Inhoud
Week 1 – Vertering en functie van vetten ............................................................................................... 2
Week 2 – transport van vetten ................................................................................................................ 9
Week 3 – vertering en functie van eiwitten .......................................................................................... 17
Week 4 – eiwitbalans ............................................................................................................................. 25
Week 5 – energie: hoe haalt het lichaam energie uit de macronutriënten .......................................... 30
Week 6 – wat gebeurt er in het lichaam bij een eenzijdige inname van macronutriënten? ................ 36
DOOR BLOEB3
2016/2017
1
,Week 1 – Vertering en functie van vetten
- Je benoemt de verschillende soorten en structuur van lipiden in ons lichaam
- Je legt uit hoe de vertering en opname van vetten verloopt aan de hand van de functie en
plaats van de betrokken organen en enzymen
- Je benoemt de verschillende functies van vetten in het lichaam
- Je legt de functie en regulatie van hormonen betrokken bij honger en verzadiging uit
Een korte herhaling periode 1.1
De organen van het spijsverteringsstelsel kan men in twee
groepen verdelen; (1) de organen van het spijsverteringskanaal
en (2) de ondersteunende organen. Het spijsverteringskanaal is
een gespierde buis die begint bij de mond en eindigt bij de anus.
Deze buis breekt het voedsel af en zorgt voor de absorptie van
voedingsstoffen in het bloed. De organen van het
spijsverteringskanaal zijn de mond, pharynx, oesphagus, maag,
dunne darm en dikke darm. De dikke darm eindigt in de anus.
Het gehele spijsverteringskanaal is bij mensen rond 6,5 meter
lang. De ondersteunende spijsverteringsorganen zijn de tanden,
tong, galblaas, speekselklieren, lever en pancreas. De
spijsverteringsklieren en de galblaas kunnen hun producten
middels een buis (de ductus) in het spijsverteringskanaal
storten. De spijsverteringsklieren scheiden producten af, die
vertering mogelijk maken.
Het spijsverteringsproces in een notendop
Het spijsverteringsstelsel kan beschouwd worden als een
sloopbedrijf. Het voedsel wat we binnen krijgen wordt tot
steeds kleinere en eenvoudigere brokstukken geknipt, die we
uiteindelijk kunnen opnemen. De afbraak van voedsel tot
absorbeerbare brokstukken bestaat uit 6 essentiële processen;
inname, propulsie, mechanische vertering, chemische vertering,
absorptie en defaecatie.
1. Inname oftewel ingestie is de het binnenkrijgen van
voedsel via de mond.
2. Propulsie is het bewegen van de voedselbrij door het
spijsverteringskanaal. Propulsie bestaat uit slikken wat
in beginsel een proces is wat onder de invloed van de
wil staat. Daarna volgt de peristaltiek (onvrijwillig).
Peristaltiek is afwisselend aan- en ontspannen van de spieren
in het spijsverteringskanaal. Door deze gecontroleerde
spiercontracties wordt de voedselbrij door het
spijsverteringskanaal geduwd. Tijdens dit proces worden ook
de spijsverteringssappen met de voedselbrij gemengd.
3. Mechanische vertering is het mechanisch voorbereiden van
voedsel voor de chemische vertering. Kauwen, het mixen van
voedsel met speeksel en spijsverteringssappen zijn allemaal
stappen van mechanische vertering.
4. Chemische vertering bestaat uit een serie van katabole
stappen die door spijsverteringsenzymen in de
spijsverteringssappen worden mogelijk gemaakt. Tijdens deze stappen worden complexe voedselmoleculen
afgebroken tot makkelijk absorbeerbare moleculen.
5. Absorptie is de opname van verteerde eindproducten vanuit het lumen van het spijsverteringskanaal in het bloed
middels actief en passief transport.
6. Defaecatie is het kwijtraken van onverteerbare voedselresten middels de ontlasting.
Sommige van deze processen worden mogelijk gemaakt door maar 1 orgaan, terwijl andere processen alleen door het hele
spijsverteringskanaal tot stand komen.
2
, Lipiden
Soorten
- Vet
o Triglyceriden ->
Glycerol en vetzuren
- Vetachtige stoffen
o Fosfolipiden, bv. In celmembranen
o Sterolen, bv. In hormonen
Functie
- Brandstof
- Regulatie
- Structuur
- Transportmiddel van o.a. hormonen
Vertering
Doel vertering:
- Van triglyceriden naar monoglyceriden, vetzuur en glycerol
o Dus de triglyceriden opbreken
Dit gaat lastig want
- Vetten zijn hydrofoob
- Verteringsenzymen zijn hydrofiel
Oplossing:
- Vetten goed mixen met verteringssappen
met behulp van enzymen
De vertering in stappen
De Mond
- Smelten
- Mixen
- Lingual lipase (mond lipase)
o Een enzym dat vetten afbreekt van tri- naar mono glyceride en vetzuren.
Dit enzym wordt pas actief voor daadwerkelijk afbreken van vetten wanneer
er gastric lipase aan wordt toegevoegd, dit gebeurt in de maag.
De maag
- Mixen
- Geleidelijke doorgang pyloris
- Gastric lipase (maag lipase)
3