Samenvatting financieel SUB
Bedrijfsbeslissingen en financiële verantwoording Hoofdstuk 6, Facility Management, Hoofdstuk 4.3, 4,5 en 4.6,
Overige literatuur vermeld in de weekplanning, Literatuur Blackboard, PowerPoint Colleges, Weekopdrachten
Bedrijfsbeslissingen en financiële verantwoording Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 6.1 De investerings- en financieringsbeslissing
Investering: - iedere aankoop die een onderneming verricht
- nu beslissing genomen met gevolgen voor toekomstige geldstromen
Investeringsproces: ontwikkelen, beoordelen, selecteren en evalueren van investeringsprojecten
Partiële financiering: - directe koppeling tussen investeringsbeslissing en de financiering van investering
- bv. kopen voorraden met leverancierskrediet of onroerend goed kopen met een
hypothecaire lening
Totale financiering: - uitgaan van de totale vermogensbehoefte die voortvloeit uit de activa
- voor gedeelte totale vermogensbehoefte, waarvoor geen partiële financiering
beschikbaar is, moet aanvullend EV of VV worden aangetrokken
- geen direct verband tussen individuele activa en specifieke vorm EV of VV
- bij beoordelen investeringsprojecten uitgaan van totale financiering, (tenzij anders
vermeld)
Investeringsbeslissing invloed op activazijde
Financieringsbeslissing invloed op passivazijde
Activastructuur moet afgestemd worden op vermogensstructuur. Dit komt tot uitdrukking in:
- Gouden balansregel: EV +LVV > VA + vaste kern VLA
Secundaire geldstromen: - hebben met financiering van de investering te maken
- geldstromen van en naar de vermogensmarkt
Primaire geldstromen: - zijn gevolg van investering
6.2 Soorten investeringen
4 groepen investeringen:
1: verplichte investeringen
- bv. Investeringen i.v.m milieuvoorschriften of andere wettelijke eisen
- keuzevrijheid is gering
- kosten die gemaakt moeten worden proberen tot een minimum te beperken
2: investeringen voor onderhoud, revisie of vervanging van bedrijfsmiddelen
- reduceren kosten staat centraal
3: investeringen voor uitbreiding van de capaciteit van de huidige bedrijfsactiviteiten (bestaande producten)
- complexiteit investeringsvraagstukken groter
- nodig om voorspellingen te doen over toekomstige vraag naar product en mogelijke reacties
van concurrenten
4: investeringen voor ontwikkelen, in productie nemen en op markt brengen van nieuwe producten
- gaat met grote onzekerheden gepaard
- kost veel tijd, waarin veel kan veranderen
- aan begin kunnen financiële gevolgen van gehele proces alleen globaal kunnen worden ingeschat
6.3 Investeringsproject
Investeringsproject: totaal van investeringen in vaste en vlottende activa, dat nodig is om een bepaalde
investeringsbeslissing uit te voeren
Bedrijfsbeslissingen en financiële verantwoording Hoofdstuk 6, Facility Management, Hoofdstuk 4.3, 4,5 en 4.6,
Overige literatuur vermeld in de weekplanning, Literatuur Blackboard, PowerPoint Colleges, Weekopdrachten
Bedrijfsbeslissingen en financiële verantwoording Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 6.1 De investerings- en financieringsbeslissing
Investering: - iedere aankoop die een onderneming verricht
- nu beslissing genomen met gevolgen voor toekomstige geldstromen
Investeringsproces: ontwikkelen, beoordelen, selecteren en evalueren van investeringsprojecten
Partiële financiering: - directe koppeling tussen investeringsbeslissing en de financiering van investering
- bv. kopen voorraden met leverancierskrediet of onroerend goed kopen met een
hypothecaire lening
Totale financiering: - uitgaan van de totale vermogensbehoefte die voortvloeit uit de activa
- voor gedeelte totale vermogensbehoefte, waarvoor geen partiële financiering
beschikbaar is, moet aanvullend EV of VV worden aangetrokken
- geen direct verband tussen individuele activa en specifieke vorm EV of VV
- bij beoordelen investeringsprojecten uitgaan van totale financiering, (tenzij anders
vermeld)
Investeringsbeslissing invloed op activazijde
Financieringsbeslissing invloed op passivazijde
Activastructuur moet afgestemd worden op vermogensstructuur. Dit komt tot uitdrukking in:
- Gouden balansregel: EV +LVV > VA + vaste kern VLA
Secundaire geldstromen: - hebben met financiering van de investering te maken
- geldstromen van en naar de vermogensmarkt
Primaire geldstromen: - zijn gevolg van investering
6.2 Soorten investeringen
4 groepen investeringen:
1: verplichte investeringen
- bv. Investeringen i.v.m milieuvoorschriften of andere wettelijke eisen
- keuzevrijheid is gering
- kosten die gemaakt moeten worden proberen tot een minimum te beperken
2: investeringen voor onderhoud, revisie of vervanging van bedrijfsmiddelen
- reduceren kosten staat centraal
3: investeringen voor uitbreiding van de capaciteit van de huidige bedrijfsactiviteiten (bestaande producten)
- complexiteit investeringsvraagstukken groter
- nodig om voorspellingen te doen over toekomstige vraag naar product en mogelijke reacties
van concurrenten
4: investeringen voor ontwikkelen, in productie nemen en op markt brengen van nieuwe producten
- gaat met grote onzekerheden gepaard
- kost veel tijd, waarin veel kan veranderen
- aan begin kunnen financiële gevolgen van gehele proces alleen globaal kunnen worden ingeschat
6.3 Investeringsproject
Investeringsproject: totaal van investeringen in vaste en vlottende activa, dat nodig is om een bepaalde
investeringsbeslissing uit te voeren