Aantekeningen hoorcolleges
Week 37: Inleiding in de sociologie
Wat is sociologie eigenlijk?
“Sociologie verklaart gedrag vanuit de samenlevingsverbanden die mensen met
elkaar vormen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen micro-, meso- en
macroniveau”. (Stapel & Keukens 2016).
- Psychologie gaat vaak over de individu.
- Sociologie gaat over een groep mensen: samenwerkingsverband.
- Micro, meso- en macroniveau hangt af van de context.
• Microniveau: een wat kleine groepsgrootte (bijv. je klas).
• Mesoniveau: een iets grotere groep maar nog niet alles (bijv. de
opleiding verpleegkunde).
• Macroniveau: de grootste groep (bijv. studenten verpleegkunde in
Nederland of hele wereld).
- Je hebt de omgeving, het stukje cultuur, nodig om de samenleving en ook
uiteindelijk de patiënt(groep) beter te kunnen begrijpen.
Waarom is sociologie belangrijk voor een verpleegkundige?
- Het kan je helpen inzicht te krijgen in je eigen gedrag, maar ook in het gedrag
van anderen (patiënt(doelgroep), collega’s).
- Maatschappelijke factoren: verbanden tussen ziekte en gezondheid en
verschillende groepen mensen.
• Mensen met een lager sociaal economische status hebben vaak een
veel lagere gezondheidsbeleving.
o Sociologie vraagt zich dan af: wat is het verband daartussen en
zijn er nog andere verbanden te ontdekken?
- De inrichting van de gezondheidszorg, hoe zit dat in elkaar? Kan dat beter?
- De positie van verpleegkundige in allerlei groeperingen; verschillen in
verpleegkundigen in andere landen.
Wie zijn jullie?
- Je eigen referentiekader = de blik waarmee jij naar iets kijkt.
- Vooroordelen. We hebben ze allemaal, het heeft te maken met de omgeving
waar je bent opgegroeid. We denken alvast iets, zonder dat het waar hoeft te
zijn.
- Role-taking = je verplaatsen in de ander zijn gevoelens en perspectieven.
- Self-fulfilling prophecy = een voorspelling die (in)direct leidt tot het uitkomen
van die voorspelling. Wat jij denkt, dat gaat dan ook gebeuren.
• Bijv. de gedachte: “De wereld is slecht, en het zal slecht aflopen met de
mensheid”. Iemand met een depressie zal daarna alleen maar bewijzen
zien dat deze voorspelling inderdaad klopt.
- Normen en waarden:
• Normen = gedragsregels die iedereen volgt, maar wat niet altijd
uitgesproken is. (Bijv. dat je niet lacht als iemand aan het huilen is).
• Waarden = idealen en motieven die in een samenleving als
nastrevenswaardig worden beschouwd. (Bijv. vrijheid, respect etc.).
,Wie zijn wij?
- Structuurpositie: hoe is de positie in aanzien van de ander (bijv. student en
docent).
- Er kan een conflict ontstaan; het botst een beetje.
• Intern conflict = dat je een conflict hebt binnen 1 rol. (Conflict is binnen
jezelf).
• Extern conflict = conflict tussen 2 rollen.
Coördinatie van zorg
- Definitie: de student kan kennis en informatie gericht op het garanderen van
een ononderbroken betrokkenheid van de noodzakelijke zorgverleners bij het
zorgverleningsproces van de zorgvrager door de tijd heen delen.
- Specifiek:
• Kent in het kader van ketenzorg de verschillende actuele organisaties
en organisatievormen in de gezondheidszorg.
• Kent de organisatie en de bekostiging van de gezondheidszorg op
micro-, meso- en macroniveau.
- Kernwoorden:
• Mantelzorg.
• Zorgorganisatie, zorgsysteem en zorgverzekering.
• Sociale omgeving (armoede en leefomgeving).
o Is heel belangrijk voor je gezondheid.
• Politiek en overheid.
Maatschappelijke veranderingen
Wat gebeurt er in de maatschappij? Overzicht maatschappelijke veranderingen
(vroeger vs. nu), uit Stapels & Keukens blz. 78.
