3. Welke rol speelden de koloniën in sociaal-economische ontwikkelingen in Groot-Brittannië
(1750-1900)?
De opbrengsten uit de koloniën maakten van Groot-Brittannië een rijke natie. Hierdoor ontstond en
cultuur van nieuwsgierigheid en ondernemen. In de landbouw zorgden nieuwe landbouwtechnieken
voor meer opbrengsten. De bevolking groeide, de vraag naar kleding (katoen) en huisraad nam toe.
Machines werden steeds efficiënter en konden door aandrijving met water en later stoom
onafgebroken in beweging blijven. In de tweede helft van de 18° eeuw ontstond in Groot-Brittannië de
industriële revolutie. Industrialisatie zorgde voor meer productie en dus ontstond een behoefte aan
nieuwe afzetmarkten. Groot-Brittannië vond deze in haar koloniën. Door de industrialisatie
verstedelijkte Groot-Brittannië in hoog tempo, met veel sociaal-maatschappelijke veranderingen als
gevolg. Dit riep de vraag op welke rol de overheid in de sociaal-economische ontwikkelingen in
Groot-Brittannië én het Britse Rijk op zich moest nemen.
De rol van de kolonies in Groot-Brittannië 1750-1900
Groot-Brittannië verwerft een grote economische voorsprong
Het Engelse koloniale wereld rijk strekte zich in 1750 uit over alle werelddelen. En met zijn grote vloot
beheerste Engeland ook de handelsroutes naar Azië, Afrika en Amerika.
Het bezit van een enorm koloniaal rijk vergrootte de economische voorsprong die Groot-Brittannië in
de 18e en 19e eeuw nam op andere landen:
- Ondernemers investeren winsten uit de koloniën in industrie en transport in Groot-Brittannië,
waar eerst vaarwegen en daarna ook spoorwegen werden aangelegd.
- Grondstoffen, met name katoen, kwamen uit de koloniën in het Caribische gebied, India, uit
de Verenigde Staten en Egypte.
- Daarnaast werd vooral in India in de loop van de 19e eeuw een steeds belangrijkere
afzetmarkt voor de Britse katoenindustrie. !!!
In de 17e en 18e eeuw waren katoenproducten zoals calico uit India populair in Europa om de Britse
fabrikanten te beschermen en werd in 1721 de Calico wet aangenomen. In 1774 werd die wet weer
afgeschaft toen de Britse industrie door de uitvinding van machines kon concurreren met de Indiase
industrie. Door arbeidsbesparende nieuwe machines en door het heffen van invoerverboden en hoge
invoerrechten op Indiase producten werd in de loop van de 19e eeuw de handelsconcurrentie vanuit
vooral Bengalen uitgeschakeld.
Groot-Brittannië werd de grootste leverancier van katoen stoffen en kleding in de 19e eeuw. India
werd een leverancier van ruwe katoen in plaats van katoenen stoffen. In Groot-Brittannië nam de
welvaart toe, in India de armoede.
Door de mondiale ontwikkeling werd de Britse markt gevoelig voor gebeurtenissen elders in de
wereld. In de tijd van de Franse Revolutie, liep de levering van katoenproducten naar Europa sterk
terug. Misoogsten in India, veroorzaakten een sterke daling van de levering van katoen stoffen. En
dat gebeurde ook bij de Grote Opstand van 1857-1858, tijdens slavenopstanden op de West-Indische
eilanden en tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog.