D
Aantekeningen les 1:
Vaginale afwijkingen welke je kunt tegenkomen tijdens het maken van een uitstrijkje:
Cyste van Naboth; verstopt kliertje t.h.v. de baarmoederhals (goedaardig)
Cystocèle; blaasverzakking
Rectocèle; rectaal poliep
Vaginaal poliep
Prolaps (zowel zonder en met carcinoom)
Cyste van Naboth:
Cystocèle:
,
, Nullipara: baarmoedermond van een vrouw die nog niet vaginaal bevallen is
Overgangsepitheel: een cervixcarcinoom ontstaat vrijwel altijd in het overgangsepitheel als
gevolg van een besmetting met het hpv-type 16 en 18. Ectropion is een ander woord voor
overgangsepitheel.
Risicofactoren voor het ontwikkelen van cervixkanker:
Veel wisselende seksuele contacten
Ectropion
Veel kinderen gekregen hebben en vaginaal bevallen zijn
Pilgebruik
Roken
Hiv-seropositiviteit
Chlamydia-infectie
Herpes-simplex-virus-type II
Gebruik van immunosuppressiva
HrHPV: hoog-risico humaan papilloma virus
HPV:
+- 90% van de genitale infecties geeft geen symptomen en gaat vanzelf voorbij
doordat het virus binnen 1 à 2 jaar door het lichaam zelf wordt opgeruimd.
Bij 10% van de besmette vrouwen duurt de infectie langer dan 2 jaar
Ongeveer 2% van deze 10% krijgt baarmoederhalskanker