a. Directief
b. Participatief
c. Meelevend
d. Ondersteunend
2. Wat houdt “romance of leadership” in?
a. mensen hebben een automatische neiging om tegen leiders op te kijken
b. mensen overschatten de kwaliteiten van leiders
c. mensen denken dat het zijn van een leider, alleen maar leuk en positief is
d. mensen hebben de motivatie zelf ook te willen leiden, waardoor ze
gedragingen van leiders gaan overnemen
3. Welke uitspraak over het “open systems perspectief” is waar?
a. bij een open systeem, is de organisatie effectief als er een goede fit is met de
externe omgeving
b. bij een open systeem, draait alles om de waarden van de belanghebbenden
(stakeholders)
c. bij een open systeem, worden alle belangrijke beslissingen pas genomen als
er afspraken zijn gemaakt met alle (externe) belanghebbenden
d. bij een open systeem, is het belangrijk dat de waarden van de
personeelsleden overeenkomen met de waarden van de organisatie
4. Welke uitspraak over “human capital” is niet waar?
a. als werknemers vaardigheden en kennis ontwikkelen, zorgt dit voor beter
individueel gedrag en prestaties
b. human capital kan binnen een organisatie zorgen voor betere teamcohesie,
doordat werknemers allen bedreven zijn in hun eigen taak, en hierdoor goed
met elkaar overweg kunnen en elkaar niet in de weg lopen -> pooled
interdependence
c. bedrijven met een goede human capital, kunnen zich beter aanpassen aan
snelle omgevingsveranderingen
d. het ontwikkelen van human capital, betekent investeren en belonen van je
werkkracht, wat zorgt voor het motiveren van de werknemers
5. Abel en Mohammed werken beiden bij dezelfde organisatie, ze hebben dezelfde
functie en werken samen op kantoor. Er ontstaan vaak conflicten omdat Mohammed
snel boos kan worden als hij zijn zin niet krijgt, althans, zo ervaart Abel dit. Meerdere
andere collega’s beamen dit gedrag van Mohammed. De laatste tijd heeft
Mohammed het gevoel dat hij minder kan maken op het werk, zijn baas kijkt strenger
naar zijn werkprestaties dan naar die van de rest van zijn collega’s. Van welk
fenomeen is hier sprake?
a. Surface-level diversity
b. Deep-level diversity
6. Welke uitspraak hoort bij afstandswerken (remote work) volgens het boek?
a. doordat meer mensen op afstand gaan werken, worden werk en andere
levensrollen meer gemixt