,College 1: Inleiding & Geschiedenis
Wat is gedrag?
* Alles wat een persoon zegt of doet, bijv. een activiteit, actie, prestatie, reactie of
respons.
* Elke observeerbare en meetbare activiteit van een organisme: spier-, klier- of
elektrische activiteit.
* Alles wat makkelijk te zien is
o Niet elk gedrag is observeerbaar
o Overt/covert (open/verborgen) à kan worden beïnvloed door behavior
modification
Labels van gedrag
* Intelligentie – waar je mee wordt geboren, geërfde hersencapaciteit. Valt niet te
observeren; alleen gedrag wordt geobserveerd. Intelligentie verwijst naar de
manieren van gedragingen
* Attitude – gedraging
* Creativiteit – gedrag onder bepaalde omstandigheden
Voor- en nadelen labels
* Handig in snel overhandigen van algemene informatie over hoe een individu zich
waarschijnlijk zal gedragen
* Kunnen helpen bij het indiceren van een effectieve behandeling
* Pseudo-verklaringen van gedrag (cirkel-redeneren)
* Gevolgen voor de behandeling van een individu
* Focus op probleemgedragingen i.p.v. sterke punten
Gedragsmodificatie/behavior modification
Gedragsmodificatie: met technieken en principes wordt gedrag van mensen beoordeeld
en verbeterd, zowel overt als covert gedrag. Het doel is om het welzijn van mensen te
verbeteren.
1. Problemen definiëren in termen van gedrag dat we kunnen meten. Veranderingen
in gedrag is de beste indicator voor oplossingen.
2. Iemands omgeving wordt aangepast om mensen beter te laten gedijen. Stimuli=
mensen/objecten/gebeurtenissen aanwezig in de omgeving die van invloed zijn
op iemands gedrag.
3. Methodes en rationales worden precies beschreven zodat ze gerepliceerd kunnen
worden.
4. Technieken worden toegepast door mensen in het dagelijks leven van een person,
bijv. ouders, leerkrachten en anderen.
5. Oorsprong in onderzoek uit de leerwetenschap.
6. Aantoonbaar wordt gemaakt dat een interventie de oorzaak is voor
gedragsverandering.
7. Grote verantwoordingsplicht van de betrokkenen bij interventies (client,
medewerkers etc.).
,Waarom behavior modification?
* Bewezen effectief
* Effectief en gebruikt bij veel doelgroepen
* Gebruikt in veel contexten (hulpverlening, onderwijs, puppytraining)
* Theorie is heel sterk ontwikkeld
* Makkelijk toe te passen (ook makkelijk aan anderen vertellen)
Behavior assessment
* Gebruik maken van procedures
* Doelgedrag (target behaviors) – gedragingen die veranderen/verbeteren in een
gedragsmodificatie programma
* Verzamelen en analyseren van informatie en gegevens om:
o Doelgedrag te identificeren en te beschrijven
o Mogelijke oorzaken van het gedrag te identificeren
o Gids zijn voor selectie van een geschikte gedragsmatige behandeling
o Behandelresultaat evalueren
* Functionele analyse – isolatie door middel van de oorzaken van probleemgedrag te
bepalen en vervolgens ze te verwijderen of om te keren
Tijdlijn gedragsmodificatie
Pavlov
* Hond van Pavlov à klassiek conditioneren
* Unconditional reflex – reflex op het voedsel
* Conditional reflex – reflext op toonhoogte na leerproces
* Voorlopen behaviorisme
* Meeste menselijke gedragingen zijn aangeleerde gewoonten
Skinner
* Grondlegger operant conditioneren (positief/negatief belonen)
* Belangrijk voor hoe we nu denken over gedrag
Ellis & Beck
* Cognitieve therapie & -gedragstherapie
* Irrationele gedachten kunnen lastige emoties veroorzaken
* Gebrekkige cognitieve processen veroorzaken emotionele & gedragsproblemen
Watson
* Little Albert experiment à angststoornissen
* Mensen en conditioneren à start behaviorisme
* Tabula rasa – mensen leren alles à twelve infants (12 gezonde kinderen en ik maak
ervan wat jullie willen à wat kinderen worden is niet afhankelijk van hoe ze
geboren zijn, maar van wat ze leren)
o Als mensen anders zijn, komt dat door de leerprocessen en niet
aangeboren (racisme)
, * Behaviorist manifesto (behavior not mind) - behaviorisme moest volledig feitelijk
zijn
Wolphe
* Wederzijdse remming – als een groep stieren wordt gestimuleerd, een
antagonistische wrodt geremd en vice versa
* Systematische desensibilisatie (Eysenck) – reactie onverenigbaar met geleerde
angstgevoelens kan die worden veroorzaakt door een stimulus die geoncidioneerd
is om angst te produceren. Die stimulus zal ophouden met uilokken van een
angstreactie
* Wolpe-Eysenck school – klinische therapie gebaseerd op deze theorie
Thorndike
* Onderwijspsycholoog
* Studies op dieren en mensen
* Laws of learning à law of effect – wanneer je gedrag straft neemt het af (en
andersom)
* Geen (radicale) behaviorist
Skinner
* Vooral proeven met ratten en duiven
* Operant conditioning (skinner boxes)
o Duiven en ratten moesten iets doen om beloning te krijgen (voedsel).
