“Met de kennis van nu...” (deel I)
Dr. mr. E. Nijkeuter en mr. M.F. de Wilde Kluwer, actueel tot 28-01-2013
Actueel tot 28-01-2013
Auteur Dr. mr. E. Nijkeuter en mr. M.F. de Wilde Kluwer[1]
Vakgebied(en) Europees belastingrecht / Europese verdragsvrijheden
Financiële planning / Beleggen en sparen
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Op 13 november 2012 heeft het Hof van Justitie EU voor de tweede keer arrest gewezen in de
zaak-Test Claimants in the FII Group Litigation (FII 2). Het Hof van Justitie EU kiest bij zijn keuze
voor de toepasselijke verkeersvrijheid in derdelandsituaties een andere benadering dan we in
Nederland gewend zijn. Het Hof van Justitie EU acht, vrij vertaald, de kapitaalverkeersvrijheid ook
van toepassing wanneer binnen de EU gevestigde lichamen belastbare voordelen behalen uit
meerderheidsbelangen in vennootschappen gevestigd in derdelanden. Dit wanneer de betrokken
(belasting)wetgeving van generieke aard is. De gekozen route wijkt af van die van de Hoge Raad in
diverse recente arresten. De Hoge Raad ziet in buitengrensoverschrijdende investeringen in
meerderheidsbelangen louter vestigingshandelingen, die buiten de bescherming van het Unierecht
vallen. In een tweeluik analyseren E. Nijkeuter en M.F. de Wilde het FII 2-arrest (deel 1) en
bespreken zij de gevolgen voor de fiscale rechtstoepassing in Nederland (deel 2).
1 Inleiding
Op 13 november 2012 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie voor de tweede keer arrest
gewezen in de zaak-Test Claimants in the FII Group Litigation (hierna: FII 2).[2] Het Hof van Justitie EU
beantwoordt opnieuw vragen over de unierechtelijke houdbaarheid van de voormalige Britse regeling ter
voorkoming van economisch dubbele belasting bij inbound dividenden. Het arrest is in meerdere
opzichten interessant. Zo gaat het Hof van Justitie EU nader in op de (on)verenigbaarheid van de Britse
verrekenings- en vrijstellingsmethoden met de verdragsvrijheden. Dit aspect laten wij in deze bijdrage
echter liggen.
Wij bespreken de benadering van het Hof van Justitie EU bij zijn keuze voor de toepasselijke vrijheid
in derdelandsituaties. Met FII 2 herleeft de discussie hierover op verrassende wijze.[3] Na het eerste
arrest van het Hof van Justitie EU in deze zaak[4] bleek dat diverse van de procederende partijen
meerderheidsbelangen hielden in vennootschappen gevestigd in derdelanden. Nadat de Britse rechter
onduidelijkheid constateerde in de Hof van Justitie EU-jurisprudentie over de toepasselijke vrijheid in
dergelijke gevallen, heeft hij het Hof van Justitie EU prejudiciële vragen gesteld. Is hier sprake van een
vestigingshandeling, een kapitaalbeweging, of beide? In zijn antwoord kiest het Hof van Justitie EU een
andere benadering dan we in Nederland gewend zijn. Het Hof van Justitie EU acht, vrij vertaald, de
kapitaalverkeersvrijheid ook van toepassing wanneer binnen de Europese Unie (EU) gevestigde
lichamen belastbare voordelen behalen uit meerderheidsbelangen in vennootschappen gevestigd in
Link: http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00C0D5AB&cpid=WKNL-LTR-Nav2 Pagina 1/11
Alle (auteurs-)rechten op dit document berusten bij Wolters Kluwer Nederland B.V. of haar licentiegevers en worden
uitdrukkelijk voorbehouden. Dit document is gegenereerd op 25-01-2017. Kijk voor meer informatie over de diensten van
Wolters Kluwer op www.wolterskluwer.nl