Hoewel niet per definitie geïnfecteerd is een gele wond wel een verontreinigde wond.
Bij gele wonden is de regeneratiefase, één van de fases van de normale wondgenezing,
verstoord. Het lichaam heeft er in deze situatie moeite mee de vele afvalstoffen uit het
lichaam te verwijderen. Het wondbed is bedekt met een gelig beslag. Vaak betreft het een
dikke, halfvloeibare laag die soms ook taai is. Het wondbed is nog niet geschikt voor de
vorming van granulatieweefsel. Heel vaak produceren deze wonden veel exudaat. Bij een
gele wond is er sprake van een chronische wond.
Veel voorkomende wonden die tot de categorie gele wonden behoren zijn ernstige
decubituswonden, ulcus cruris en geïnfecteerde wonden.
Normale wondgenezing verloopt volgens een vast proces:
•vasoconstrictie t.b.v. bloedstolling;
•vasodilatatie t.b.v. inflammatie en debridement (ontsteking en opruiming dood weefsel);
•granulatieweefsel vorming (nieuwvorming van vaatrijk bindweefsel);
•epithelisatie (ingroei van nieuwe huid);
•remodelleren (geleidelijke omvorming van littekenweefsel.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Regeneratiefase >>
In de regeneratiefase wordt de dermis die verloren is gegaan vervangen door nieuw weefsel
(reparatie) en wordt de wond gesloten (regeneratie van epitheel).
De in de wond aanwezige macrofagen stimuleren de aanmaak van nieuwe bloedvaatjes.
Ook trekken de macrofagen een groot aantal fibroblasten aan.
De fibroblasten zorgen voor:
- de vorming van collageenfibrillen, die zich bundelen tot collageenvezels;
- de vorming van proteoglycanen. Deze substantie bevat vocht en bepaalt het vochtig
wondmilieu;
- de vorming myofibroblasten, die kunnen samentrekken.
Het samenbundelen van de collageenvezels en de werking van de myofibroblasten zorgt
voor wondcontractie, waarna granulatieweefsel gaat groeien.
Zodra het granulatieweefsel het de kiemlaag van de huid heeft bereikt, beginnen de
epitheelcellen aan de wondrand zich onder invloed van groeifactoren te vermenigvuldigen en
bedekken het granulatieweefsel. Wanneer de epitheelcellen elkaar in het centrum raken,
stopt de oppervlakte groei en is de wond gesloten. Vanuit de randen begint nu de diktegroei
van de epidermis en de verankering aan de dermis.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Een chronische wond is een wond waarbij het genezingsproces is. De genezing verloopt
daardoor veel trager of zelfs niet.
De meest voorkomende chronische wonden zijn:
•decubitus wond;
•ulcus cruris;
•diabetische wond;
•vochtletsel.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Het TIME model is een methodiek om naar locale verstorende factoren te kijken. Op deze
manier kan er niets over het hoofd worden gezien en geeft het structuur aan de wondzorg.
T staat voor Tissue (weefsel) waarin er een omschrijving wordt gegeven of het weefsel vitaal
of niet vitaal is. Bevat de wond niet levensvatbare of necrotische weefsel?
Eigenlijk hwordt hier het Rood-geel-zwart model van de WCS gebruikt.
I staat voor Infection (infectie) waarin een omschrijving gegeven wordt van de mate van