Hoofdstuk 1 & 2
1. Forensische psychiatrie is de bijdrage van de psychiatrie in wetenschappelijke en praktische zin
aan de rechtspleging. De term forensische psychiatrie wordt vooral gebruikt in het kader van het
straf(proces)recht. De psychiatrie heeft tot taak de diagnostiek en behandeling van mensen met
psychische stoornissen. Deze kunnen zich manifesteren als afwijkend gedrag en als afwijking in het
denken en het gevoelsleven. Vanzelfsprekend doet zich hierbij het vraagstuk voor van het
onderscheid tussen gezond en ziek. Het ziektebegrip in de geneeskunde, dus ook in de psychiatrie,
verwijst naar het onderscheid tussen normaal en abnormaal. Het is de vraag of een eenduidig
onderscheid tussen beide mogelijk is.
De natuurwetenschappelijke denkwijze die overheersend aanwezig is in onze westerse geneeskunde,
wordt gekenmerkt door een empirisch-statistisch onder scheid tussen normaal en abnormaal, dat wil
zeggen, dat wat ‘meetbaar’ afwijkt van de norm wordt als abnormaal beschouwd. Echter is deze
benadering ontoereikend voor de psychiatrie. De psychiatrie betrekt namelijk ook nog andere
perspectieven voor het onderscheid. De fenomenologie legt in dit opzicht de nadruk op de
abnormale (inter) subjectieve ervaring. Abnormaal is de ervaring waarin een overeenstemmende
intermenselijke ervaringssamenhang wordt doorbroken.
Een derde benaderingswijze is die welke de individuele subjectieve ervaring ondergeschikt maakt aan
de culturele en maatschappelijke context. In deze visie zijn het de heersende machtsverhoudingen
die uiteindelijk het onderscheid tussen normaal en abnormaal bepalen.
1.2. Rond 1900 bracht Kraeplin een systematische ordening aan in wat tot dusver gold als een
verzameling van allerlei mogelijke psychische stoornissen. Hij vestigde een psychiatrische ziekteleer
(nosologie) die hij baseerde op strikte criteria voor de indeling van psychische stoornissen, zoals
oorzaak, verschijningsvorm (symptomen en syndromen), beloop van de stoornis in de tijd en
prognose, en eventuele specifieke patholoog-anatomische bevindingen na overlijden. Hiermee had
hij de geloofsbrieven van een wetenschappelijke psychiatrie geformuleerd. Voorde ontwikkeling van
de psychiatrie was de belangrijkste stroming die plaatsvond in de wetenschapsfilosofie de
fenomenologie als verzet tegen de natuurweten schappelijke benadering. De fenomenologie keerde
zich tegen het zogenaamde objectivisme en positivisme van de natuurwetenschappen door te stellen
dat elke waarneming plaatsvindt in de intersubjectieve ruimte tussen waarnemer en het
waargenomene Hiermee werd het mogelijk zowel de subjectieve ervaring van het individu als de
intersubjectiviteit te introduceren in onderzoek en behandeling.
Fenomenologie richt zich op het unieke van elke individuele mens in zijn eigen context en maakt de
beperking van de diagnostiek in de vorm van het reduceren van de onderzoeksbevindingen tot een
‘enkelvoudige’ psychiatrisch diagnostische term ontoelaatbaar.
1.3. Het forensisch psychiatrisch onderzoek vindt plaats binnen een juridisch kader: van de forensisch
psychiater mag verwacht worden dat hij op de hoogte is van de juridische wet- en regelgeving die de
onderzoekssituatie kenmerkt. Er zijn verschillen tussen de arts-patiënten relatie bij een normale
arts/psychiater en een behandeling bij forensische psychiater.
Het onderzoek bij de forensische psychiater vindt plaats in het kader van de rechtspraak
De positie van het persoon dat onderzocht wordt is bijzonder; er staat meestal een ander
belang op het spel dan het gezondheidsbelang.