Geluidsleer:
• Geluidsleer en akoestische fonetiek
o Klinkers en medeklinkers
o Oscillogram, spectrum, spectogram
• Anatomie en fysiologie van het oor
• Gehooronderzoek en hoorrevalidatie
o Spraakverstaan bij hoge tonenverlies
o Gehooronderzoek
o Cochleair implantaat en hoortraining
Anatomie van het oor:
,Latijnse versie en Nederlandse versie kennen.
Middenoor is gevuld met lucht en binnenoor is gevuld met vloeistof.
Middenoor zorgt dat de trillingen in lucht zo worden geleid dat de vloeistof in het middenoor
ook gaan trillen.
Cochlea=slakkenhuis
Basilairmenbraam is de scheidingslijn tussen het ovale venster en ronde venster, deze loopt
net niet door tot het einde. Je hebt een soepeler gedeelte en een harder gedeelte, aan de
start de hoge tonen en verderop de lage tonen want daar wordt het soepeler. O komt eerder
dan r in het alfabet, dus geluid komt ook eerst in het ovale venster en daarna pas in het
ronde venster.
, Oscillogram:
Hier kun je geluidsgolven in weergeven.
Amplitude = intensiteit van geluid, grote van geluidsgolf.
Frequentie(Hz) = aantal trillingen in 1 seconde, toonhoogte.
Geluid is lucht die verplaatst wordt, er ontstaan dan trillingen in de lucht.
Boven komen de luchtdeeltjes bij elkaar en onder zijn de lucht deeltjes verder van elkaar af.
Je kijkt naar herhalende patronen en daaruit bereken je de frequentie.
1 golf beweging is hier 10 ms = 0,0100 sec
F= 1/T F = 1/ 0,0100 = 100 Hz
x-as = tijd y-as = druk of luidheid
spectrum:
is een klein stukje uit een oscillogram.
x-as = toonhoogte/frequentie y-as = luidheid
eerste frequentie is de grondtoon, iedereen heeft een andere grondtoon. = F0 / eerste
harmonische
je hebt altijd een frequentie en die heeft allemaal veelvouden (boven tonen). ( grondtoon =
100 dus boventonen zijn dan 200, 300, 400….)
Harmonischen: de grondtoon en de boventonen samen.
• Geluidsleer en akoestische fonetiek
o Klinkers en medeklinkers
o Oscillogram, spectrum, spectogram
• Anatomie en fysiologie van het oor
• Gehooronderzoek en hoorrevalidatie
o Spraakverstaan bij hoge tonenverlies
o Gehooronderzoek
o Cochleair implantaat en hoortraining
Anatomie van het oor:
,Latijnse versie en Nederlandse versie kennen.
Middenoor is gevuld met lucht en binnenoor is gevuld met vloeistof.
Middenoor zorgt dat de trillingen in lucht zo worden geleid dat de vloeistof in het middenoor
ook gaan trillen.
Cochlea=slakkenhuis
Basilairmenbraam is de scheidingslijn tussen het ovale venster en ronde venster, deze loopt
net niet door tot het einde. Je hebt een soepeler gedeelte en een harder gedeelte, aan de
start de hoge tonen en verderop de lage tonen want daar wordt het soepeler. O komt eerder
dan r in het alfabet, dus geluid komt ook eerst in het ovale venster en daarna pas in het
ronde venster.
, Oscillogram:
Hier kun je geluidsgolven in weergeven.
Amplitude = intensiteit van geluid, grote van geluidsgolf.
Frequentie(Hz) = aantal trillingen in 1 seconde, toonhoogte.
Geluid is lucht die verplaatst wordt, er ontstaan dan trillingen in de lucht.
Boven komen de luchtdeeltjes bij elkaar en onder zijn de lucht deeltjes verder van elkaar af.
Je kijkt naar herhalende patronen en daaruit bereken je de frequentie.
1 golf beweging is hier 10 ms = 0,0100 sec
F= 1/T F = 1/ 0,0100 = 100 Hz
x-as = tijd y-as = druk of luidheid
spectrum:
is een klein stukje uit een oscillogram.
x-as = toonhoogte/frequentie y-as = luidheid
eerste frequentie is de grondtoon, iedereen heeft een andere grondtoon. = F0 / eerste
harmonische
je hebt altijd een frequentie en die heeft allemaal veelvouden (boven tonen). ( grondtoon =
100 dus boventonen zijn dan 200, 300, 400….)
Harmonischen: de grondtoon en de boventonen samen.