- Gemeenschap → individu
- Wij-cultuur → ik-cultuur
- Cohesie → verzameling individuen
- Solidariteit → eigen belang
- Sociale controle → interventietaboe (= mensen vinden het niet zo leuk als je
ze ergens op aanspreekt: spreek mij niet aan op mijn eigen gedrag)
- Plichten → rechten
- Standenmaatschappij → prestatiemaatschappij
- Sociale ongelijkheid → gelijke kansen
- Positie en rol → keuze individu
- Onvrijheid → vrijheid
- Gezagsgetrouwheid → mondigheid
- Afhankelijk van omgeving → afhankelijk van infrastructuur
- Kostwinnersmodel → individueel model
- Duidelijkheid → onduidelijkheid
- Bevelshuishouding (= iemand is de baas) → onderhandelingshuishouding
- Formalisering (formeel) → informalisering (informeel)
- Culturele homogeniteit → culturele diversiteit
, Sociologie
Wat voor invloed hebben maatschappelijke veranderingen op de verpleegkundige
zorg?
- Maatschappelijke veranderingen kunnen heel veel invloed hebben op de zorg.
• Bijv. toename vluchtelingen in Nederland kan zorgen voor meer
mensen met een trauma op de afdeling, ook zal je misschien meer
Engels praten en je verdiepen in andere culturen → toename diversiteit
op de afdeling.
• Bijv. na de olympische spelen raken mensen vaak geïnspireerd en
gaan meer sporten.
Politieke veranderingen
We leven in een verzorgingsstaat, maar, de verzorgingsstaat staat onder druk en
verdwijnt langzaam.
- Verzorgingsstaat = doel van verzorgingsstaat is de zorg voor iedereen gelijk,
armoede gelijk trekken, sociale voorzieningen voor iedereen, goed onderwijs,
tegenstrijd analfabetisme.
- Maar we zien dat dit nu veel lastiger wordt. Vooral als je geen naasten om je
heen hebt die je kunnen ondersteunen.
- De zorg(verzekering) is onbetaalbaar geworden, dus we gaan steeds meer
terug naar een participatiesamenleving. Gevolg: zorg in ziekenhuis is heel
duur dus we proberen de zorg zoveel mogelijk thuis te laten plaatsvinden.
• Voordelen: mensen kunnen langer thuis wonen.
• Nadelen: heel veel zorg komt terecht op de schouders van naasten;
meer mantelzorg.
Verzorgingsstaat: “De klassieke verzorgingsstaat verandert langzaam, maar zeker in
een participatiesamenleving. Van iedereen die dat kan wordt gevraagd
verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving”.
- Bron: Troonrede, 2013 (Wiebusch & Moulijn, 2013, p.2)
- Meer verantwoordelijkheid voor eigen leven en omgeving: meer onbetaald
doen voor de ander.
- Verzorgingsstaat verandert wat voor de maatschappij, het zorgt meer voor een
individualistische samenleving: als de staat betaald heb jij de ander niet meer
nodig.
- De ik-cultuur bij de verzorgingsstaat is maar ook dat het anoniemer is: dus dat
mensen elkaar niet meer zoveel gaan helpen. En dat de wij-cultuur proberen
dat te versterken, maar dat het ook een transitie nodig heeft en we het nu niet
meer echt gewend zijn en eigenlijk weer moeten gaan leren.
Rol overheid
- Rol overheid in participatiesamenleving (overheid doet eigenlijk stapje terug:
regel het zelf maar)
• Minder zorg en solidariteit (je moet best wel ziek zijn om zorg te krijgen)
• Minder geduld (sneller ontslagen uit ziekenhuis oid.)
• Meer/minder gedogen (= iets mag niet van de wet, maar dat mensen
zeggen toch maar wel: bijv. wietcultuur in Nederland)
• Meer eigen verantwoordelijkheid en eigen risico (eigen risico gaat elk
jaar omhoog)
• Meer markt (er zijn meer aanbieders van zorg: meer keuzes)