Kuhn
“Theorieën zijn gewoon door de mens gemaakte interpretaties van gegeven gegevens: de
beweringen en metingen die een wetenschapper in het labo onderneemt, zijn niet ‘het gegeven’
van ervaring, maar eerder ‘het met moeite verzamelde’. Ze zijn niet wat de wetenschapper ziet –
tenminste niet voordat zijn onderzoek ver gevorderd is en zijn aandacht gericht is. Het zijn
eerder concrete aanwijzingen voor de inhoud van meer waarnemingen, en als zodanig worden
ze geselecteerd voor een normaal onderzoek, alleen omdat ze de kansen beloven voor de
uitwerking van een geaccepteerd paradigma (p.125).”
Operaties en metingen zijn paradigma-bepaald
Laboratoriummanipulaties en kiezen van relevante onderzoeken kiezen
Volgens Kuhn is Poppers grondidee van falsifieerbaarheid in de wetenschap niet waar. De
aanvaarding en verwerping van theorieën wordt volgens Kuhn bepaald door sociale,
sociaalpsychologische en psychologische factoren. Een groep wetenschappers zal zijn onderzoek
verrichten binnen de grenzen van een paradigma (het uitgangspunt: dat stellen ze niet meer ter
discussie, maar daar werken ze binnen; het legt het werkterrein vast) = normal science (p.131).
Figuur 1: Uit tekst Koningsveld p.136
, Leesvragen:
1. Wat bedoelt Kuhn met het begrip “paradigma”? Wees precies in je uitleg.
Een paradigma is de voortschrijdende ontwikkeling van kennis. Een paradigma is een
samenhangend stelsel van modellen en theorieën waarbinnen de werkelijkheid wordt
beschreven; het is de manier waarop wij de werkelijkheid ervaren, en iedereen doet dit op
zijn eigen manier.
- Wat een man ziet, hangt zowel af van waar hij naar kijkt als van wat zijn eerdere visueel-
conceptuele ervaring hem heeft geleerd te zien. Bij afwezigheid van een dergelijke
training kan er alleen maar “een bloeiende verwarring” zijn (p. 113)
- “De waarnemingen hangen af van de aard van de omgeving en van het perceptuele
apparaat (p.120)”
Bij het toepassen van een wetenschappelijke methode komen steeds opnieuw waarnemingen
naar boven die niet in bestaande modellen of paradigma’s passen (anomalieën). Gedurende
enige tijd is het mogelijk om via kleine aanpassingen van een model de nieuwe waarneming in
te passen, maar soms gebeurt het dat deze opeengestapelde aanpassingen een model steeds
meer onder spanning zetten: het model is niet langer mooi, maar kent vele uitzonderingen of
bijzondere situaties. Op zulke momenten kan een nieuwe set theorieën ontstaan, een nieuw
paradigma, dat op een andere manier alle tot dan toe bekende waarnemingen kan verklaren. Er
zal zich rond de nieuwe theorie een groep wetenschappers vormen die de nieuwe theorie
aanhangen, maar tegelijkertijd zal er onder andere wetenschappers een weerstand opkomen
tegen deze verandering; deze laatste groep zal de oude theorie blijven verdedigen. Als de
nieuwe theorie succesvol blijkt en steeds meer aanhang krijgt, is er sprake van
een paradigmaverschuiving (shift).
Aristoteles en Galileo: keken beiden naar een slingerende steen, maar de ene zag een
gedwongen val, de ander zag een slinger.
“De wereld verandert niet met een verandering van paradigma, de wetenschapper
daarna werkt wel in een andere wereld (p.121).”
“Paradigma’s zijn niet corrigeerbaar door de normale wetenschap. Normale
wetenschap leidt enkel tot herkenning van anomalieën en tot crises. Deze worden
beëindigd, niet door overleg en interpretatie, maar door een relatief plotselinge en
ongestructureerde gebeurtenis zoals de gestaltswitch (p.122)”
2. Waarom noemt Kuhn paradigma’s “incommensurabel”
(Kuhn1970[1962]:112)?
