SWK4: Sociologisch denken
Inhoudsopgave
HC1: Wat is sociologie?.................................................................................................................................. 2
HC2: Sociologisch analyseren – niveaus en bindingen.....................................................................................6
HC3: Sociale ongelijkheid (nog overtypen uit schrift!!)....................................................................................8
HC4: Sociale mobiliteit................................................................................................................................. 13
HC5: Criminaliteit en bestraffing................................................................................................................... 15
HC6: Cognitieve en affectieve bindingen en cultuur......................................................................................21
HC7: Mensen in hun fysieke omgeving......................................................................................................... 24
HC8: De verzorgingsstaat.............................................................................................................................. 29
HC9: Beleid en Organisatie........................................................................................................................... 34
HC10: Evalueren van interventies en beleid..................................................................................................42
HC11: Alexa Quiz.......................................................................................................................................... 44
,HC1: Wat is sociologie?
Sociologie = het systematisch onderzoeken van de samenleving
- Algemene patronen in gedrag
- Invloed van de samenleving op gedrag – en andersom
- Sociologisch perspectief
Het sociologisch perspectief = het kunnen loslaten van het idee dat
keuzes individueel zijn en het aannemen van het idee dat je
maatschappelijk beïnvloed wordt.
Functies voor pedagogen:
Kritische (pedagogische) reflectie:
- Kritische blik op alledaags denken
- Sociale activatie
Spelinzicht:
- Weten hoe dingen ontstaan
- Weten hoe dingen veranderen
Ontstaan sociologie
En waarom is dit belangrijk voor pedagogen?
- Franse Revolutie; de standenmaatschappij verdween.
- De gevolgen van de Industriële Revolutie; arbeidsindeling en
verstedelijking
- Verdwijnen kerkelijke macht (secularisering)
- Samenleving werd complexer
2
,Klassieke sociologen en kernbegrippen
Tönnies; van gemeinschaft (= affectieve bindingen en
saamhorigheid naar gesellschaft (= economische bindingen en
onderlinge concurrentie)
Marx:
- arbeidsindeling
- vervreemding
- revolutie; mensen komen op een gegeven moment in opstand
Durkheim
- Het sociale als een eigensoortige werkelijkheid
- Grenzen/voorwaarden individualisme
- Anomie = iedereen gaat voor individueel, de samenleving wordt
daardoor grenzeloos
- Van mechanische naar organische solidariteit:
o Dit betekent de overgang van ouderwetse gemeenschappen
naar moderne samenlevingen. In ouderwetse
gemeenschappen zijn mensen sterk verbonden door gedeelde
waarden en gelijkheid, terwijl in moderne samenlevingen de
verbondenheid meer gebaseerd is op onderlinge
afhankelijkheid en specialisatie in verschillende taken."
-
Weber
- Rationalisering = verklaren vanuit wetenschap en niet meer
tradities en geloof etc.
- De ‘onttovering’ = praktische problemen oplossen met technologie,
i.p.v. met magie
- Waardevrijheid
Sociologische blik op de wereld
Analyseniveaus en theoretische benaderingen
3
, Micro, meso, macro
Theorie = een toetsbare verklaring van iets, gebaseerd op een geheel van
samenhangende waarnemingen.
- hoe dingen samenhangen
- toetsbare voorspellingen
Theorie en theoretische benaderingen (kennen!!):
Structureel functionalisme
Conflictsociologie
Symbolisch interactionisme
Rationele keuzebenadering
Structureel functionalisme (de maatschappij is een lichaam!)
- Gericht op sociale structuur en sociale functies
- Manifeste en latente functies.
- Sociale disfunctie
- Blind voor ongelijkheid?
Conflictsociologie (= paradigma binnen de sociologie dat stelt dat
elk sociaal systeem niet door consensus gekenmerkt wordt, maar
door conflict).
- Ongelijkheid en conflict
o Sekseconflictbenadering (mannen en vrouwen in conflict
omdat ze ongelijk behandeld worden) en feminisme
o Rassenconflictbenadering
- Blind voor harmonie?
Symbolisch interactionisme = theorie die interacties en betekenis
analyseert.
