Inhoud
Neurologie..............................................................................................................................................1
Seminair 1 zenuwstelsel & terminologie................................................................................................1
Seminair 3 hersenzenuwen en medulla spinalis.....................................................................................3
Seminair 8 cerebellum..........................................................................................................................10
Seminair 9.............................................................................................................................................12
Seminair 1 zenuwstelsel & terminologie
Afferent : naar czs toe ( sensorisch)
Efferent : czs naar prikkel ( motoriscsh)
Para : brengt rust, orgaan , rest-digest
Sym/ ortho: actief maken, hele
lichaam, fight or flight.
Autonoom = instandhouding/
overleven ( in) inwendige organen.
Somatisch = houding en beweging (ex)
1
,Zenuwen : 12 craniaal, 31 ruggenmerg.
Enterisch zenuwstelsel = eigen zenuwstelsel van spijsverteringstelsel.
‘als para actief is wordt de ortho geremd en andersom’
medulla spinalis= ruggenmerg
medulla oblengata = verkort merg
pons= brug/ hersenstam
mesencephalon= middenhersenen
diencephalon = hersenenhelft
cerbellum = kleine hersenen
cerebrum = grote hersenen
terminologie = verzameling van
termen vaktaal
sensibiliteit
vitale sensibiliteit = oppervlakkig gevoel; pijn, grove tast, tempratuur = belangrijk
gnostische sensibiliteit = houdingszin, diepe gevoel ; bewegingszin, vibratiezin
axon = lange uitloper met cellen ( sign
hersenen en ruggenmerg)
neuriet = axonen + dendrieten
dendriet= kleine uitlopers ( ontvangt info uit
lichaam, weefsel en zintuigen)
synaps = verbindingspunt van axon+ dendriet
myeline = omhult de axon
gliacellen ondersteunen( conciërge) de zenuwcellen. ( neuronen kunnen niet zonder
gliacellen)
2
, Grijze stof = info ontvangen , cellichamen van schakelcellen.
Witte stof = het verzorgen van de communicatie , uitlopers van schakelcellen
Ependym = de laag die centrale kanaal van
ruggenmerg en hersenkamers bekleedt, zorgt ervoor
dat hersenen niet beschadigen.
actiepotentiaal
bij lokale depolarisatie( ontstaan impuls) is de lading
binnen en buiten de celmembraam ten opzichte van
andere delen veranderd
nodes van ranvier ; knopen die niet bedekt zijn door
myeline
cellichaam= perikayon
signaaloverdracht : actiepotentiaal of
neurotransmitters
astrocyt = (gliacel), tussen bloedvat en zenuwcel ionconcentratie regelen,
bloedhersenbariere. Neutron hulp, repareren.
pericyten = bloed hersen barrière , cellen die deel uit maken van haarvaten
ependym = gespecialiseerde ependym cellen maken hersenvocht aan.
oligodendrocyten= myeline , hersenen en ruggengraat (centraal zenuwstelsel)
cellen van schwann = perifeerzenuwcellen, omvatten axonen
vragen sem 1 :
1. Waarom valt de hersenen en ruggenmerg onder czs?
2. Op welke 2 manieren werkt autonome zenuwstelsel?
3. Uit welke delen bestaan de hersenen?
4. Noem 2 functies van zenuwstelsel?
5. Welk deel van neuron maakt contact met andere zenuwcel
6. Benoem de delen van een neuron ( zenuwcel)
Hersenzenuwen ;
Kaarten: Hersenzenuwen | Quizlet
Seminair 3 hersenzenuwen en medulla spinalis
Centraal zenuwstelsel : ruggenmerg, grote hersenen, kleine hersenen, hersenschors
3