De extrinsieke oogspieren.
Esotropie -> scheelkijken met 1 oog naar binnen
Exotropie -> scheelkijken met 1 oog aar buiten
Hypertropie -> scheelkijken met 1 oog naar boven
Hypotropie -> scheelkijken met 1 oog naar beneden
Piplopie -> dubbelzien
Stereoscopisch zien -> diepte zien door middel van het kijken met 2
ogen en de samenwerking hiervan. Als dit niet goed werkt kan dit
bij een kind nog worden hersteld door middel van het afplakken van
1 oog met een plijster. (amblyoop -> lui oog)
Het gezichtsveld gaat per oog temporaal iets veder dan nasaal.
Een gezichtsveldonderzoek wordt gedaan met een parameter.
Alle oogspieren zijn skeletspierweefsel.
Esotropie -> scheelkijken met 1 oog naar binnen
Exotropie -> scheelkijken met 1 oog aar buiten
Hypertropie -> scheelkijken met 1 oog naar boven
Hypotropie -> scheelkijken met 1 oog naar beneden
Piplopie -> dubbelzien
Stereoscopisch zien -> diepte zien door middel van het kijken met 2
ogen en de samenwerking hiervan. Als dit niet goed werkt kan dit
bij een kind nog worden hersteld door middel van het afplakken van
1 oog met een plijster. (amblyoop -> lui oog)
Het gezichtsveld gaat per oog temporaal iets veder dan nasaal.
Een gezichtsveldonderzoek wordt gedaan met een parameter.
Alle oogspieren zijn skeletspierweefsel.