Biologie
VWO 4
Thema 5: Ecologie
Basisstof 2: Organismen
Abiotische factoren
Hoe ontwikkelt een Dat hangt af van het klimaat in een gebied.
ecosysteem zich en welke
organismen komen erin
voor?
Waarvan is het klimaat een Van abiotische factoren, zoals:
combinatie? Temperatuur
Licht
Wind
Water (neerslag)
Wat bepalen mede het Bijvoorbeeld het zuurstofgehalte en de stroming.
klimaat in een aquatisch
milieu?
Wat voor gebieden zijn er op Grote gebieden waarbinnen (vrijwel) hetzelfde klimaat heerst.
aarde
Wat heeft zo’n gebied? Een macroklimaat.
Wat weet je over een gebied Dan kunnen de abiotische factoren op verschillende plaatsen wel
met hetzelfde verschillen.
macroklimaat?
Wat heeft elk plekje van een Zijn eigen microklimaat.
ecosysteem daardoor?
Bodem
Waaruit bestaat een bodem? Uit een mengsel van bodemdeeltjes van verschillende grootte.
Wat kun je vertellen over Zand heeft grotere bodemdeeltjes dan klei;
bodemdeeltjes? Elk bodemdeeltje is omgeven door een dun watervliesje;
Bij klei: de holten tussen de bodemdeeltjes zijn klein,
waardoor klei water goed kan vasthouden.
Noem meer kenmerken over Goed water vasthouden;
klei. Water loopt sneller door zand dan door klei;
Kleigrond houdt mineralen (zouten) beter vast dan zand
hierdoor is het een geschikte bodem voor planten;
In klei bevindt zich minder lucht en dus minder zuurstof
tussen de bodemdeeltjes dan in zand.
Waarom heeft dit een gevolg De wortels van planten hebben zuurstof nodig;
voor planten? Vanwege de kleine holten in klei is het moeilijker voor de
wortels om tussen de bodemdeeltjes door te dringen.
Waarom is het gehalte Door activiteiten van bacteriën en schimmels ontstaan uit
humus van belang? humus mineralen voor planten;
Humus verbetert de structuur van de bodem;
Hoe meer humus er in zand voortkomt hoe beter het
zand water kan vasthouden;
Hoe meer humus er in klein voorkomt hoe makkelijker
de wortels van planten erin door kunnen dringen;
VWO 4
Thema 5: Ecologie
Basisstof 2: Organismen
Abiotische factoren
Hoe ontwikkelt een Dat hangt af van het klimaat in een gebied.
ecosysteem zich en welke
organismen komen erin
voor?
Waarvan is het klimaat een Van abiotische factoren, zoals:
combinatie? Temperatuur
Licht
Wind
Water (neerslag)
Wat bepalen mede het Bijvoorbeeld het zuurstofgehalte en de stroming.
klimaat in een aquatisch
milieu?
Wat voor gebieden zijn er op Grote gebieden waarbinnen (vrijwel) hetzelfde klimaat heerst.
aarde
Wat heeft zo’n gebied? Een macroklimaat.
Wat weet je over een gebied Dan kunnen de abiotische factoren op verschillende plaatsen wel
met hetzelfde verschillen.
macroklimaat?
Wat heeft elk plekje van een Zijn eigen microklimaat.
ecosysteem daardoor?
Bodem
Waaruit bestaat een bodem? Uit een mengsel van bodemdeeltjes van verschillende grootte.
Wat kun je vertellen over Zand heeft grotere bodemdeeltjes dan klei;
bodemdeeltjes? Elk bodemdeeltje is omgeven door een dun watervliesje;
Bij klei: de holten tussen de bodemdeeltjes zijn klein,
waardoor klei water goed kan vasthouden.
Noem meer kenmerken over Goed water vasthouden;
klei. Water loopt sneller door zand dan door klei;
Kleigrond houdt mineralen (zouten) beter vast dan zand
hierdoor is het een geschikte bodem voor planten;
In klei bevindt zich minder lucht en dus minder zuurstof
tussen de bodemdeeltjes dan in zand.
Waarom heeft dit een gevolg De wortels van planten hebben zuurstof nodig;
voor planten? Vanwege de kleine holten in klei is het moeilijker voor de
wortels om tussen de bodemdeeltjes door te dringen.
Waarom is het gehalte Door activiteiten van bacteriën en schimmels ontstaan uit
humus van belang? humus mineralen voor planten;
Humus verbetert de structuur van de bodem;
Hoe meer humus er in zand voortkomt hoe beter het
zand water kan vasthouden;
Hoe meer humus er in klein voorkomt hoe makkelijker
de wortels van planten erin door kunnen dringen;