§1 – Idee en oorsprong van de rechtsstaat
Nederland is een democratische rechtsstaat → dubbele zekerheid door verkiezingen. Begrip:
een rechtsstaat is een staat waarin burgers worden beschermd met grondrechten
tegen willekeur. De rechtsstaat is een soort van sociaal contract (contractfilosofen!).
De Trias Politica: 1748 Montesquieu → scheiding der machten. Revoluties eind 18 e eeuw
zorgden voor het ontstaan van de constitutionele monarchie, een monarchie met grondrechten
dus.
Grondrechten → fundamentele rechten op gebied van vrijheid, welzijn en bescherming.
Legaliteitsbeginsel → de overheid mag vrijheid alléén beperken op wettelijke basis. De
rechtsstaat geeft een soort ondergrens aan → maatstaf om te beoordelen hoe de Overheid
functioneert.
Een rechtsstaat voldoet in elk geval aan deze voorwaarden:
• Legaliteit (handelen naar de wet)
• Grondrechten
• Machtenscheiding
• Rechterlijke controle (is een resultaat van de machtenscheiding)
• Democratie.
§2 – Grondwet en grondrechten
In Nederland hebben we sinds 1814 een Grondwet. In 1815 kwam het Koninkrijk der
Nederlanden op. In 1848 voert Thorbecke ministeriële verantwoordelijkheid in en het
censuskiesrecht (wie belasting betaalt, bepaalt). Ook wordt sindsdien de Tweede Kamer
rechtstreeks gekozen. In 1917 kwam mannenkiesrecht en gelijke financiering van onderwijs. In
1983 werd de kiesleeftijd verlaagd, het verbod op discriminatie werd ingevoerd alsmede de
sociale grondrechten.
De Grondwet heeft de doelen:
• Begrenzen van de macht van de staat → vrijheden burgers garanderen.
• Fundamentele burgerrechten vastleggen.
• Aangeven hoe bepaalde staatsorganen (koning, ministers, parlement enz.) zijn
georganiseerd.
• De eenheid van de staat uitdrukken.
Klassieke grondrechten → houden beperking in van de Overheid t.o.v. burgers.
Sociale grondrechten → Overheid moet actief optreden om werkgelegenheid, welvaart,
leefbaarheid en gezondheid te waarborgen. In de Grondwet zijn ook bestuurlijke functies
geregeld: koningschap, regering, wetgeving enz. Ook de trias politica staan hierin beschreven.
Hoofdstuk 8 → wijzigen Grondwet: alleen als het parlement twee keer toestemming geeft met
een ⅔ meerderheid.
De grondrechten over de verhoudingen tussen burgers onderling → horizontale werking