Bijvoorbeeld een rat die op een hendeltje drukte à vaker op het hendeltje
drukken.
* Gevoelens en evaluaties bijproducten van conditionering
o Geen vrije wil, we zijn altijd onder invloed van positive reinforcements
o Genetische invloeden zijn kleiner
Kritiek
* Te beperkt kijken à mensen zijn creatief, hebben energie
* Duiven en ratten generaliseren naar mensen à te beperkt
* Genetisch vs. Tabula rasa
o Genetische basis is wel van belang
Chomsky
* Kritiek op Skinner
o Over aanleren op taal
o Chomsky: aangeboren mechanisme om taal aan te leren, Skinner: kinderen
leren puur taal, is niks aangeboren
Bandura
* Mensen leren door sociale processen (door wat ze zien bij anderen)
* Nadruk op sociale contexten waarin gedrag verworden en behouden wordt
* Benadrukt belang van observerend leren
Wat is gedrag?
* Alles wat een persoon zegt of doet, bijv. een activiteit, actie, prestatie, reactie of
respons.
* Elke observeerbare en meetbare activiteit van een organisme: spier-, klier- of
elektrische activiteit.
* Alles wat makkelijk te zien is
o Niet elk gedrag is observeerbaar
o Overt/covert (open/verborgen) à kan worden beïnvloed door behavior
modification
Labels van gedrag
* Intelligentie – waar je mee wordt geboren, geërfde hersencapaciteit. Valt niet te
observeren; alleen gedrag wordt geobserveerd. Intelligentie verwijst naar de
manieren van gedragingen
* Attitude – gedraging
* Creativiteit – gedrag onder bepaalde omstandigheden
Voor- en nadelen labels
* Handig in snel overhandigen van algemene informatie over hoe een individu zich
waarschijnlijk zal gedragen
* Kunnen helpen bij het indiceren van een effectieve behandeling
* Pseudo-verklaringen van gedrag (cirkel-redeneren)
* Gevolgen voor de behandeling van een individu
* Focus op probleemgedragingen i.p.v. sterke punten
Gedragsmodificatie/behavior modification
Gedragsmodificatie: met technieken en principes wordt gedrag van mensen beoordeeld
en verbeterd, zowel overt als covert gedrag. Het doel is om het welzijn van mensen te
verbeteren.
1. Problemen definiëren in termen van gedrag dat we kunnen meten. Veranderingen
in gedrag is de beste indicator voor oplossingen.
2. Iemands omgeving wordt aangepast om mensen beter te laten gedijen. Stimuli=
mensen/objecten/gebeurtenissen aanwezig in de omgeving die van invloed zijn
op iemands gedrag.
3. Methodes en rationales worden precies beschreven zodat ze gerepliceerd kunnen
worden.
4. Technieken worden toegepast door mensen in het dagelijks leven van een person,
bijv. ouders, leerkrachten en anderen.
5. Oorsprong in onderzoek uit de leerwetenschap.
6. Aantoonbaar wordt gemaakt dat een interventie de oorzaak is voor
gedragsverandering.
