Tijdvak 1 : Tijd van jagers en boeren/ prehistorie
Homo Habilis: 2.500.000 v. Chr. Ontstaan landbouw: 7000 v. Chr.
Homo Erectus: 1.800.000 v. Chr. Ontstaan schrift: 3000 v. Chr.
Homo Sapiens: 300.000 v. Chr. Egypte deel Griekse rijk: 332 v. Chr.
Homo Sapiens Sapiens: 100.000 v. Chr. Egypte deel Romeinse rijk: 30 v. Chr.
Kenmerkende aspecten:
1. De levenswijze van jagers-verzamelaars
2. Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
3. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
De prehistorie is de tijd waarin niet door of over een volk werd geschreven.
Ongeveer twee miljoen jaar geleden veranderden de bossen in Oost-Afrika in graslanden door het
klimaat, waardoor apen rechtop gingen lopen. De nieuwe apensoort heette Australopithecinen.
Etnische verschillen tussen groepen mensen, andere lichamelijke kenmerken, zijn ontstaan doordat
groepen mensen verspreid over de hele wereld gingen wonen en hun lichaam zich langzaam
aanpaste aan het gebied en klimaat.
Verschillende culturen zijn ook door verschillende groepen en hun geschiedenis opgebouwd. Onder
cultuur verstaan we economie, sociale omstandigheden, politiek, godsdienst, taal, onderwijs, kunst,
rechtspraak en sport.
Alle groepen leefden van het verzamelen van planten en vruchten, van de jacht en van de visvangst.
Ze bleven niet lang op één plek, want het voedsel in de omgeving raakte op. Ze maakten gebruik van
eenvoudige werktuigen. Om het onverklaarbare te verklaren, verzonnen ze goden en beoefenden ze
magie.
Landbouw
Rond 70000 voor Christus vond de overgang van jacht naar landbouw plaats. In het midden Oosten
vond men uit dat bepaalde dieren getemd konden worden en door te zaaien kon men het volgende
jaar oogsten. Omdat mensen niet meer verder hoefden te trekken, ontwikkelden zich dorpen.
Ambachten ontstonden doordat mensen niet allemaal in de landbouw hoefden te werken, omdat de
oogst zoveel opleverde. Er ontstonden meer beroepen en dorpen werden steden.
In Mesopotamië ontstonden langs rivieren ook steden. Eerst waren de steden zelfstandig, maar
politieke leiders voegden gebieden samen tot staten. Een staat is een land met grenzen waarin een
kleine groep mensen de rest van de bevolking stuurt. Door het ontstaan van het schrift konden
wetten worden vastgelegd en belasting worden geïnd. Mensen konden hun gedachten en verhalen
opschrijven.
Ongeveer 2500 v. Chr. Ontstonden langs rivier de Indus grote steden. Ongeveer 2000 v. Chr.
Ontstond aan de Gele Rivier in China een stedelijke landbouwgemeenschap. Ze veroverden steeds
verder afgelegen gebieden.
Homo Habilis: 2.500.000 v. Chr. Ontstaan landbouw: 7000 v. Chr.
Homo Erectus: 1.800.000 v. Chr. Ontstaan schrift: 3000 v. Chr.
Homo Sapiens: 300.000 v. Chr. Egypte deel Griekse rijk: 332 v. Chr.
Homo Sapiens Sapiens: 100.000 v. Chr. Egypte deel Romeinse rijk: 30 v. Chr.
Kenmerkende aspecten:
1. De levenswijze van jagers-verzamelaars
2. Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
3. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
De prehistorie is de tijd waarin niet door of over een volk werd geschreven.
Ongeveer twee miljoen jaar geleden veranderden de bossen in Oost-Afrika in graslanden door het
klimaat, waardoor apen rechtop gingen lopen. De nieuwe apensoort heette Australopithecinen.
Etnische verschillen tussen groepen mensen, andere lichamelijke kenmerken, zijn ontstaan doordat
groepen mensen verspreid over de hele wereld gingen wonen en hun lichaam zich langzaam
aanpaste aan het gebied en klimaat.
Verschillende culturen zijn ook door verschillende groepen en hun geschiedenis opgebouwd. Onder
cultuur verstaan we economie, sociale omstandigheden, politiek, godsdienst, taal, onderwijs, kunst,
rechtspraak en sport.
Alle groepen leefden van het verzamelen van planten en vruchten, van de jacht en van de visvangst.
Ze bleven niet lang op één plek, want het voedsel in de omgeving raakte op. Ze maakten gebruik van
eenvoudige werktuigen. Om het onverklaarbare te verklaren, verzonnen ze goden en beoefenden ze
magie.
Landbouw
Rond 70000 voor Christus vond de overgang van jacht naar landbouw plaats. In het midden Oosten
vond men uit dat bepaalde dieren getemd konden worden en door te zaaien kon men het volgende
jaar oogsten. Omdat mensen niet meer verder hoefden te trekken, ontwikkelden zich dorpen.
Ambachten ontstonden doordat mensen niet allemaal in de landbouw hoefden te werken, omdat de
oogst zoveel opleverde. Er ontstonden meer beroepen en dorpen werden steden.
In Mesopotamië ontstonden langs rivieren ook steden. Eerst waren de steden zelfstandig, maar
politieke leiders voegden gebieden samen tot staten. Een staat is een land met grenzen waarin een
kleine groep mensen de rest van de bevolking stuurt. Door het ontstaan van het schrift konden
wetten worden vastgelegd en belasting worden geïnd. Mensen konden hun gedachten en verhalen
opschrijven.
Ongeveer 2500 v. Chr. Ontstonden langs rivier de Indus grote steden. Ongeveer 2000 v. Chr.
Ontstond aan de Gele Rivier in China een stedelijke landbouwgemeenschap. Ze veroverden steeds
verder afgelegen gebieden.