« Duitsland in Europa »
1918-1991
§1 - Duitsland: van de Eerste naar de Tweede Wereldoorlog
“Wat leidde tot de opkomst van het nationaalsocialisme en welke gevolgen had
dit voor Duitsland en Europa (1918-1945)?”
In WOI: propaganda en censuur → positief over oorlog.
september 1918: uitputting Duitse leger; besluit bij parlement ipv leger (eer).
11-11-1918: wapenstilstand (sociaaldemocratische regering) → verrassing.
Keizer Wilhelm II vlucht naar Nederland.
→ onrust in Duitsland:
- familieleden zoek door oorlog
- honger
- tekorten
- soldaten gefrustreerd terug (werkloos & geen onderdak)
Politieke situatie:
- SPD (sociaaldemocraten) in regering; belangen arbeiders
- conservatieven; tijd voor oorlog, keizer, machtig Duitsland
- (extremistische groepen) Spartakisten; communisten
1919: gewapende groepen → burgeroorlog.
Verkiezingen in Weimar: SPD, Centrum (katholieken), DDP (liberalen)
→ Republiek van Weimar: gebaseerd op trias politica → nieuwe grondwet:
- parlementaire democratie
- gelijkheid
- rechten en vrijheden
Parlement = de Rijksdag: wetgevende macht.
Regering = ministers/rijkskanselier: uitvoerend (verantwoording aan Rijksdag).
Rijkspresident: veel macht; noodtoestand → democratie beschermen.
Einde oorlog 1919: Verdrag van Versailles (Dui niet bij vergadering; dictaat)
● Gebiedsafspraken: verliest gebied / koloniën.
● Militair: klein leger, geen lucht-/zeemacht/wapenindustrie, Rijnland
gedemilitariseerd.
● Financieel: herstelbetalingen (kansloos).
Dolkstootlegende = Duitse nederlaag door verwaarlozing van politici:
voornamelijk conservatieven (SPD heeft getekend).
→ gebruikt voor beschuldigen communisten en joden (nationaalsocialisten).
, Eerste economische crisis:
1923: Duitsland kan herstelbetalingen niet meer betalen.
→ Frankrijk bezet Ruhrgebied; Duitsers staken.
Duitsland blijft geld drukken (betalen loon) → waarde daalt = hyperinflatie.
Oplossing 1924: Dawesplan:
- Frankrijk trekt zich terug uit Ruhrgebied
- nieuwe munt in Duitsland
- VS leent geld aan Duitsland
→ eigenbelang VS: Fr/Eng schulden bij VS; terugbetalen van betalingen Dui.
+ nieuwe afspraken herstelbetalingen
→ herstel Duitse economie.
→ toenadering Fr tot Dui: verdrag van Locarno (vaststellen westgrens).
Tweede economische crisis; begint in VS:
● blijvende verhoogde productie (oorlog), afname vraag → overproductie →
prijzen dalen → werkloosheid → minder bestedingen
● kopen op afbetaling; voornamelijk aandelen
24-10-1929: beurskrach Wall Street → crisis slaat over; wereldcrisis.
Dui extra gevoelig door afhankelijkheid Dawesplan (gestopt) → werkloosheid.
→ extreme partijen populair.
Opkomst Adolf Hitler:
Na WOI: leider NSDAP; Duitse nationaalsocialisten:
- tegen kapitalisme, communisme, liberalisme, democratie, Vrede Versailles
- net als ideologie fascisme:
- eenheid van natie: individuele belangen ondergeschikt
- verheerlijking militarisme/geweld
- gevoel > verstand
- leidersbeginsel = natuurlijke ongelijkheid
+ racisme: jodenhaat (antisemitisme)
- Lebensraum
- rassenleer: ariërs, minderwaardige, verderfelijke rassen (joden/zigeuners)
1921: oprichting SA = paramilitaire groep (knokploeg).
1923: mislukte staatsgreep Hitler in München (Bierkellerputsch)
→ Hitler 5 jaar gevangenis: Mein Kampf.
Nieuwe weg: parlementaire weg → NSDAP politieke partij.
1928: nog weinig zetels (nog economisch goed in Dui).
1929: onenigheid in Rijksdag oplossing crisis → extreme partijen aanhang.
1930: NSDAP massaorganisatie → belooft:
- sterk (economisch/militair) Duitsland
- Heim ins Reich (Duitsers in Duitsland) & Lebensraum
- uitroeien democratie, communisten, joden
1932: verkiezingen NSDAP 37% door:
- propaganda (met moderne communicatiemiddelen)
- massabijeenkomsten + goede toespraken Hitler
- duidelijk verhaal oplossing economie: werk
1918-1991
§1 - Duitsland: van de Eerste naar de Tweede Wereldoorlog
“Wat leidde tot de opkomst van het nationaalsocialisme en welke gevolgen had
dit voor Duitsland en Europa (1918-1945)?”
