Personality Psychology van Larsen en Buss: H10, Erikson’s eight stages of development.
Introduction to Personality van Mischel, Shoda en Ayduk: H9, Erik Erikson’s Psychosocial
theory of personality development.
Personality van Cervone en Pervin: H3, Erikson’s Psychosocial Stages of Development.
Perspectives on Personality van Carver en Scheier: H9, Erikson’s Theory of Psychosocial
Development.
Adolescence, adulthood and old age van Michael W. Eysenck.
Hoofdstuk 5, Identity in Adolescence van James E. Marcia
Wat is de visie van Erikson over persoonlijkheidsontwikkeling?
Eight stages of personality development
Infancy (Freud: Oral-sensory)
Leeftijd: 0-1 jaar
Idee: Het kind is afhankelijk van een ander om zijn basisbehoefte te
voorzien. Zodra de basisbehoefte bevredigd wordt ontwikkeld
het kind een gevoel van veiligheid en vertrouwen.
Basisvertrouwen is belangrijk.
Psychosociale crisis: vertrouwen vs. wantrouwen
Vraag: 1. Ben ik geliefd?
2. Ben ik goed?
3. Zijn andere goed?
Optimale uitkomst: basis vertrouwen + optimisme
Positieve uitkomst: vertrouwen + drive + hoop + vertrouwen in jezelf + optimisme
Negatieve uitkomst: slechtheid + pessimisme + wantrouwen inclusief
zelfwantrouwen.
Egosterke/deugd: Hoop
Early childhood (Freud: Muscular-anal)
Leeftijd: 2-3 jaar
Idee: Focussen kinderen op het krijgen van controle over hun
handelingen. Het gaat om het creëren van autonomie.
Zindelijkheid vindt hier plaats.
Psychosociale crisis: autonomie vs. Schaamte en twijfel
Vraag: 1. Heb ik controle over mijn wereld?
2. Kan ik doeltreffend zijn?
Optimale uitkomst: Gevoel of controle over jezelf + de omgeving is doelgericht.
Positieve uitkomst: Gevoel van competentie en autonomie nemen toe + wilskracht
Negatieve uitkomst: Angst + twijfelen aan jezelf + voor jezelf schamen.
Egosterkte/deugd: wilskracht: vastberadenheid om vrije keuze uit te oefenen.
, Childhood/preschool (Freud: Locomotor-genital)
Leeftijd: 3-5 jaar
Idee: De mogelijkheid om objecten in de wereld te manipuleren leidt
tot het verlangen om invloed uit te oefenen, om dingen
mogelijk te maken verlangen naar macht.
Psychosociale crisis: initiatief vs. schuld
Vraag: 1. Hoe kan ik krachtig zijn?
Optimale uitkomst: Doelgericht en een doel hebben.
Positieve uitkomst: moed + plezier in bereikingen + een doel
Negatieve uitkomst: teruggetrokken zijn + schuldig over onbereikt doel.
Egosterkte/deugd: De moed om dolen na te streven zonder angst voor straf.
Latency/schoolleeftijd
Leeftijd: 6- begin puberteit
Idee: Je wilt door anderen als goed worden beschouwd.
Psychosociale crisis: ijverheid vs. minderwaardigheid
Vraag: 1. Ben ik krachtig?
2. Heb ik competentie?
Het kind weet dat hij/zij gecontroleerd en geobserveerd
wordt door mensen om hem heen.
Leert morele en etnische dingen die ze nodig hebben om
mee te gaan in deze wereld.
Optimale uitkomst: competentie
Positieve uitkomst: Verweren van competentie + trots op een afgemaakt product.
Negatieve uitkomst: Het gevoel hebben dat je de crisis van deze stadium niet aan
kan + niet in staat zijn om een product af te maken.
Egosterkte/deugd: het gevoel dat je dingen kan doen die gewaardeerd worden
door anderen.
Puberteit en adolescentie
Leeftijd: 13-19 jaar
Idee: lichamelijke veranderingen van de puberteit. Gaat zoeken naar
je identiteit. Zelfbeeld uit de vorige fases op de juiste manier
samenvoegen en kijken hoe anderen jouw zien.
Psychosociale crisis: identiteit vs. Rol verwarring
Vraag: 1. Wie ben ik?
Hoe vind ik mezelf en hoe vinden andere mij?
Verwerven van een ego identiteit
Optimale uitkomst: Re-integratie van verleden, heden en toekomst doel + trouw
Positieve uitkomst: Opvattingen creëren over jezelf en de maatschappij + identiteit
verworven.
Negatieve uitkomst: Ongemakkelijk met zijn rol + gevoel hebben dat je kunstmatig
bent.
Sociale focus: peer groups