De wereld die je ziet wordt veelal bepaald door de omgeving en de specifieke normaal-
wetenschappelijk tradities. Daarom moet in tijden van revolutie, wanneer de normaal-
wetenschappelijke traditie verandert, de perceptie van de wetenschapper van zijn omgeving
opnieuw worden ontwikkeld – in sommige vertrouwde situaties moet hij een nieuwe gestalt
“Theorieën zijn gewoon door de mens gemaakte interpretaties van gegeven gegevens: de
beweringen en metingen die een wetenschapper in het labo onderneemt, zijn niet ‘het gegeven’
van ervaring, maar eerder ‘het met moeite verzamelde’. Ze zijn niet wat de wetenschapper ziet –
tenminste niet voordat zijn onderzoek ver gevorderd is en zijn aandacht gericht is. Het zijn
eerder concrete aanwijzingen voor de inhoud van meer waarnemingen, en als zodanig worden
ze geselecteerd voor een normaal onderzoek, alleen omdat ze de kansen beloven voor de
uitwerking van een geaccepteerd paradigma (p.125).”
Operaties en metingen zijn paradigma-bepaald
Laboratoriummanipulaties en kiezen van relevante onderzoeken kiezen
Volgens Kuhn is Poppers grondidee van falsifieerbaarheid in de wetenschap niet waar. De
aanvaarding en verwerping van theorieën wordt volgens Kuhn bepaald door sociale,
sociaalpsychologische en psychologische factoren. Een groep wetenschappers zal zijn onderzoek
verrichten binnen de grenzen van een paradigma (het uitgangspunt: dat stellen ze niet meer ter
discussie, maar daar werken ze binnen; het legt het werkterrein vast) = normal science (p.131).
Figuur 1: Uit tekst Koningsveld p.136
, Leesvragen:
1. Wat bedoelt Kuhn met het begrip “paradigma”? Wees precies in je uitleg.
Een paradigma is de voortschrijdende ontwikkeling van kennis. Een paradigma is een
samenhangend stelsel van modellen en theorieën waarbinnen de werkelijkheid wordt
beschreven; het is de manier waarop wij de werkelijkheid ervaren, en iedereen doet dit op
zijn eigen manier.
- Wat een man ziet, hangt zowel af van waar hij naar kijkt als van wat zijn eerdere visueel-
conceptuele ervaring hem heeft geleerd te zien. Bij afwezigheid van een dergelijke
training kan er alleen maar “een bloeiende verwarring” zijn (p. 113)
- “De waarnemingen hangen af van de aard van de omgeving en van het perceptuele
apparaat (p.120)”
Bij het toepassen van een wetenschappelijke methode komen steeds opnieuw waarnemingen
naar boven die niet in bestaande modellen of paradigma’s passen (anomalieën). Gedurende
enige tijd is het mogelijk om via kleine aanpassingen van een model de nieuwe waarneming in
te passen, maar soms gebeurt het dat deze opeengestapelde aanpassingen een model steeds
meer onder spanning zetten: het model is niet langer mooi, maar kent vele uitzonderingen of
bijzondere situaties. Op zulke momenten kan een nieuwe set theorieën ontstaan, een nieuw
paradigma, dat op een andere manier alle tot dan toe bekende waarnemingen kan verklaren. Er
zal zich rond de nieuwe theorie een groep wetenschappers vormen die de nieuwe theorie
aanhangen, maar tegelijkertijd zal er onder andere wetenschappers een weerstand opkomen
tegen deze verandering; deze laatste groep zal de oude theorie blijven verdedigen. Als de
nieuwe theorie succesvol blijkt en steeds meer aanhang krijgt, is er sprake van
een paradigmaverschuiving (shift).
Aristoteles en Galileo: keken beiden naar een slingerende steen, maar de ene zag een
gedwongen val, de ander zag een slinger.
“De wereld verandert niet met een verandering van paradigma, de wetenschapper
daarna werkt wel in een andere wereld (p.121).”
“Paradigma’s zijn niet corrigeerbaar door de normale wetenschap. Normale
wetenschap leidt enkel tot herkenning van anomalieën en tot crises. Deze worden
beëindigd, niet door overleg en interpretatie, maar door een relatief plotselinge en
ongestructureerde gebeurtenis zoals de gestaltswitch (p.122)”
2. Waarom noemt Kuhn paradigma’s “incommensurabel”
(Kuhn1970[1962]:112)?
De wereld die je ziet wordt veelal bepaald door de omgeving en de specifieke normaal-
wetenschappelijk tradities. Daarom moet in tijden van revolutie, wanneer de normaal-
wetenschappelijke traditie verandert, de perceptie van de wetenschapper van zijn omgeving
opnieuw worden ontwikkeld – in sommige vertrouwde situaties moet hij een nieuwe gestalt