In WOI: propaganda en censuur → positief over oorlog.
september 1918: uitputting Duitse leger; besluit bij parlement ipv leger (eer).
11-11-1918: wapenstilstand (sociaaldemocratische regering) → verrassing.
Keizer Wilhelm II vlucht naar Nederland.
→ onrust in Duitsland:
- familieleden zoek door oorlog
- honger
- tekorten
- soldaten gefrustreerd terug (werkloos & geen onderdak)
Politieke situatie:
- SPD (sociaaldemocraten) in regering; belangen arbeiders
- conservatieven; tijd voor oorlog, keizer, machtig Duitsland
- (extremistische groepen) Spartakisten; communisten
1919: gewapende groepen → burgeroorlog.
Verkiezingen in Weimar: SPD, Centrum (katholieken), DDP (liberalen)
→ Republiek van Weimar: gebaseerd op trias politica → nieuwe grondwet:
- parlementaire democratie
- gelijkheid
- rechten en vrijheden
Parlement = de Rijksdag: wetgevende macht.
Regering = ministers/rijkskanselier: uitvoerend (verantwoording aan Rijksdag).
Rijkspresident: veel macht; noodtoestand → democratie beschermen.
Einde oorlog 1919: Verdrag van Versailles (Dui niet bij vergadering; dictaat)
● Gebiedsafspraken: verliest gebied / koloniën.
● Militair: klein leger, geen lucht-/zeemacht/wapenindustrie, Rijnland
gedemilitariseerd.
● Financieel: herstelbetalingen (kansloos).
Dolkstootlegende = Duitse nederlaag door verwaarlozing van politici:
voornamelijk conservatieven (SPD heeft getekend).
→ gebruikt voor beschuldigen communisten en joden (nationaalsocialisten).
, Eerste economische crisis:
1923: Duitsland kan herstelbetalingen niet meer betalen.
→ Frankrijk bezet Ruhrgebied; Duitsers staken.
Duitsland blijft geld drukken (betalen loon) → waarde daalt = hyperinflatie.
Oplossing 1924: Dawesplan:
- Frankrijk trekt zich terug uit Ruhrgebied
- nieuwe munt in Duitsland
- VS leent geld aan Duitsland
→ eigenbelang VS: Fr/Eng schulden bij VS; terugbetalen van betalingen Dui.
+ nieuwe afspraken herstelbetalingen
→ herstel Duitse economie.
→ toenadering Fr tot Dui: verdrag van Locarno (vaststellen westgrens).
Tweede economische crisis; begint in VS:
● blijvende verhoogde productie (oorlog), afname vraag → overproductie →
prijzen dalen → werkloosheid → minder bestedingen
● kopen op afbetaling; voornamelijk aandelen
24-10-1929: beurskrach Wall Street → crisis slaat over; wereldcrisis.
Dui extra gevoelig door afhankelijkheid Dawesplan (gestopt) → werkloosheid.
→ extreme partijen populair.
Opkomst Adolf Hitler:
Na WOI: leider NSDAP; Duitse nationaalsocialisten:
- tegen kapitalisme, communisme, liberalisme, democratie, Vrede Versailles
- net als ideologie fascisme:
- eenheid van natie: individuele belangen ondergeschikt
- verheerlijking militarisme/geweld
- gevoel > verstand
- leidersbeginsel = natuurlijke ongelijkheid
+ racisme: jodenhaat (antisemitisme)
- Lebensraum
- rassenleer: ariërs, minderwaardige, verderfelijke rassen (joden/zigeuners)
1921: oprichting SA = paramilitaire groep (knokploeg).
1923: mislukte staatsgreep Hitler in München (Bierkellerputsch)
→ Hitler 5 jaar gevangenis: Mein Kampf.
Nieuwe weg: parlementaire weg → NSDAP politieke partij.
1928: nog weinig zetels (nog economisch goed in Dui).
1929: onenigheid in Rijksdag oplossing crisis → extreme partijen aanhang.
1930: NSDAP massaorganisatie → belooft:
- sterk (economisch/militair) Duitsland
- Heim ins Reich (Duitsers in Duitsland) & Lebensraum
- uitroeien democratie, communisten, joden
1932: verkiezingen NSDAP 37% door:
- propaganda (met moderne communicatiemiddelen)
- massabijeenkomsten + goede toespraken Hitler
- duidelijk verhaal oplossing economie: werk