Onderzoekend handelen kt 5 periode 1
begrip Betekenis voorbeeld
Denken: Is een proces in de hersenen. We
krijgen zo veel binnen en alles wat
belangrijk is slaan we op.
False consensus De neiging om de frequentie van Sollicitatie: we dachten
hun eigen standpunt bij anderen te allemaal dat de kandidate
overschatten geïnteresseerd was, maar zij
koos toch voor een ander.
mind Is de geest en de activiteit van het
brein. De gedachten die je hebt en
hoe je erin staat.
brein Heeft iedereen, en zit bij iedereen
op dezelfde plek in de schedel.
Type 1 denken Denken en heel snel beslissingen
maken. Intuïtief en impuls. Legt
verbanden ook als ze er niet zijn.
Type 2 denken Is reflectief en argumentatie. Denkt
langer na voordat er een handeling
plaatsvind.
Technisch Je maakt onderscheidt tussen
analytisch hoofd- en bijzaken. Is nauw
verwant aan kritisch denken.
denken
Systematisch ontleden van een
complex probleem
Empathisch Is het inlevingsvermogen. Zo kan je
denken een ander zijn emoties beter
begrijpen.
Irrationeel Is het besluit- en ideevorming die
denken niet op een logische redenering is
gebaseerd. Handelen op gevoel.
priming Sneller herkennen van, of reageren Je hebt gehoord dat je in
op een bepaalde stimulus als men verwachting bent. Ineens zie
deze eerder heeft waargenomen. je allemaal vrouwen die ook
zwanger zijn.
Drogredenering Fout argument, redenering die niet
klopt.
Overhaaste Wordt een conclusie genomen voor Sommige drugs zijn erg
generalisatie een hele groep. verslavend en kunnen
dodelijk zijn in korte tijd.
Daarom moeten alle drugs
verboden worden.
Onjuist Wordt een verband gelegd tussen Het wordt s’ avonds donker,
begrip Betekenis voorbeeld
Denken: Is een proces in de hersenen. We
krijgen zo veel binnen en alles wat
belangrijk is slaan we op.
False consensus De neiging om de frequentie van Sollicitatie: we dachten
hun eigen standpunt bij anderen te allemaal dat de kandidate
overschatten geïnteresseerd was, maar zij
koos toch voor een ander.
mind Is de geest en de activiteit van het
brein. De gedachten die je hebt en
hoe je erin staat.
brein Heeft iedereen, en zit bij iedereen
op dezelfde plek in de schedel.
Type 1 denken Denken en heel snel beslissingen
maken. Intuïtief en impuls. Legt
verbanden ook als ze er niet zijn.
Type 2 denken Is reflectief en argumentatie. Denkt
langer na voordat er een handeling
plaatsvind.
Technisch Je maakt onderscheidt tussen
analytisch hoofd- en bijzaken. Is nauw
verwant aan kritisch denken.
denken
Systematisch ontleden van een
complex probleem
Empathisch Is het inlevingsvermogen. Zo kan je
denken een ander zijn emoties beter
begrijpen.
Irrationeel Is het besluit- en ideevorming die
denken niet op een logische redenering is
gebaseerd. Handelen op gevoel.
priming Sneller herkennen van, of reageren Je hebt gehoord dat je in
op een bepaalde stimulus als men verwachting bent. Ineens zie
deze eerder heeft waargenomen. je allemaal vrouwen die ook
zwanger zijn.
Drogredenering Fout argument, redenering die niet
klopt.
Overhaaste Wordt een conclusie genomen voor Sommige drugs zijn erg
generalisatie een hele groep. verslavend en kunnen
dodelijk zijn in korte tijd.
Daarom moeten alle drugs
verboden worden.
Onjuist Wordt een verband gelegd tussen Het wordt s’ avonds donker,