Week 1 – Rechtsbescherming tegen de overheid
Bezwaarschriftprocedure => wordt gevoerd nadat het bestuur een besluit heeft genomen
Voorbereidingsprocedure => gaat aan het nemen van een besluit vooraf
=> met name op zijn plaats als het bestuursorgaan over
beleidsvrijheid beschikt en belangen van derden een grote
rol spelen
Bestuursrechters:
=> gespecialiseerde => beschikken over een door de wetgever afgebakende rechtsmacht
ten aanzien van bepaalde terreinen van het bijzonder bestuursrecht
=> algemene
Bestuursrechtspraak => als een burger een besluit voorlegt aan een bestuursrechter om dit
besluit te laten beoordelen op rechtmatigheid.
=> procedure eindigt met een uitspraak
=> gegrond of ongegrond verklaren
=> consequentie gegrondverklaring is dat de
bestuursrechter het besluit geheel of gedeeltelijk
vernietigt (art.8:72 lid 1 Awb)
De bestuursrechter zal, als hij het beroep gegrond verklaart, eerst moeten beoordelen of hij
het geschil definitief kan beslechten (art.8:41a Awb)
=> beoordelen of – ondanks de gegrondverklaring – de rechtsgevolgen van het vernietigde
besluit in stand kunnen blijven (art.8:72 lid 3 onder a Awb) waarbij de in het gelijk
gestelde appellant dan eventueel een schadevergoeding toegewezen kan worden
(art.8:88 e.v. Awb)
=> is definitieve beslechting van het geschil niet mogelijk dan bestaat nog de
mogelijkheid om een ‘bestuurlijke lus’ toe te passen
=> bestuursrechter zal dan bij tussenuitspraak het bestuursorgaan vragen de
aan het besluit klevende gebreken te repareren (art.8:51a, 8:80a, 8:80b
Awb)
=> bestuurlijke lus ook niet mogelijk, dan zal de uitspraak van de bestuursrechter
luiden dat het bestuursorgaan een nieuw besluit moet nemen, met inachtneming
van de uitspraak van de bestuursrechter (art.8:72 lid 4 Awb)
Functies bestuursprocesrecht
=> rechtsbeschermingsfunctie => bescherming van de individuele rechtspositie van de
burger voorop
=> handhaven van het objectieve recht => controleren door de rechter van de rechtmatige
uitoefening van bestuursbevoegdheden
Beginselen van bestuursprocesrecht => art.8:69 Awb
=> verbod van ultra petita => de rechter mag niet buiten de grenzen van de door klager naar
voren gebrachte punten van geschil treden
=> verbod van reformatio in peius => de burger die beroep instelt mag door de rechterlijke
uitspraak niet in een nadeligere positie komen te verkeren dan het door hem bestreden
besluit
=> verdedigingsbeginsel => de rechtbank doet uitspraak op grondslag van het beroepschrift,
de overlegde stukken, het verhandelde tijdens het vooronderzoeken het o.t.t.
=> verplichting tot ambtshalve aanvullen van rechtsgronden (art.8:69 lid 2 Awb)
=> beginsel van niet-lijdelijkheid (art.8:69 lid 3 Awb)
=> materiële waarheidsvinding => de bestuursrechter kan het ware feitencomplex waarop