7. Grote verantwoordingsplicht van de betrokkenen bij interventies (client,
medewerkers etc.).
,Waarom behavior modification?
* Bewezen effectief
* Effectief en gebruikt bij veel doelgroepen
* Gebruikt in veel contexten (hulpverlening, onderwijs, puppytraining)
* Theorie is heel sterk ontwikkeld
* Makkelijk toe te passen (ook makkelijk aan anderen vertellen)
Behavior assessment
* Gebruik maken van procedures
* Doelgedrag (target behaviors) – gedragingen die veranderen/verbeteren in een
gedragsmodificatie programma
* Verzamelen en analyseren van informatie en gegevens om:
o Doelgedrag te identificeren en te beschrijven
o Mogelijke oorzaken van het gedrag te identificeren
o Gids zijn voor selectie van een geschikte gedragsmatige behandeling
o Behandelresultaat evalueren
* Functionele analyse – isolatie door middel van de oorzaken van probleemgedrag te
bepalen en vervolgens ze te verwijderen of om te keren
Tijdlijn gedragsmodificatie
Pavlov
* Hond van Pavlov à klassiek conditioneren
* Unconditional reflex – reflex op het voedsel
* Conditional reflex – reflext op toonhoogte na leerproces
* Voorlopen behaviorisme
* Meeste menselijke gedragingen zijn aangeleerde gewoonten
Skinner
* Grondlegger operant conditioneren (positief/negatief belonen)
* Belangrijk voor hoe we nu denken over gedrag
Ellis & Beck
* Cognitieve therapie & -gedragstherapie
* Irrationele gedachten kunnen lastige emoties veroorzaken
* Gebrekkige cognitieve processen veroorzaken emotionele & gedragsproblemen
Watson
* Little Albert experiment à angststoornissen
* Mensen en conditioneren à start behaviorisme
* Tabula rasa – mensen leren alles à twelve infants (12 gezonde kinderen en ik maak
ervan wat jullie willen à wat kinderen worden is niet afhankelijk van hoe ze
geboren zijn, maar van wat ze leren)
o Als mensen anders zijn, komt dat door de leerprocessen en niet
aangeboren (racisme)
, * Behaviorist manifesto (behavior not mind) - behaviorisme moest volledig feitelijk
zijn
Wolphe
* Wederzijdse remming – als een groep stieren wordt gestimuleerd, een
antagonistische wrodt geremd en vice versa
* Systematische desensibilisatie (Eysenck) – reactie onverenigbaar met geleerde
angstgevoelens kan die worden veroorzaakt door een stimulus die geoncidioneerd
is om angst te produceren. Die stimulus zal ophouden met uilokken van een
angstreactie
* Wolpe-Eysenck school – klinische therapie gebaseerd op deze theorie
Thorndike
* Onderwijspsycholoog
* Studies op dieren en mensen
* Laws of learning à law of effect – wanneer je gedrag straft neemt het af (en
andersom)
* Geen (radicale) behaviorist
Skinner
* Vooral proeven met ratten en duiven
* Operant conditioning (skinner boxes)
o Duiven en ratten moesten iets doen om beloning te krijgen (voedsel).
Bijvoorbeeld een rat die op een hendeltje drukte à vaker op het hendeltje
drukken.
* Gevoelens en evaluaties bijproducten van conditionering
o Geen vrije wil, we zijn altijd onder invloed van positive reinforcements
o Genetische invloeden zijn kleiner
Kritiek
* Te beperkt kijken à mensen zijn creatief, hebben energie
* Duiven en ratten generaliseren naar mensen à te beperkt
* Genetisch vs. Tabula rasa
o Genetische basis is wel van belang
Chomsky
* Kritiek op Skinner
o Over aanleren op taal
o Chomsky: aangeboren mechanisme om taal aan te leren, Skinner: kinderen
leren puur taal, is niks aangeboren
Bandura
* Mensen leren door sociale processen (door wat ze zien bij anderen)
* Nadruk op sociale contexten waarin gedrag verworden en behouden wordt
* Benadrukt belang van observerend leren