Castles & Coltheart – Varieties of developmental dyslexie (1993)
Abstract
Onderzoek evalueert bewijs voor het bestaan van verschillende typen developmental dyslexie.
Modellen van het normale volwassen leesproces en de ontwikkeling van lezende kinderen zijn het
framework hiervoor. De lexicale en sublexicale leesvaardigheden van 56 (developmental) dyslectici
en 56 controlekinderen werden vergeleken. De resultaten laten zien dat er tenminste 2 soorten
developmental dyslexie zijn: één welke moeilijkheden in de lexicale procedure laat zien, en de ander
die moeilijkheden in de sublexicale procedure laat zien. Deze tweedeling wordt niet verklaard door
een algemene taalachterstand laat een tweede experiment zien.
Inleiding
Developmental dyslexie komt voor bij personen die nooit hun vermogen tot lezen hebben verloren,
maar ze hebben deze nooit verworven (wordt niet veroorzaakt door hersenbeschadiging).
Dual-route model van lezen:
- Lexicale procedure (directe route): mentale lexicon; verklanken van onregelmatige
woorden/homofonen.
- Sublexicale procedure (indirecte route): grafeem-foneemkoppeling; verklanken van
nonsenswoorden/pseudowoorden.
Behalve dual-route model bestaan er nog twee alternatieven:
- Multiple levels model: units tussen het woordniveau en grafeem niveau in.
- Single-route/analogy model: er is één procedure voor het hardop lezen en kan zowel
onregelmatige als nonsenswoorden vertalen van schrift naar spraak.
Lezers met verworven dyslexie hebben het bestaan van dual-route model bewezen, doordat
ze vaak maar een stoornis in één van beide procedures laten zien:
o Surface dyslexie: lexicale procedure van lezen is beschadigd regularisatiefout:
onregelmatige woorden worden verklankt volgens de grafeem-foneemkoppeling en
krijgen zo een verkeerde uitspraak.
o Phonological dyslexie: sublexicale procedure is beschadig deze personen kunnen
regelmatige en onregelmatige woorden lezen, maar geen nonsenswoorden.
Misschien zien we deze patronen ook wel bij kinderen met developmental dyslexie terug?
Fases van normale leesontwikkeling
Er zijn drie fases: logographic phase (kinderen herkennen een aantal woorden vanwege
karakteristieke patronen), alphabetic phase (grafeem-foneemkoppeling) en de orthographic phase
(herkennen van orthografische delen zonder het telkens te verklanken).
Als deze theorie over de fases van Frith (1985) klopt, dan hebben kinderen al een aantal worden in
hun vocabulaire voordat ze fonologische vaardigheden verwerven. Dus niet één van beide
procedures zal dan helemaal beschadigd zijn, maar kinderen met developmental dyslexie zullen te
maken hebben met dat één procedure minder efficiënt verloopt dan de andere, en een onderscheid
in surface en phonological dyslexie veroorzaakt.
Er zijn gelijkheden tussen verworven en developmental dyslexie, niet omdat de syndromen
hetzelfde zijn, maar omdat hetzelfde model relevant is voor beide.
Functionele tekorten versus het gebruik van ‘strategies’