Diëtisten Nierziekten Nederland
Landelijke richtlijn kindernefrologie 2005
Acute nierschade
Acute nierschade kan omschreven worden als een plotselinge vermindering van de nierfunctie.
Hierbij vindt retentie van afvalstoffen van het metabolisme plaats. Tevens zijn er stoornissen in de
water- en elektrolyten huishouding. Acute nierschade kan worden veroorzaakt door prerenale (voor
de nier), postrenale (van de nier af) en renale (met betrekking tot de nier) factoren. Zowel pre- als
postrenale vormen kunnen leiden tot renale nierschade.
HUS: hemolytisch uremisch syndroom
De periode voorafgaand aan HUS wordt gekenmerkt door gastro intestinale klachten zoals diarree.
Kinderen hebben vaak last van braken, krampende buikpijn en misselijkheid. Naast dehydratie kan
ook hypertensie en oligurie/anurie aanwezig zijn als teken van achteruitgang van de nieren.
Atypische HUS
Zeldzaam zijn andere oorzaken van HUS, vaak atypische HUS genoemd, zoals na een infectie met
streptococcus p. en de familiaire vormen van HUS.
Diëtistische gegevens
Handig is om de voeding af te nemen met behulp van de dietary history, 24-hours re-call of een
voedingsdagboek. Bij de behandeling moet vooral gelet worden op energie inname, eiwit, kalium,
natrium, fosfaat en calcium, de vochtinname, voedingsvezel en eventuele vitamine A en D suppletie.
Enkele behandeldoelen:
- verbeteren/handhaven energie inname
- verbeteren/handhaven eiwitinname
- verbeteren/handhaven inname calcium
- verbeteren/handhaven gewicht naar leeftijd (of lengte)
Dieet bij acute nierschade:
• Energiebehoefte is normaal tot verhoogd. Een acute nierschade leidt op zich niet tot een
verhoogde behoefte, maar het onderliggend lijden (sepsis, brandwonden, multi-orgaanfalen) kan wel
een verhoogde behoefte veroorzaken. Door een slechte eetlust is het van belang in een vroeg
stadium, aandacht te besteden aan de energie inname. In acute fase is het van belang om
overvoeden te voorkomen. Door overvoeden wordt de metabole stress in het lichaam verhoogd. De
energiebehoefte moet individueel worden vastgesteld.
• Eiwitbehoefte is afhankelijk van de ureumspiegel. Alleen bij zeer hoge uitzondering wordt gekozen
voor een strenge eiwitbeperking. In acute fase, de eerste tien dagen, kan de eiwitbeperking 0.9 gram
eiwit/kg lichaamsgewicht per dag zijn.
• Fosfaat is beperkt bij hoge serum fosfaatwaarden. Ter ondersteuning van de fosfaatbeperking
kunnen fosfaatbinders gebruikt worden.
• Natriumbeperkt. Mate van beperking is afhankelijk van diurese, bloeddruk, natrium in urine of ter
ondersteuning van een strenge vochtbeperking. Als hypertensie niet op natrium reageert en bij ‘salt-