De week 1 en 2 zijn vrijwel hetzelfde, derhalve heb ik beide tegelijkertijd
behandeld.
Week 1 & 2; aansprakelijkheid (en de doorbreking hiervan)
Ten eerste is het verschil tussen verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid belangrijk
om te weten. Verantwoordelijkheid bestaat zowel intern als extern en gaat erom dat
organen, meestal het bestuur, rekenschap moet afleggen over het gevoerde beleid
alsmede het blootleggen van fouten. Het bestuur doet dit intern tegenover de AV en het
jegens de RvC (indien deze in ingesteld). Aansprakelijkheid gaat over de gehoudenheid
om een prestatie te leveren, vaak die van de schadevergoeding.
Het bestuur van een rechtspersoon is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding
binnen de vennootschap en de gezamenlijke aangelegenheid van alle bestuurders houdt
in dat iedere bestuurder verplicht is zijn taak behoorlijk te vervullen.
Dit is terug te vinden in art. 2:129 lid 5 BW voor de N.V. en in art. 2:239 lid 5 BW voor de
B.V.
Artikel 6:162 BW kan altijd worden ingesteld, echter er zijn andere (soms handigere)
wegen.
Als een bestuurder zijn taak onbehoorlijk vervult, dan loopt hij de kans om door de
vennootschap zelf te worden aangesproken voor de schade ten gevolge van zijn
onbehoorlijke handelen..
We hebben verschillende soorten aansprakelijkheid jegens verschillende
(rechts)personen;
Interne aansprakelijkheid jegens de vennootschap zelf en alle daarbij
betrokkenen (soms zelfs aandeelhouders). (Art. 2:9 BW)
Externe aansprakelijkheid jegens de onbetaald gebleven schuldeisers
(waaronder de fiscus/ontvanger)