Week 7
Deze week gaan we het hebben over de Europese marktintegratie en IPR, en de wisselwerking tussen
die twee, althans hoe deze met elkaar in botsing kunnen komen.
Opgave A
Het gaat om een concurrentie tussen verschillende staten op grond van de wet. Het begrip
regulatory competition komt oorspronkelijk uit de VS. Dit is zo gekomen omdat de VS een federatie
van staten is, die allemaal hun eigen wetgeving hebben. In de VS is er dus per staat verschillende
wetgeving. Doordat deze wetgeving per staat verschild heb je staten met gunstige wetgeving en
staten met minder gunstige wetgeving wat ertoe leidt dat je een concurrentie effect op wetgeving
krijgt. Zo zijn er staten die erg gunstig zijn voor ondernemingen, en zie je dan ook dat veel
ondernemingen zich daar vestigen. Een voorbeeld daarvan is de Staat Delaware, waar het extreem
simpel is om een vennootschap op te richten, daar zitten dan ook erg veel vennootschappen. Je kunt
kiezen in welk land je dat wilt doen, je kijkt dan natuurlijk naar de voorwaarden. Deze concurrentie
kan overigens alleen bestaan als je mag kiezen, dit is in de VS het geval.
Hetzelfde vindt ook plaats binnen de EU, omdat we binnen de EU geen geharmoniseerd IPR hebben
omtrent vennootschapsrecht zie je dat ook in EU aantrekkelijkere landen zijn en minder
aantrekkelijke. Binnen de EU is dus geen sprake van IPR en ook een zeer beperkt uniform
gemeenschapsrecht. Wat inhoud dat de voorwaarde van een oprichting van een vennootschap
anders zijn dan de voorwaarden uit Duitsland of Frankrijk. Daarnaast heb je ook nog andere
bijkomende voorwaarden, zoals belastingvoordelen etc.
Dus ook binnen de EU heb je ook deze regulatory competition als het gaat over vennootschapsrecht.
Dit maakt het mogelijk dat veel grote (Amerikaanse) concerns die overwegen in de EU aan de slag te
gaan kiezen dan ook vaak voor Nederland omdat we in Nederland gunstige voorwaarden hebben.
Dus ook wij doen volop mee aan die concurrentiewedstijd. Dit werkt overigens voornamelijk goed
binnen de EU, omdat we binnen de EU ook erkenning hebben van vennootschappen in andere
lidstaten. Wanneer je geldig bent opgericht in de lidstaat waar je gevestigd bent, erkennen andere
EU-lidstaten deze vennootschap ook automatisch.
* Los van deze vraag, maar wel toeziend op vennootschappen. Hoe vennootschap geregeld is in de
Brussel 1 herschikking. Dit ligt gelegen in artikel 24 lid 2. Er is hiervoor een exclusieve bevoegdheid
gegeven. Hetgeen daar geregeld is heeft te maken met de incorperatieleer: een vennootschap moet
geldig zijn naar het recht van het land waar deze opgericht wordt. Hier knopen we dus aan bij de
plaats van vestiging in de lidstaat. Maar goed, dit heeft overigens niks te maken met regulatory
competition, maar wilde ze nog even behandelen.
Maar hoe ziet het eruit met de consumentenkoop, is daar wel sprake van regulatory competition.
Nee, dit gaat meer uit van de level plain-field gedachte. Wordt uitgegaan van juist minder competitie.
De consumentenkoop wordt qua toepasselijk recht geregeld in artikel 6 uit Rome 1. Hierin is
uitgemaakt dat het recht waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft van toepassing is. In lid
2 heb je een beperkte rechtskeuze mogelijkheid, dus daar heb je dus helemaal geen regulatory
competition. Er is dus wel verschillende regelgeving voor consumentenkoop, maar dat gaat je niet