organen)
1.3 de verschillende organisatieniveaus
Er zijn 6 verschillende organisatieniveaus:
1) chemisch/moleculair atomen, moleculen
2) cel verschillende moleculen samen, cel = kleinste levende eenheid in lichaam.
3) Weefsel gelijke cellen die samenwerken voor 1 functie
4) Orgaan bestaat uit 2 of meer verschillende weefsels die samenwerken voor 1 functie
5) Orgaanstelsel organen werken samen
6) Organisme alle organenstelsels werken samen om leven en gezondheid stand te houden.
De organisatie op elk van de niveaus is bepalend voor zowel de bouw al de functie van de hogere
niveaus.
1.4 het menselijk lichaam bestaat ui elk organen stelsels.
1 huid 2 beenderenstelsel 3 spierenstelsel 4 zenuwstelsel 5 hormonenstelsel 6 bloedvatenstelsel 7
lymfestelsel 8 ademhalingsstelsel 9 voortplanting stelsel 10 spijsverteringsstelsel 11 urinaire stelsel.