- Sociale interacties in concrete situaties (microniveau)
o Van ‘onderaf’
4
Inhoudsopgave
HC1: Wat is sociologie?.................................................................................................................................. 2
HC2: Sociologisch analyseren – niveaus en bindingen.....................................................................................6
HC3: Sociale ongelijkheid (nog overtypen uit schrift!!)....................................................................................8
HC4: Sociale mobiliteit................................................................................................................................. 13
HC5: Criminaliteit en bestraffing................................................................................................................... 15
HC6: Cognitieve en affectieve bindingen en cultuur......................................................................................21
HC7: Mensen in hun fysieke omgeving......................................................................................................... 24
HC8: De verzorgingsstaat.............................................................................................................................. 29
HC9: Beleid en Organisatie........................................................................................................................... 34
HC10: Evalueren van interventies en beleid..................................................................................................42
HC11: Alexa Quiz.......................................................................................................................................... 44
,HC1: Wat is sociologie?
Sociologie = het systematisch onderzoeken van de samenleving
- Algemene patronen in gedrag
- Invloed van de samenleving op gedrag – en andersom
- Sociologisch perspectief
Het sociologisch perspectief = het kunnen loslaten van het idee dat
keuzes individueel zijn en het aannemen van het idee dat je
maatschappelijk beïnvloed wordt.
Functies voor pedagogen:
Kritische (pedagogische) reflectie:
- Kritische blik op alledaags denken
- Sociale activatie
Spelinzicht:
- Weten hoe dingen ontstaan
- Weten hoe dingen veranderen
Ontstaan sociologie
En waarom is dit belangrijk voor pedagogen?
- Franse Revolutie; de standenmaatschappij verdween.
- De gevolgen van de Industriële Revolutie; arbeidsindeling en
verstedelijking
- Verdwijnen kerkelijke macht (secularisering)
- Samenleving werd complexer
2
,Klassieke sociologen en kernbegrippen
Tönnies; van gemeinschaft (= affectieve bindingen en
saamhorigheid naar gesellschaft (= economische bindingen en
onderlinge concurrentie)
Marx:
- arbeidsindeling
- vervreemding
- revolutie; mensen komen op een gegeven moment in opstand
Durkheim
- Het sociale als een eigensoortige werkelijkheid
- Grenzen/voorwaarden individualisme
- Anomie = iedereen gaat voor individueel, de samenleving wordt
daardoor grenzeloos
- Van mechanische naar organische solidariteit:
o Dit betekent de overgang van ouderwetse gemeenschappen
naar moderne samenlevingen. In ouderwetse
gemeenschappen zijn mensen sterk verbonden door gedeelde
waarden en gelijkheid, terwijl in moderne samenlevingen de
verbondenheid meer gebaseerd is op onderlinge
afhankelijkheid en specialisatie in verschillende taken."
-
Weber
- Rationalisering = verklaren vanuit wetenschap en niet meer
tradities en geloof etc.
- De ‘onttovering’ = praktische problemen oplossen met technologie,
i.p.v. met magie
- Waardevrijheid
Sociologische blik op de wereld
Analyseniveaus en theoretische benaderingen
3
, Micro, meso, macro
Theorie = een toetsbare verklaring van iets, gebaseerd op een geheel van
samenhangende waarnemingen.
- hoe dingen samenhangen
- toetsbare voorspellingen
Theorie en theoretische benaderingen (kennen!!):
Structureel functionalisme
Conflictsociologie
Symbolisch interactionisme
Rationele keuzebenadering
Structureel functionalisme (de maatschappij is een lichaam!)
- Gericht op sociale structuur en sociale functies
- Manifeste en latente functies.
- Sociale disfunctie
- Blind voor ongelijkheid?
Conflictsociologie (= paradigma binnen de sociologie dat stelt dat
elk sociaal systeem niet door consensus gekenmerkt wordt, maar
door conflict).
- Ongelijkheid en conflict
o Sekseconflictbenadering (mannen en vrouwen in conflict
omdat ze ongelijk behandeld worden) en feminisme
o Rassenconflictbenadering
- Blind voor harmonie?
Symbolisch interactionisme = theorie die interacties en betekenis
analyseert.
- Sociale interacties in concrete situaties (microniveau)
o Van ‘onderaf’
4