CASUS 9 CATARACT EN GLAUCOOM
(GOO-2D.VSV2-21)
,Werkcollege 1
Anatomie orbtia
Soorten plaatselijke verdoving oogheelkundige OK’s
Topicale (druppel) verdoving
Wordt op de buitenzijde van het oog gedruppeld
Kan gebruikt worden bij het verwijderen van ijzerdeeltjes of andere
vreemde materialen en cataract extracties.
Voordeel weinig belastend
Nadeel oog kan bewegen
Infiltratie verdoving
Onder de huid geïnjecteerd
Voor ooglidoperaties
Subtenon (parabullaire) verdoving
Eerst druppelverdoving, daarna wordt een stompe canule via slijmvlies
achter het oog geplaatst (om het sclera heen prikken in het kapsel
van Tenon) verdovingsvloeistof achter bulbus
Kan gebruikt worden bij cataract extracties.
Voordeel hele oog verdoofd en onbeweeglijk (kans van uitvloeien
van het vloeistof is kleiner), geen risico’s
Nadeel iets belastend voor de patiënt
Retrobulbaire verdoving
Met naald via huid (onder ooglid) achter bulbus geprikt
Verdoving komt in conus van oogspieren terecht.
Kan gebruikt worden bij een netvlies of glasvocht operatie.
Voordeel totale verdoving, geen beweging mogelijk
Nadeel gevoelig, kans op uitvloeien van de verdoving en meer kans
op complicaties door aanprikken bulbus, spieren of oogzenuwen.
Peribulbaire verdoving
1
, Meerdere prikjes naast het oog. De verdovingsvloeistof komt niet in spierconus.
Voordeel totale ooganesthesie
Nadeel kans op uitvloeien van de verdoving, meeste kans op complicaties vanwege de
verschillende prikken en risico op prikken bulbus
Cataract
Cataract: vertroebeling van de ooglens.
Soorten cataract:
Capsulair: een troebeling van het kapsel zelf
Subcapsulair: een troebeling net onder het kapsel
Corticaal: troebelingen van de schors (deze troebelingen zijn meestal wit)
nucleair: een troebeling van de kern (meestal groenbruin van kleur)
Combinaties: bijv. cortico-nucleair.
Lens Opacities Classification System 111 (LOCS 111):
2